Kunstenaar annex activist voor het Wereldmuseum

Interview Klokkenluider

De gemeente Rotterdam presenteerde vandaag een oplossing om het Wereldmuseum open te houden. Kunstenaar Olphaert den Otter speelde een belangrijke rol bij het redden van de collectie. „Als mijn vrouw begon over het weer, begon ik over het Wereldmuseum.”

Kunstenaar Olphaert den Otter voor zijn paneel Tondo Mondo, in Museum Boijmans Van Beuningen. foto merlijn doomernik

Boven het trapgat bij de entree van Museum Boijmans Van Beuningen hangt sinds kort een grote wereldbol. Die blijkt bij nadere inspectie gezichtsbedrog: het is een plat rond paneel van bijna tweeënhalve meter. Deze nieuwe aanwinst, Tondo Mondo, die het museum later een prominente plek wil geven in het nog te bouwen Collectiegebouw, is gemaakt door de Rotterdamse schilder Olphaert den Otter. Hij is niet zomaar een kunstenaar; hij is de man die ook als klokkenluider optrad in de zaak van het Wereldmuseum.

Obsessie

Heeft de bekendheid die hij in die rol verwierf geholpen bij de verkoop van het schilderij? „Mijn betrokkenheid bij het Wereldmuseum heeft mijn naamsbekendheid misschien vergroot,” zegt Den Otter, „maar ook daarvoor al werd mijn werk aangekocht door musea.” Boijmans heeft nu elf werken* van hem, het Centraal Museum in Utrecht twintig. Ook het Gemeentemuseum Den Haag en het Stedelijk Museum Amsterdam bezitten werk van hem.

Den Otter maakt schilderijen in een realistische stijl, die gekenmerkt worden door het ontbreken van mensen en de aanwezigheid van metaforen. Naast zijn serie World Stress Painting, over rampplekken, is vooral zijn Stal- en Kluismorfologie-serie bekend, over hutjes en schuilplaatsen, die hij losjes baseerde op voorbeelden uit de kunstgeschiedenis.

„Als mijn vrouw begon over het weer, begon ik over het Wereldmuseum”

Hij heeft nu weer tijd om te schilderen. Nog niet zo lang geleden kwam hij daar geen moment aan toe. Toen was hij dag en nacht bezig met de ‘Publieksactie Wereldmuseum’. „Het was een obsessie, ik kon er niet van slapen. Als mijn vrouw begon over het weer, begon ik over het Wereldmuseum.”

Dat begon in augustus 2014. De ene dag nog zat hij in het radioprogramma Kunststof te vertellen over zijn World Stress Paintings. De andere dag werd hij gebeld door Radio Rijnmond, niet over zijn schilderkunst, maar omdat hij op Facebook zijn verontwaardiging had geuit over de dreigende verkoop van de collectie van het Wereldmuseum, nadat hij daarover in De Groene een onthullend artikel had gelezen. Op zijn Facebook-bericht waren zo veel steunbetuigingen gekomen dat hij zichzelf pardoes gebombardeerd zag tot voorman van een reddingsactie.

Radio Rijnmond vroeg of hij in de uitzending wilde komen in verband met zijn actie ‘tegen’ het Wereldmuseum. „Ik zei: ik wil u gelijk even corrigeren. Ik ben geen actie begonnen tégen het Wereldmuseum, maar vóór het behoud van de collectie van het Wereldmuseum.”

Voortrekker

De kunstenaar vindt het zelf „geen toeval” dat juist hij de voortrekker werd van de Publieksactie Wereldmuseum. „Ik kwam heel vaak in het museum, al vanaf de middelbareschooltijd. Vooral de islamitische cultuur uit de twaalfde en dertiende eeuw intrigeerde me. Niet de religieuze kant sprak me aan, maar de filosofie erachter, het monisme: het idee dat er maar één substantie is waar we allemaal deel van zijn.” Hij put er inspiratie uit. „Ik zie alles als een kringloop. Op mijn schilderijen laat ik vaak chaotische situaties zien. Die kun je ook beschouwen als het begin van iets nieuws. Voor het Wereldmuseum geldt dit evengoed.”

Hij is een begenadigd spreker, zo bleek al in 2011 tijdens de protesten tegen de bezuinigingen op de cultuursubsidies. Bij ‘bezettingsacties’ van kunstenaars in het Rijksmuseum en Boijmans voerde hij het woord. En hij is als kunstenaar gewend om grondig vooronderzoek te doen voor zijn schilderijen. Die welbespraaktheid en onderzoekende houding kwamen hem van pas bij de actie om het Wereldmuseum te redden. „Ik ontdekte dat de hele collectie ingepakt stond in het depot, en dat de huur van het depot was opgezegd. Het museum zelf was een vitrine voor handelaren in etnografica geworden. Ook bleek de raad van toezicht van het museum niet meer in functie te zijn. Ik vraag me weleens af hoe het was afgelopen als ik niet aan de bel had getrokken.”

