Een Bartje plegen!

0610CULellen1

Op een feestje zijn er altijd bepaalde verwachtingen: dat je met mensen praat, het niet over dierproeven hebt en glimlacht tot je erbij neerstort. Wat ik daardoor jarenlang het allerleukste aan feestjes vond, was naar huis gaan. Het vertrek was echter meteen het stressvolste gedeelte van zo’n bijeenkomst. Ik was bang voor alles wat er kon gebeuren als je je aftocht aankondigde: de zeurvragen (‘Je werkte toch aan een roman? Vertel daar eens uitgebreid over’), de emo’s die op de valreep opeens hun hart bij je gaan uitstorten (in de hulpverlening noemen we dat het deurknopmechaniek) of de types die je overhalen om nog één drankje te nemen en vervolgens vergeten dat je er bent. Ik zag zo tegen gedag zeggen op, dat ik vaak uren langer dan noodzakelijk bleef.

Zo ging het jarenlang, totdat ik op een gegeven moment iemand ontmoette die tijdens feestjes zomaar verdween. Vaak ontdekte ik pas na een uur dat hij al weg was. Toen ik hem ermee confronteerde, zei hij: „Ik heb gewoon een Bartje gepleegd.” Bart was een vriend van hem die een hekel aan gedag zeggen had en zich het liefst ongezien uit de voeten maakte. Na klachten van zijn omgeving maakte hij met hen de volgende afspraak: als men hem betrapte op ertussenuit piepen, gaf hij een rondje. Zijn afscheidsneigingen werden zo voor beide partijen plezierig. Bart heeft bijvoorbeeld feesten verlaten door zich door coniferen heen te wurmen, zich uit slaapkamerramen op garagedaken te laten zakken en door met een medeplichtige van jas en pet te ruilen. Van sociaal onaangepaste werd hij zo een alom bewonderde ontsnappingskunstenaar.

Sinds ik dit verhaal ken, zeg ik nooit meer gedag op feestjes, waardoor ik opeens naar veel meer feestjes ga. Ik geniet meer van de gesprekken nu ik weet dat ik zelf bepaal wanneer ik wegga, zonder dat ik me er schuldig over voel (want hé, het is een sport/kunstvorm). En als ik achteraf hoor dat mensen het vreemd vonden dat ik geen gedag heb gezegd, antwoord ik dat het geen karakterinfarct van mijn kant is, maar een gewoonte die ik in de loop der jaren ben gaan koesteren. Meestal kijken ze je daarna bewonderend aan. Ik durf te stellen dat ik door me asociaal te gaan gedragen, een stuk socialer ben geworden. Het enige wat ik ervoor hoef te doen, is minder aanwezig te zijn. Hoera!

Ellen Deckwitz heeft op deze plaats een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.