Telkens weer verhuizen, zonder perspectief

Reportage Vluchtkantoor

Ze mogen niet blijven en ze kunnen niet terug, zeggen ze. Stuurt de rechter de uitgeprocedeerde vluchtelingen straks weg uit hun tijdelijke verblijfsplaats? „Het beleid is zo ondoorzichtig. Daar word je gek van.”

Foto’s Angeniet Berkers

Een man loopt verdwaasd het voormalige kantoor van het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West uit, zijn paspoort in de hand. Op het bordes in de zon staat een groep Afrikaanse mannen. Ze kletsen, trommelen, iemand drinkt halve liters bier. „Ik moet mijn paspoort verlengen”, vraagt de man. „Weet u waar dat kan?”

Nou, zeker niet meer in dit oude gemeentehuis, waar sinds december meer dan honderd uitgeprocedeerde vluchtelingen wonen. Anders dan de meeste illegalen zijn ze zichtbaar, beroemd zelfs. Als ‘We Are Here’ protesteren ze geregeld tegen hun situatie, omschreven als ‘asielgat’: ze mogen niet blijven en ze kunnen niet terug.

De afgelopen vier jaar verbleef de groep in verschillende samenstellingen op meer dan vijftien plekken in Amsterdam – elke verhuizing ging met rumoer gepaard. Vluchtkerk, vluchtkantoor, vluchtmarkt. En nu in de vluchtgemeente.

Maar ook hier moeten ze weg. De gemeente wil het pand verhuren. Aan, nota bene, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Deze woensdag dient hierover een kort geding. Als de groep verliest, moeten zo’n 150 mensen het pand binnen twee weken verlaten.

In verhuizen zijn ze inmiddels ervaren. Toch wordt het een klus. Kantoortjes werden woonkamers, met zithoek, bed, waterkoker en foto’s aan de wand. Gordijnen werden muren, om nieuwe bewoners privacy te geven, ook al waren de privékamers op. Sommige bewoners houden van tierelantijntjes: een schaal met plastic fruit, beeldjes. Bij anderen, zoals de 25-jarige Adam Adriss uit Darfur, is het sober en opgeruimd.

„Als het in mijn land veilig zou zijn”, zegt Adriss, terwijl hij Soedanese thee inschenkt, „dan zou ik hier niet zijn.”

Die bewering is vaak onwaar genoemd: deze mensen zouden wel terug kunnen, maar niet willen. Toch hebben ten minste 62 van hen de afgelopen jaren alsnog een verblijfsvergunning gekregen. Mensen uit onder meer Eritrea, Somalië en Soedan, die de IND nieuw bewijs konden leveren voor hun verhaal, of konden aantonen dat terugkeer gevaarlijk zou zijn. Soms verklaarde iemand bekeerd of homo te zijn.

Echt niet terug

„Toen ik voor het eerst hun toespraken hoorde, bij een tentenkamp waar ze verbleven, dacht ik: ja, iedereen kan daar wel gaan staan”, zegt advocaat Maartje Terpstra, die zo’n veertig mensen uit de groep bijstond. Van hen kregen er 21 alsnog een verblijfsvergunning. „Maar het overgrote deel kan echt niet terug. Dat wordt niet altijd erkend door de IND.”

Een aantal asielzoekers verkeert in bewijsnood, waardoor ze geen nieuwe asielprocedure kunnen beginnen, zegt Terpstra. „Een deel van hen is niet in staat individuele problemen duidelijk te maken. Vanwege hun opleidingsniveau, vanwege een trauma, of omdat er geen enkel document voorhanden is.” 

Alleen voor landen als Syrië en Eritrea geldt dat slechts de herkomst moet worden aangetoond voor een vergunning. En door de Dublinverordening – je vraagt asiel aan in het EU-land waar je binnenkomt – kunnen uitgeprocedeerde asielzoekers niet naar een ander land.

De tijd heeft de stemming in de groep geen goed gedaan. Nog steeds worden dagen gevuld met kaartspelletjes, voetbal en muziek. Er wordt vergaderd over actie en protest. Wie kan koken of klussen, werkt zwart. Er worden wietplantjes geknipt voor de kost. Maar er wordt ook gedronken, door sommigen te veel, en geblowd. Soms komt iemand weken zijn kamer niet uit. Deze zomer sprong de Soedanees Hashim Gmal (32) op klaarlichte dag in het water. De derde zelfmoord in de groep.

