Komt Oranje ooit nog terug in top-4?

Nederlands voetbal Tegen Zweden werd dinsdag gelijk gespeeld, maar Oranje is nog ver van het oude niveau. Buitenlandse experts over de Nederlandse voetbalcrisis.

Bondscoach Danny Blind (r.) en assistent Marco van Basten van het Nederlands elftal tijdens de wedstrijd tegen Zweden . Koen van Zweel/ANP

Dinsdagavond speelde het Nederlands elftal in zijn eerste kwalificatiewedstrijd voor het WK van 2018 in Rusland met 1-1- gelijk tegen Zweden. Het spel van Oranje was bij vlagen sterk, maar de sportieve crisis en de bestuurlijke chaos bij voetbalbond KNVB en rond trainer Danny Blind blijven Oranje nog wel even achtervolgen. Vier buitenlandse experts geven hun mening over de problemen in het Nederlands voetbal:

Simon Kuper

(Voetbal)publicist, columnist bij de Financial Times

„Er is een gebrek aan intellectuele ontwikkeling in het Nederlands voetbal. De Hollandse school was de beste en de slimste, maar is niet doorontwikkeld. Als je in dezelfde auto blijft rijden die je in 1974 bouwde, ben je op een gegeven moment de langzaamste op de weg. Ik vrees dat Nederland misschien nooit meer de top vier van de wereld haalt.

Om de aansluiting weer te vinden zou ik buitenlandse trainers binnenhalen, zowel in de jeugd als in de top. Vernieuwingen zullen niet komen van oudere trainers die opgroeiden met het Cruijff-evangelie, vernieuwing komt van een dertigjarige die in het Duitse voetbal heeft rondgelopen. Cruijff was de belangrijkste denker van het voetbal in de laatste veertig jaar. Pep Guardiola zegt: Cruijff was mijn mentor, maar ik ga nu doordenken. Vooral over de opstelling bij balverlies heeft Guardiola veel harder nagedacht dan wie dan ook in Nederland.

Cruijff werd een remmende factor in Nederland, het 4-3-3 dat we in de jaren zeventig en tachtig speelden, werkte in zijn ogen het beste. Maar in de jaren zeventig liepen voetballers vier kilometer per duel, nu zo’n elf: moet je dan wel vleugelaanvallers hebben die steeds staan te wachten op de bal, terwijl er in andere landen spelers zijn die de hele flank bestrijken. Nederland zit nu bij de Europese middelmaat, maar gezien de zeventien miljoen inwoners zou het een schande zijn als je in deze poule geen tweede wordt achter Frankrijk.”

Damien Degorre

Journalist bij de Franse sportkrant L’Equipe

„De impasse in Nederland is vergelijkbaar met de groeipijnen van het Belgische of Franse voetbal. Nederlandse clubs kunnen financieel niet opboksen tegen Engeland, Duitsland of Spanje waar de TV-gelden hoger zijn en de clubs daardoor financieel slagkrachtiger. In Frankrijk staat het Nederlandse voetbal nog steeds voor spectaculair en attractief. Vooral Ajax geniet hier een groot aanzien. Het blijft een mythische club voor Franse voetballiefhebbers.

Nederland moet gewoon haar traditionele voetbalwaarden handhaven. Het mag de ‘Hollandse school’ met attractief voetbal niet zo maar overboord gooien. Alle voetballanden kennen nu en dan weleens een periode van droogte. Italië bijvoorbeeld stelde haar defensieve cultuur nooit ter discussie.

De kloof met de Europese top is op clubniveau moeilijk te dichten, maar met de komst van een BeNeLiga zou je niet alleen een aantrekkelijkere competitie krijgen, het zou ook investeerders aantrekken en hogere TV-gelden opleveren. Oranje heeft nog mooie dagen in het verschiet, ondanks alles is er talent te over. Geef ze wat tijd.”

François Colin

Voormalig chef sport bij de Vlaamse krant Het Nieuwsblad

„Het Nederlandse voetbal heeft te maken met de klassieke golfbeweging. Het merkwaardige is dat Oranje zo’n malaise de voorbije drie decennia niet heeft gehad, behalve misschien begin jaren tachtig. Kwalitatief is dit simpelweg een mindere generatie en dat heeft voor een deel te maken met de problemen die het clubvoetbal van kleinere landen treffen.

De kloof met de grotere landen wordt groter. Het is waar dat er nu minder talent voorhanden is dan een aantal jaren geleden, maar dat is puur toeval. Dat komt op een bepaald moment wel terug. In België werd de voorbije decennia naar het Nederlands voetbal opgekeken als een soort grote broer. Nu is iedereen er hier van overtuigd dat het Belgisch voetbal sterker is dan het Nederlandse.

Het is zaak om gewoon verder te blijven werken. Dat is de enige remedie. Het talent zal zich opnieuw aandienen. Nu gaat het wat minder maar dat is geen reden om te panikeren. Jullie moeten eerst en vooral de problemen die er nu zijn in de bestuurskamer en rond de technische staf oplossen. Dan moet er gewoon keihard gewerkt worden en binnen een paar jaar staat er ongetwijfeld opnieuw een goede generatie op. Daar ben ik van overtuigd.”

Raphael Honigstein

Voetbaljournalist voor Süddeutsche Zeitung en The Guardian, schrijver van het boek Das Reboot over hoe het Duitse voetbal zich deze eeuw opnieuw uitvond na crisisjaren

„Toen mijn boek uitkwam schreven veel mensen: dit is precies wat we nodig hebben voor Amerika, voor Engeland, voor Canada, voor Nederland. Iedereen denkt dat het Duitse voetbal een rolmodel kan zijn. Maar zo makkelijk is het niet, want Duitsland heeft de hoge aantallen spelers, de infrastructuur, veel geld. Andere landen kunnen niet tweehonderd bondscentra bouwen, zoals in Duitsland is gedaan.

Het grootste probleem in Duitsland was de slechte opleiding. Er werd altijd vertrouwd op de aantallen: we hebben miljoenen voetballers, de kans dat je vijftien hele goede vindt is groot. Maar andere landen, waaronder Nederland, brachten met lagere hoeveelheden betere spelers voort door slimmere methoden. Duitsland speelde achterhaald, leunend op de individuele kwaliteiten en de mentaliteit van spelers. We waren geen voetbalgrootmacht meer.

Dat werd anders met Jürgen Klinsmann als bondscoach (2004-2006). En in de Bundesliga stonden interessante coaches op, zoals Jürgen Klopp en Ralf Rangnick, die anders speelden: sneller en meer als collectief. Jeugdtrainingen werden aangepast: meer aandacht voor tactiek, niet meer eindeloos rondjes om het veld lopen en meer oefeningen met de bal. Soms gaat de discussie er hier over dat Duitsland een beetje speelt zoals Nederland vroeger: het beste team, de beste spelers, maar waar is de efficiëntie, waar is het winnen?”