‘Goeie pot’

Kijken naar het Nederlands voetbalelftal begint voor mij een vorm van zelfkwelling te worden. Misschien moet ik er een tijdje mee ophouden, al zal dat niet gemakkelijk worden: afkicken van een levenslange verslaving. Of moet ik dat tandenknarsende volgen van slecht voetbal juist zien als een onmisbaar onderdeel van die verslaving?

Het is nu al zo slecht met me gesteld dat ik niet eens meer kan genieten van wat de kenners gisteravond na de wedstrijd tegen Zweden als een ‘goeie pot’ beschouwden. Behalve over het resultaat – kleinigheidje – was iedereen dik tevreden over het bereikte niveau.

Pierre van Hooijdonk: „Goed gespeeld, alleen verzuimd doelpunten te maken.” Youri Mulder: „Over het spel hoeven we niet ontevreden te zijn.” Davy Klaassen: „Dit is zo’n wedstrijd dat het effe tegenzit… Dit was gewoon een goeie pot.” Coach Blind: „We hebben een goeie wedstrijd gespeeld. Een hele goeie teamprestatie.” Henk Spaan: „Ze speelden compact.” Verslaggever Willem Vissers in de Volkskrant: „Een team met saamhorigheid en veerkracht, met vleugjes klasse en ontluikend zelfvertrouwen.”

Ik besefte dat mijn chagrijn, opgebouwd door het missen van het Europees kampioenschap, mij met blindheid (sorry Danny en Daley, geen naamgrap) geslagen had. Ik had kennelijk geen oog meer voor al die ontluikende vleugjes klasse en terugkerend zelfvertrouwen. Ik zag nog steeds een moeizaam en omslachtig spelend elftal, dat zich zelfs met een zwakke tegenstander als dit Zweden nauwelijks raad wist.

Goed, Nederland werd in de slotfase bestolen door de scheidsrechter, maar had iemand vreemd opgekeken als de Zweden er nóg een goaltje in hadden gefrommeld na een of andere vreemde manoeuvre van een Nederlandse verdediger? Wat Strootman zichzelf aandeed voor de rust, is symptomatisch geworden voor dit elftal, misschien zelfs voor het Nederlandse voetbal (zie Ajax), al wil ik nog een voorzichtig voorbehoud maken voor PSV.

Naar verdedigers als Veltman, Janmaat, Bruma, Van Dijk en Willems (goddank gisteren geblesseerd) kan ik nauwelijks meer kijken zonder een hartverzakking nabij te zijn. Wat gaat-ie nou weer doen? Uitglijden, balletje onder de voet door, verkeerd dekken, zich laten wegduwen?

Ook de teruggekeerde Janmaat werd gisteren geprezen, maar ik zag een back die tweemaal volledig werd uitgespeeld en die niet in staat was ook maar één bruikbare voorzet te geven. Bruma en Van Dijk? Langzame, onhandige houten klazen.

Komen we bij het middenveld. Wijnaldum? Deed hij mee? Strootman: slechte tweede helft. Klaassen: vier opgelegde kansen gemist. Voorhoede: Promes, Blinds oogappeltje: weer niets gelukt. In dit elftal haalden eigenlijk alleen de voorhoedespelers Sneijder en Janssen een redelijk niveau.

Wesley Sneijder is een verhaal apart. Iedereen, hijzelf incluis, weet dat hij niet meer zo goed is als hij was. Maar er zit nog zoveel pure klasse in zijn slijtende botten dat hij na zo’n wedstrijd door de Zweden kan worden uitgeroepen tot de beste speler van het veld. Leuk voor hem, maar het is ook een testimonium paupertatis voor het voetbal dat in landen als Zweden en Nederland wordt gespeeld: de beste man was degene die zijn beste tijd had gehad.

Dé opvolger van Sneijder in het Nederlands elftal had Hakim Ziyech moeten worden, maar die heeft Blind naar Marokko laten gaan. „Lazer maar op.”