Beschuldiging van chloorgasaanval door regime van Assad in Aleppo

Burgeroorlog Syrië

Opnieuw wordt de Syrische regering beticht van het gebruik van chemische wapens, een mogelijke schending van afspraken.

©

Helikopters van de Syrische regering hebben dinsdag volgens een lokale noodhulporganisatie een wijk in de stad Aleppo die in handen is van opstandelingen bestookt met vatbommen vol chloorgas. Daarbij zouden tachtig mensen gewond zijn geraakt, onder wie 37 kinderen. Tien van de gewonden zouden er ernstig aan toe zijn.

Als bewijs van deze beschuldiging publiceerde Syria Civil Defense, een neutrale organisatie van enige duizenden vrijwilligers die door de oorlog getroffen burgers probeert te helpen, op zijn Facebookpagina video-beelden waarop te zien is hoe volwassenen en kinderen in ernstige ademnood in het ziekenhuis zuurstofmaskers krijgen opgezet. Eerder waren ze met water uit een slang schoon gespoten. Hun kleding zou sterk naar chloor hebben geroken.

Een van de hulpverleners, Ibrahim Alhaj, zei dat hij snel naar de dicht bevolkte oostelijke wijk al-Sukkari was gegaan nadat helikopters van het regeringsleger vatbommen hadden afgevuurd die volgens hem vier chloorcilinders bevatten. Ook hij had ademhalingsproblemen gekregen maar hij had dat naar eigen zeggen ondervangen met een masker dat gedrenkt was in zout water.

Wie grote hoeveelheden chloorgas binnenkrijgt, kan daaraan overlijden. Kleinere doses kunnen de longen ernstig beschadigen. Inademen van chloorgas leidt tot acute ademhalingsproblemen en kan ook tot braakneigingen leiden.

Het bericht kon niet meteen door onafhankelijke deskundigen worden geverifieerd. Ook in augustus beschuldigde Syria Civil Defense het regime van president Bashar al-Assad al van twee aanvallen met chloorgas. Een commissie van de Verenigde Naties doet nog onderzoek naar een daarvan. De regering op haar beurt heeft de opstandelingen beschuldigd van het gebruik van gifgas.

Officieel beschikt het regime van Assad niet langer over chemische wapens, nadat onder supervisie van de VN en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in 2013 en 2014 zijn voorraden chemische wapens en bestanddelen daarvoor zijn ontmanteld.

Desondanks stelde een groep internationale experts eind augustus vast dat zowel de Syrische regering als strijders van Islamitische Staat in 2014 en 2015 aanvallen hadden uitgevoerd, waarbij chemische wapens waren ingezet.

Na een staakt-het-vuren in grote delen van Syrië in februari, dat voor enige verlichting zorgde voor de geplaagde burgerbevolking, is de strijd de laatste maanden weer in alle hevigheid opgelaaid. Dat geldt in het bijzonder voor de stad Aleppo, die al vijf jaar in de frontlinie ligt. De VN-onderzoekscommissie voor Syrië constateerde in een recent rapport dat 600.000 mensen in plaatsen wonen die nu worden belegerd. De helft van hen zit vast in Aleppo.

Al weken onderhandelen de Verenigde Staten en Rusland over een nieuw bestand in Syrië. Turkije zegt zich in het bijzonder in te spannen voor een staakt-het-vuren in Aleppo, dat al deze week zou moeten ingaan.

Intussen zouden deze woensdag in Londen vertegenwoordigers van de Syrische oppositie overleggen met de Britse minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson en enkele collega’s van Westerse en Arabische landen over de toekomst van Syrië.