„We leven als een familie”, zegt Adriss, die zes jaar geleden naar Nederland kwam. Hij trok van azc naar azc en toen hij op straat kwam te staan, voegde hij zich bij deze groep. „We letten op elkaar. Maar het is moeilijk. We zitten hier maar en kunnen niets. Een groot deel is getraumatiseerd en depressief.”

Aan de muur hangt een foto van Hashim, zijn beste vriend. Adriss zamelde met vrijwilligers 3.300 euro in om diens lichaam naar Soedan te krijgen.

Zorgen om de veiligheid

Tijd en kou doen moed verdwijnen, zegt Khalid Jone (34), ook uit Soedan. „Het duurt langer en langer. Er is geen oplossing.”

Vijftien jaar is hij nu in Nederland. Hij zat in meer dan twaalf azc’s. Zijn leven is betekenisloos geworden, zegt hij. „Ik weet niet wat ik wil. Zelfs niet als ik dat papiertje krijg. Waar moet ik beginnen? Het is te laat om te studeren.”

Ook hij kende Hashim goed. „Niemand is het eens met wat hij heeft gedaan. Maar ik vind: een oplossing is een oplossing.”

Jone maakt zich zorgen om de veiligheid van de groep. Door hun bekendheid trekken ze allerlei onbekenden aan. Mensen uit Italië en Griekenland die ze niet vertrouwen. En mensen die hulp nodig hebben, zoals een depressieve vrouw uit Tsjechië die geen plek heeft waar ze naartoe kan.

Jone is een soort groepsleider. Hij onderhoudt contacten met de pers en organiseert de wekelijkse vergaderingen, waarin bijvoorbeeld wordt gesproken over de teksten op de spandoeken: niet ‘wij gaan niet terug’, maar ‘wij kunnen niet terug’ – dat klinkt minder agressief.

Vorige leiders, zoals de Somaliër Achmed Aden, hebben inmiddels een verblijfsvergunning. Ook in de vrijwilligers rond de groep is weinig continuïteit. Het zijn er nu zo’n tien tot dertig, zegt André Borgeld, die de Facebook-pagina bijhoudt. Zoals stadsdokter Co van Melle en Ton Meurs, die boeken inzamelt, zodat ze de taal kunnen leren. Meurs steunt de groep ook „in ideologisch opzicht” door op opmerkingen op Facebook uit „half-fascistische kringen” te reageren. En dan zijn er nog persoonlijke buddy’s, die helpen met medische en juridische zaken, en mensen die voor donaties zorgen. Iedereen in de groep krijgt 10 euro per week.

Grofweg zijn de vrijwilligers te verdelen in twee soorten, zegt Borgeld: activisten en mensen die uit sociaal oogpunt betrokken zijn. Samenwerking tussen die twee gaat niet altijd goed. „Een activist zegt: laat je maar arresteren. Wij zien daar de consequenties van.” Veel groepsleden reageren slecht op detentie.

Hoewel de discussie over vreemdelingen de afgelopen jaren niet wezenlijk is opgeschoten, is toch veel bereikt, zegt Jo van der Spek van migrantenactiegroep M2M. „Deze vreemdelingen mochten college geven op universiteiten, docenten kwamen ook naar hen toe. Er zijn theatervoorstellingen gemaakt, er was een optreden in Paradiso. Deze mensen brengen de participatiesamenleving keihard in de praktijk.”

Van der Spek was rond 2012 nauw betrokken bij de groep en heeft sinds een paar maanden weer contact. Hij trof nu een moedeloze groep aan, zegt hij. Deels uit elkaar gevallen, soms agressief tegen elkaar, jaloers op de verblijfsvergunning van een ander. „Het beleid is zo ondoorzichtig. Daar word je gek van. Dan geef je de moed op.”

Toch gaan ze door met protesteren. Als de rechter beslist dat de groep in het oude stadsdeelkantoor mag blijven, is dat „een kleine stap in de richting van een definitieve oplossing”, schrijven ze in een persbericht. „In Nederlandse burgers heb ik vertrouwen”, zegt Khalid Jone. „Maar in het systeem niet meer.”