Glimlachen maakt toch niet gelukkig

Psychologie

Het klassieke experiment waaruit bleek dat glimlachen gelukkig stemt kon niet worden nagedaan, niet door 17 onderzoeksgroepen.

Van een geforceerde glimlach zou je vrolijker worden. Maar het experiment erachter klopt niet. Fotodienst NRC

Glimlach en je voelt je gelukkiger. Het is een fijn psychologische weetje waaronder het fundament zojuist is weggezakt. In een groots opgezet herhalingsonderzoek blijft van het achterliggende experiment niets over. „Wij vonden geen enkel bewijs”, zegt methodoloog Eric-Jan Wagenmakers van de Universiteit van Amsterdam die het onderzoek begeleidde.

Het oorspronkelijke glimlach-experiment stamt uit 1988. Psycholoog Fritz Strack en twee collega’s lieten toen proefpersonen pennen tussen hun tanden klemmen om ongemerkt een glimlach te forceren. Deze groep beoordeelde krantenstrips daarna als grappiger dan proefpersonen die pruilend een pen tussen de lippen balanceerden.

Charles Darwin

Het experiment ging de literatuur in als de volmaakte bevestiging van de facial feedback-hypothese: een oud idee, ooit nog door Charles Darwin geöpperd, dat gelaatsuitdrukkingen emoties beïnvloeden.

17 onderzoeksgroepen uit 9 landen hebben het klassieke experiment van Strack nu herhaald. Hun bevinding: glimlachen maakt strips níet leuker. Het artikel van Wagenmakers en collega’s wordt binnenkort gepubliceerd door het tijdschrift Perspectives on Psychological Science.

Replicatie-onderzoek is in zwang onder psychologen. Psychologen nemen klassieke experimenten opnieuw onder de loep nu er meer aandacht is voor dubieuze onderzoekspraktijken en perverse prikkels.

Het was nota bene Strack zelf die voorstelde om zijn glimlach-onderzoek uit 1988 te repliceren. „Dapper”, vindt Wagenmakers nog steeds. Strack, inmiddels hoogleraar in Würzburg, leverde vervolgens de oorspronkelijke materialen zoals strips aan de repliceerders, maar wilde verder niet meewerken. „Persoonlijk gaf ik deze replicatie 30 procent kans van slagen”, zegt Wagenmakers. „Ik ben van nature sceptisch. Het is jammer dat het experiment geen stand houdt, maar ik ben niet verbaasd.”

Niet meer grappig

Strack is wel verrast. „Jammer genoeg geven de onderzoekers geen enkele verklaring waarom de uitkomsten nu anders zijn. Het zou interessant zijn dat te onderzoeken. Misschien zijn strips uit de jaren 80 niet meer grappig. Of er zijn culturele verschillen. Eén van de onderzoeken is in Turkije gedaan.”

Wagenmakers is niet onder de indruk van Stracks kritiek. „Niet één van de 17 onderzoeken gaf een statistisch significant resultaat. En we hebben van tevoren getest of de strips grappig waren. Dit was bijna een perfecte replicatie”.

Kan de facial feedback-hypothese dus de prullenbak in? „Nee, nee, nee”, zegt Strack. „Er zijn sinds 1988 talloze onderzoeken verschenen die het effect wél aantonen. Ik denk nog steeds dat het bestaat, al is het misschien niet zo robuust.” En ook Wagenmakers vindt dat deze mislukte replicatie nog niet betekent dat de achterliggende hypothese niet klopt.

Wagenmakers is ook niet bang dat de mislukte replicatie verdere reputatieschade betekent voor de psychologie. „Je kunt dit negatief interpreteren en gniffelen om de psychologen die er weer niets van kunnen”, zegt Wagenmakers. „Ik bekijk het liever positief: zó doe je goede wetenschap.”