‘Onmenselijke behandeling’ na brand in detentiecentrum Rotterdam

Detentiecentrum

In mei brak brand uit in de vreemdelingendetentie in Rotterdam. Drie hulporganisaties hebben kritiek op de aanpak van dit incident.

Het detentiecentrum in Rotterdam. Foto Martijn Beekman / ANP

„Ik hoorde bewaking over de gang rennen. Brand! Brand! Er kwam zoveel rook. Iedereen bonkte op de ramen en deuren.Mensen huilden en dachten dat ze dood zouden gaan omdat ze geen lucht konden krijgen. De brandweer kwam pas na een half uur.” Dit vertelde een vreemdeling aan het meldpunt Vreemdelingendetentie een dag na een brand in het vreemdelingendetentiecentrum Rotterdam op 25 mei.

Er ging die avond veel fout, schrijven Amnesty International, het Meldpunt Vreemdelingendetentie van de Stichting LOS en Dokters van de Wereld vandaag in een brief aan staatssecretaris Dijkhoff (Justitie, VVD).

Centrale deurontgrendeling ontbrak, zodat opgesloten vreemdelingen moesten wachten tot ze één voor één door de brandweer werden bevrijd.

De organisaties hebben zelf onderzoek gedaan, nadat ze verschillende klachten hadden ontvangen van gedetineerden. Ze willen dat Dijkhoff de gang van zaken rond de brand alsnog laat onderzoeken.

De brand ontstond toen een gedetineerde Algerijn zijn matras in brand stak. Om 19.15 uur werd de brand gemeld, waarna brandweer en hulpdiensten massaal uitrukten. De bewakers wachtten op de brandweer met het uit hun cellen halen van de gedetineerde migranten. Wel deden ze hier en daar het luikje in de deur open, waardoor de rook naar binnen kwam. De vreemdelingen stonden naar eigen zeggen doodsangsten uit.

Isoleercel

Ten minste vijf mensen zijn direct toen de brand onder controle was in een isoleercel vastgezet, nadat ze waren gevisiteerd (uitgekleed en bekeken door bewakers). De 25-jarige brandstichter, die al verschillende keren met het meldpunt contact had gehad, werd na de brand in de isoleercel geplaatst. Dat gebeurde ook met vier andere mannen, wegens fysiek en verbaal agressief gedrag. Volgens henzelf kwam het verbale geweld in grote mate voort uit de stress en onzekerheid waarin ze tijdens de brand hadden verkeerd. Van fysiek geweld was volgens de vreemdelingen geen sprake. Drie van hen moesten voor straf tien dagen in de isoleercel verblijven. Een vierde man werd na een nacht in de isoleercel voor straf 24 uur op zijn eigen cel afgezonderd. Volgens de organisaties is dat een veel te zware straf. Uit het rapport: „Plaatsing in de isoleer als straf vinden wij volstrekt ontoelaatbaar en inhumaan.”

De organisaties missen direct adequaat optreden. Na de evacuatie stonden mensen op sokken urenlang op de luchtplaats, zonder eten, drinken of dekens. De minimumtemperatuur die dag was een kleine acht graden.

Daarnaast missen ze vooral ook de menselijke benadering. Er was na de brand geen „bijzondere psychische zorg of geruststelling”, die kwam er ook niet in de dagen erna. Ook werd niemand medisch onderzocht terwijl verschillende mensen last hadden van ogen en luchtwegen door de rook.

Volgens de organisaties zijn de normen niet opgevolgd die de Onderzoeksraad voor Veiligheid opstelde in zijn rapport na de brand in het detentiecentrum op Schiphol, in oktober 2005. De onderzoeksraad deed na die brand aanbevelingen op allerlei vlak maar wijst in eerste instantie op de praktische, sociale en emotionele steun. „In de eerste dagen na een gebeurtenis gaat het om het herstellen van het gevoel van veiligheid, het hervinden van controle, het stimuleren van wederzijdse hulp onder getroffenen, het leggen van contact en hereniging van verwanten, het bevorderen van zelfredzaamheid.” Uit de brief aan de staatssecretaris:

„Tijdens en na de brand in Rotterdam lijkt het erop dat gedetineerde vreemdelingen niet de zorg kregen die gepast is tijdens en na een dergelijke ingrijpende gebeurtenis.”

De organisaties vragen de staatssecretaris het opsluiten van vreemdelingen in een gevangenis af te schaffen. De opgesloten vreemdelingen hebben meestal geen strafbare feiten gepleegd maar zitten daar in afwachting van uitzetting of de uitkomst van hun asielverzoek. De ellende die opsluiting met zich meebrengt staat niet in verhouding tot het doel: de vreemdeling beschikbaar houden voor uitzetting.