Twitter is een echokamer voor gelijkgestemden

Opinie De een na de andere BN’er vlucht van Twitter. Maar ook voor onbekende mensen is het medium niet veilig, meent Jona Lendering. En dat ligt meer aan de verzuilende structuur van het medium dan aan een actief, maar klein groepje haters.

Illustratie Hajo

Onder de kop ‘Vaarwel Twitter. Ik laat het riool aan de ratten’ (NRC, 5/9) liet deze krant cabaretier Sanne Wallis de Vries, NOS-hoofdredacteur Marcel Gelauff, ex-politicus Femke Halsema en Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling, aan het woord. Ze hadden genoeg van de hatelijke reacties, pesterijen en bedreigingen. Zulke verhalen zijn helaas maar al te bekend: haters gaan te werk in groepen, zijn wantrouwig van aard, opereren vaak anoniem en blijven degenen die eerder in de vuurlinie lagen achtervolgen.

Haters, zo schreef NRC, hebben het vaak niet op een enkeling gemunt, maar spuien hun gal doorgaans ook bij andere bekende twitteraars. „Toen Lodewijk Asscher besloot zijn haters publiek bekend te maken, en zijn conversaties publiceerde, zag Tineke Ceelen exact dezelfde twitteraars uit haar eigen tijdlijn terug.” Verwezen wordt naar een Facebookbericht van Asscher op 9 februari 2016 dat deze krant de dag erna overnam. Daarin schrijft hij: „Volgens Peter Breedveld cs ben ik zelfs de gevaarlijkste racist van Nederland.” Breedveld is hoofdredacteur van Frontaalnaakt.nl.

Dat is inderdaad het jargon in de krochten van de sociale media. Punt is echter dat Breedveld de minister nooit heeft uitgemaakt voor racist. Hij betoogde op zijn site alleen dat de minister dingen zegt die vreemdelingenhaat voeden, wat Breedveld des te gevaarlijker vindt omdat hij Asscher juist géén racist vindt.

Zoiets haalt dan ook nog eens de krant

Waarom schuift Asscher Breedveld iets in de schoenen? Dit kunnen we reconstrueren aan de hand van screenshots die hij op Facebook plaatste. Hieruit blijkt dat de gewraakte tweet afkomstig is van @KarsAbbes die linkt naar Breedvelds blog, waar dus iets anders te lezen valt. De ‘racist’-tweet van @KarsAbbes bereikte Asscher overigens via weer een ander, namelijk @Ans__Aarsema. Deze persoon adresseerde het aan Asschers account, @lodewijka.

Abracadabra voor twitterleken, maar het toont aan hoe makkelijk je naam op internet verbonden kan worden aan iets wat je nooit hebt gezegd. En zoiets haalt dan ook nog eens de krant.

De kern van het probleem is dat er op de sociale media – en op het internet in het algemeen – allerlei onverifieerbare informatie is te vinden. Iedereen is gedwongen in dit informatieoveraanbod te selecteren, waardoor we van passieve nieuwsconsumenten zijn veranderd in actieve schifters: we nemen op het internet alleen dat aan wat we kunnen gebruiken en leven steeds meer in cocons van zelfbevestigende informatie, de zogeheten ‘echokamers’. Dit geldt a fortiori voor de sociale media, waar we hinderlijke andersdenkenden kunnen blokkeren.

Getreiter is de logische consequentie

Zo bevestigen we onszelf steeds opnieuw in ons wereldbeeld en ontstaan groepen die zich definiëren aan de hand van gedeelde informatie. Je kunt het ‘informatieverzuiling’ noemen. Getreiter is de logische consequentie: als wij toch zo ontzettend gelijk hebben en als anderen desondanks niet naar dat enorme gelijk luisteren, moeten we ze maar overtuigen door middel van intimidatie.

Lees ter verdieping ‘Dreigdwergen, haatsmurfen en de Roze Khmer: hoe Twitter een slagveld werd’, een verslag van een analyse van 1,2 miljoen tweets, door Dimitri Tokmetzis op de site van De Correspondent. De problematiek is echter algemener en verklaart bijvoorbeeld ook de onuitroeibaarheid van pseudowetenschap en ‘kwakgeschiedenis’, historische kletspraat. Aanhangers daarvan komen elkaar telkens weer tegen in dezelfde nieuws- en Facebookgroepen. Ze selecteren dezelfde informatie en sluiten zich af voor gegevens die niet passen in het gedeelde wereldbeeld. Voor Breedveld is dit voorval extra zuur. Als onbekende Nederlander heeft hij niet de toegang tot gevestigde media die Asscher wel heeft. De beschuldiging van de minister blijft maar rondzingen.

Ik wil het getreiter dat Wallis de Vries, Gelauff, Ceelen en Halsema ondergaan niet bagatelliseren, maar het behoort wel tot hun risques du métier. Laat duidelijk zijn dat de hetze op sociale media iederéén kan treffen, niet alleen bekende Nederlanders, maar ook een kleine blogger als Peter Breedveld – dat maakt de problematiek dus eigenlijk nóg ernstiger dan NRC schetst.