Zijn brieven aan het college van Burgemeester en Wethouders en optredens als inspreker bij gemeenteraadsvergaderingen leidden ertoe dat er twee onafhankelijke onderzoeken werden ingesteld. De uitkomsten waren zo schokkend dat museumdirecteur Stanley Bremer, die onder meer een hotel en een datingservice in het museum had willen vestigen, direct het veld moest ruimen.

Enorme aanvaring

Zelf heeft hij Bremer maar één keer ontmoet, tijdens een publiek debat. „We kregen een enorme aanvaring, want ik zei dat veel in het museum crap was. Daarmee bedoelde ik de tentoonstellingen, maar hij eiste dat ik tien voorwerpen zou noemen die crap waren. Ziedend was ik, want hij draaide de boel om. Niet ik, maar hijzelf vond de collectie niet de moeite waard om te bewaren.”

Niet alleen Bremer treft blaam, benadrukt Den Otter. „Ook de gemeente heeft steken laten vallen, dat hebben die rapporten glashard aangetoond.”

Hij heeft zich verbaasd over het advies dat de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur in juni uitbracht over het museum. „Die vindt dat de gemeente de subsidie moet verlagen, van 4,35 miljoen euro naar 4,5 ton. Een probleemanalyse ontbreekt geheel in dat advies. Dus: er is geen diagnostiek en ook geen behandelplan, maar er moet wel euthanasie plaatsvinden.”

De kunstraad wilde het geld dat zou vrijkomen gebruiken voor vernieuwing in de culturele sector. Den Otter: „Een bestaand instituut opofferen voor vernieuwing, dat is niet slim maar onbezonnen. Je moet gewoon in beide investeren. Dat kost meer geld, maar de stad profiteert daar ook ongelooflijk van. Niemand komt naar Rotterdam voor de kwaliteit van de kroketten, het gaat altijd om cultuur.”

„We kregen een enorme aanvaring, want ik zei dat veel in het museum crap was”

Het advies van de kunstraad heeft de wethouder Cultuur, Pex Langenberg, „in grote problemen gebracht”, zegt Den Otter. „Die moest een Houdini-act opvoeren om uit deze knoop te ontsnappen.” De wethouder maakte vandaag bekend dat er extra geld is gevonden om het museum open te houden. Dat geld krijgt het museum op voorwaarde dat het nauw gaat samenwerken met de drie volkenkundige rijksmusea elders in het land. Gesprekken daarover tussen de musea lopen al een tijdje. Een fusie wordt het niet. De rijksmusea, die sinds 2014 samen het Nationaal Museum voor Wereldculturen vormen, stellen slechts hun gezamenlijke expertise beschikbaar om de collectie van het Wereldmuseum te beheren. Het Rotterdamse museum kan dat zelf niet meer, omdat Bremer destijds al het wetenschappelijke personeel heeft ontslagen.

Historisch besef

Den Otter vindt het een verstandige oplossing, hoewel hij zelf een voorkeur had voor intensivering van de samenwerking tussen Rotterdamse musea. „Het belangrijkst vind ik dat de collectie van het museum bewaard en ontsloten wordt voor de stad.” Hij hoopt dat de gemeenteraad, die in november ‘ja’ of ‘nee’ moet zeggen op het voorstel van de wethouder, „meer historisch besef” zal laten zien dan de kunstraad. „Het Wereldmuseum heeft een unieke relatie met Rotterdam. De etnografische collectie, die van het hoogste niveau is, is vanaf de negentiende eeuw bijeengebracht door de burgers van deze stad. Reders en handelaren die naar Afrika en andere streken gingen, namen voorwerpen mee terug die ze aan het museum schonken. Je kunt de jaarringen van de groei van Rotterdam als wereldstad terugvinden in de collectie.”

Als de samenwerking doorgaat, wil hij de partnermusea één advies meegeven: „Het Wereldmuseum mag geen filiaal worden waar alleen maar tentoonstellingen uit Leiden, Amsterdam en Berg en Dal worden neergezet.” Als het nodig is, komt Den Otter zo weer in actie. „Ik zal blijven volgen of de Rotterdamse programmering voldoende ruimte krijgt. Zo niet, dan ontwaakt de activist in mij zeker weer.”

Tondo Mondo hangt tot februari op zaal in Museum Boijmans Van Beuningen. Werken uit de serie World Stress Painting zijn van 22-25 sept te zien op Amsterdam Drawing en bij Reuten Galerie in Amsterdam.