Deze sport is de trots van Ierland

Hurling

Ruim 82.000 Ieren kwamen naar Croke Park voor de hoogmis van hurling, dé nationale sport, de All-Ireland Senior Championship Final.

Liam Blanchfield (Kilkenny, geel-zwart) en Cathal Barrett (Tipperary) vechten een duel uit in de finale van het All-Ireland Senior Championship.Foto Brendan Moran/Getty ©

Zuchtend hijst de barjongen zich in een grote blauwe regenjas. Langs de wc’s naar buiten, achter de pub, zijgt hij in de regen op zijn knieën neer voor de open put. Hij schept er twee volle emmers uitwerpselen uit. De afvoer is verstopt. Een dag voor dé wedstrijd van het jaar moet dat verholpen worden. Er zullen morgen heel veel gedronken liters bier doorheen moeten.

Pub The Hogan Stand is vernoemd naar tophurler en IRA-lid Michael Hogan. In 1920, op ‘Bloody Sunday’, kwam hij om het leven toen de politie tijdens een wedstrijd het vuur opende. Aan de muur hangen vergeelde herinneringen aan glorieuze momenten uit de hurling-geschiedenis. Kroegbaas Phil Ryan laat trots een ingelijste foto zien: hurling-legende Eddie Keher en bokser Muhammad Ali, die in 1972 met een hurly-stick een balletje hooghouden. Ook The Greatest was hier, om de snelste sport op aarde te bekijken.

Even uit de misère

The Hogan Stand staat in het mistroostige Ballybough, een van armste districten van Dublin. Eén dag in het jaar onttrekt de buurt zich aan de misère, en is het ’t middelpunt van heel Ierland. Want in Ballybough staat Páirc and Crócaigh. Croke Park is het huis van de grootste sportorganisatie van Ierland, de Gaelic Athletic Association (GAA). De bond is verantwoordelijk voor hurling en football.

De GAA zit er financieel warmpjes bij. Vliegmaatschappij Etihad betaalde 5 miljoen pond om de sport vijf jaar te mogen sponsoren. Dat geld gaat echter niet naar bobo’s. De GAA verdeelt de inkomsten over alle clubs in de provincies. „Het gaat naar de oorsprong”, zegt hurling-journalist Keith Duggan. „Hurling is een ‘grass roots’-sport.

De GAA wil de sport bewaken. Met het geld kunnen jongetjes met deugdelijk materiaal en goede begeleiding sporten.” Kaarten voor de finale worden door de bond ook verdeeld over de clubs, zodat vrijwilligers en betrokkenen niet achter het net vissen.

Namen op shirts zijn taboe

In een sportwereld die gedomineerd wordt door geld is hurling een buitenbeentje. De spelers, ook de allerbeste, krijgen geen salaris. Niet voor niets wordt hurling wel omschreven als ‘bastion van bescheidenheid’. Op het shirt staan enkel rugnummers, namen zijn taboe. En transfers? Duggan: „Ondenkbaar. Je speelt voor de county waarin je geboren bent.”

All-Ireland Sunday. Eoin en Betty („zeg maar dik in de 70 jaar”) dragen beiden een shirt van hun club, Kilkenny. „Dit wordt mijn 59e All-Ireland”, zegt Eoin trots. „Onafgebroken! Het bestaat niet dat wij op de eerste zondag van september hier niet zijn. Het is een ritueel, bijna zoals religie. Met de ‘All-Ireland’ vieren we deze mooie sport.” Hoewel de rivaliteit groot is, lopen de supporters samen op naar het stadion en drinken ze samen bier.

Bij het uitsterven van de laatste klanken van het volkslied wordt de bal direct in het spel gebracht. The Cats (Kilkenny) en The Tipp zijn aan elkaar gewaagd. Tijd voor adempauze is er niet, er wordt in moordend tempo gescoord. Bij rust leidt Tipperary met twee punten, maar de consensus is dat dat niet genoeg is.

Na rust gebeurt er iets dat niemand voor mogelijk hield. Tipperary scoort een goal. En nog één. Elke bal richting de H vliegt tussen de palen door. Grote favoriet Kilkenny komt er niet aan te pas. „Ik kán het gewoon niet geloven”, zegt een Tipp-fan hoofdschuddend. Hij heeft tranen in zijn ogen.

Bier drinken

Direct na de wedstrijd, als er glitters in het stadion neerdalen, wordt forward John O’Dwyer een microfoon onder de neus geduwd. „We’re champions of fucking Ireland!”, schreeuwt hij uit.

Het door het stadion galmende f-woord zorgt voor het nodige rumoer, maar het wordt hem snel vergeven. Bij The Hogan Stand staan na afloop honderden mensen tot op straat bier te drinken en na te praten. Het riool houdt het.

Maandagavond kwamen tienduizenden naar Thurles (8.000 inwoners) om de hurlers te huldigen. Met de winst van Tipp - 2-29 tegen 2-20 - kwam hurling thuis: Thurles ligt in Tipperary en is het dorp waar in 1884 de GAA werd opgericht. En dan werd Séamus Callanan er ook nog geboren. Hij werd uitgeroepen tot man van de wedstrijd.

Enigszins besmuikt nam hij de prijs daarvoor - twee vliegtickets naar Abu Dhabi van sponsor Etihad - in ontvangst. Want de eer, dat is de grootste prijs.

Callanan wordt bijgeschreven in de geschiedenis van de sport: op de muren van de eregalerij in Croke Park. En onuitwisbaar in de herinnering van een trotse natie, die sport op geheel eigen wijze organiseert en beleeft. Dan ben je officieel onsterfelijk.