Slaapkamerogen, niet te kort

Kunst en dromerigheid. Heidelberg. Hella Santarossa. Simon Stone en The Daughter.

Odessa Young als Hedvig in The Daughter

Heidelberg is meer dan die ene romantische zin over dat Herz dat iemand daar verloren is. Het is dat Schloss, een schoonheid van allure (had Anton Pieck hier maar beter naar gekeken, dat had ons een hoop mierzoetigheid bespaard). Eens het mooiste kasteel met de mooiste rozentuin (het achtste wereldwonder, werd gezegd) en de mooiste bibliotheek van Europa. Maar de Fransen verwoestten eind 17de eeuw kasteel plus de rozen en de Paus ‘kreeg’ de bibliotheek en weigert die tot op de dag van vandaag terug te geven.

Hoe konden de Fransen dat doen? Schoonheid is onaanraakbaar, zou je denken. Niemand zal, om iets extreems te zeggen, het durven om de archeologische schatten van Timboektoe iets aan te doen. Toch? Helaas. IS wilde zijn reputatie opkrikken – en toen was juist die eeuwige schoonheid reuze geschikt om te vernielen.

De vernieler moet verliezen. Het slot van Heidelberg is gereconstrueerd en opnieuw indrukwekkend. En omdat ik toch in de stad ben, loop ik de bedaagde Heiliggeistkirche binnen en nu staar ik naar een stel fel gebrandschilderde ramen. Sensationele actionpainting in glas van de Berlijnse kunstenaar Hella Santarossa, uit 1992. De ramen verwijzen naar bijbelverzen, ze zijn politiek en kritisch. En unverfroren poëtisch, dat ook. De man in de kiosk is er trots op. Hij vraagt me of ik ook dat ene raam in de hoek zag. Nee? Nou, ga maar even kijken. Het is van Johannes Schreiter, uit 1985.

Het raam laait oranje en rood. Het heeft gebrandschilderde barsten. Het associeert de Dag des Oordeels met de atoombom op Hiroshima. „Dat was een schandaal. De andere ramen mocht hij niet meer maken, het kerkbestuur trok de opdracht in.”

Maar de kerk liet het raam des aanstoots wél zitten. Een kunstwerk kun je afwijzen, maar je mag het verbannen noch vermoorden. Is het eenmaal geschapen dan bestaat het en zal de wereld het ermee moeten doen.

Weer buiten valt me ineens op hoe lodderig Heidelberg kijkt. Alle beelden hebben slaapkamerogen. De gezichten die uit de gevels puilen. De geharnaste koningen in de renaissancegevel van het Schloss. Zelfs een aardewerken leeuwtje onder de geglazuurde kachel in een van de balzalen kijk naar me op met lome blauwe blik. Kunst en dromerigheid zijn een geslaagd koppel.

Het zoveelste bewijs van die gezegende dromerigheid zag ik in de film The Daughter. Het is gebaseerd op een toneelstuk, maar gelukkig wist de filmer het toneel uit het scenario te wrikken. De titel is niet meer het symbolische De wilde eend, maar zonder omhaal: ‘De dochter’. Odessa Young speelt haar, ze was vijftien toen er werd gefilmd. Regisseur Simon Stone vertelde me dat hij haar eerst niet wilde, omdat ze hem intimideerde. „Ze legde me bij haar screentest mijn eigen scenario uit en citeerde Baudrillard. Die moet ik niet, dacht ik, die maakt me zenuwachtig.” Op aandringen van zijn producent gaf hij haar een kans. En werd weggeblazen door haar vermogen om een rauwe puber neer te zetten. Reteslim, bliksemsnel, maar ook een droomster. Ongevormd en daardoor veel te ontvankelijk voor een boze droom.

Wie dat klaarspeelt is een grote. Simon Stone voorspelt trots: „Eens loop ik haar tegen het lijf, in Hollywood of Cannes. Ha! zeg ik dan, hoe gaat het met je? En dan herkent ze me niet.”