Woede om repressie en landjepik

Ethiopië

Een Nederlandse bloemenkwekerij besluit te vertrekken uit Ethiopië na massale vernielingen door boze betogers.

Ethiopische werknemers op bloemenkwekerij Roshanara Roses in Debre Zeit in Oromia. Foto Jose Cendon/Getty

„Voorlopig moeten we het houden op uit de hand gelopen woede van de bevolking die vreest voor verlies van traditionele landrechten.” Dat schreef minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) in januari aan de Kamer (PDF). Ze reageerde op de vernieling van drie Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven in het midden van Ethiopië. De lokale bevolking van Oromia protesteerde tegen land grabbing , het inpikken van grond door de overheid ten behoeve van buitenlandse investeerders en voor de voorgenomen uitbreiding van de hoofdstad Addis Abeba.

Nu worden Nederlandse en andere buitenlandse investeerders geconfronteerd met een nieuwe golf van geweld, ditmaal in het gebied van de Amharen rond de stad Bahir Dar in het noorden. Vorige week werd daar een vijftal tuinderijen aangevallen. Het zwaarst getroffen is de Nederlandse tak van Esmeralda Farms, in de jaren zeventig opgericht door de deze zomer overleden Duitse Amerikaan Peter Ullrich en sindsdien uitgegroeid tot een van de grootste spelers in de mondiale bloemenhandel. Maandag maakte de Nederlandse bv bekend dat alle 600 werknemers in Ethiopië hun baan verliezen, alsmede de 14 werknemers op het kantoor in Aalsmeer.

De bloemenkwekerij van Esmeralda werd niet alleen in brand gestoken, betogers hebben er urenlang rondgelopen om alles systematisch te vernietigen en spullen te stelen. Het stinkt er naar chemische substanties die doelbewust overal zijn uitgegoten. Bewoners in de omgeving vertellen dat de aanvallers niet uit hun buurt kwamen.

Gecoördineerd protest

embed-3-large

Dat bevestigt het vermoeden dat de protesten in de regio rond Bahir Dar en het nabij gelegen Gondar steeds meer worden gecoördineerd. Er zijn geen aanwijzingen dat de Amhaarse betogers samenwerken met de Oromo’s, maar de opstanden van beide stammen beïnvloeden elkaar wel. De oppositie in de diaspora, in buurland Eritrea en in de VS, roept via sociale media op tot meer protest.

De motieven van de betogers uit alle delen van Ethiopië komen overeen. Er bestaat, zoals minister Ploumen in januari schreef, ongenoegen over het inpalmen van land door de overheid om, in het kader van economische modernisering, grote landbouwbedrijven op te zetten. Maar op de achtergrond speelt ook het gegeven mee dat Ethiopië historisch gezien een zwakke natie is, gebouwd op een coalitie van volkeren die door de eeuwen heen werd gesmeed door de legers van talrijke keizers. Vandaag de dag vertaalt zich dat in ongenoegen bij de Oromo’s en de Amharen over de dominante positie van de Tigreeërs, een veel kleinere bevolkingsgroep, in het overheidsapparaat en in de regering van het Ethiopische Democratische Revolutionaire Volksfront (EPRDF).

Economische modernisering

Sinds het overlijden in 2012 van de sterke man Meles Zenawi wordt de regering aangevoerd door premier Haile Mariam Desalegne. Onder diens regie is Ethiopië de afgelopen jaren verder gegaan op het pad van economische modernisering, onder andere door het op gunstige voorwaarden aantrekken van buitenlandse investeerders. Maar volgens waarnemers mist Desalegne het charisma en het intellect van zijn voorganger.

De modernisering heeft geleid tot grote groeicijfers en toenemende werkgelegenheid. Maar tegelijkertijd is door de technocratische aanpak vanuit Addis Abeba bij veel bevolkingsgroepen in de regio een groeiend gevoel van vervreemding en buitensluiting ontstaan. In Oromia schoten de veiligheidstroepen sinds november vermoedelijk 500 mensen dood, in het pas onlangs door betogingen getroffen woongebied van Amharen vielen honderd doden. Dat repressieve optreden wakkert de woede tegen de regering nog eens aan.

130 Nederlandse bedrijven

Het getroffen tuinbouwbedrijf van Esmeralda Farms was pas sinds vorig jaar in productie, en nog in opbouw. Voorheen haalde het bedrijf in Aalsmeer zijn bloemen uit Latijns-Amerika.

embed-1-large

Inmiddels zijn rond de 130 Nederlandse bedrijven actief in Ethiopië. Voor zover bekend heeft nog niemand besloten om, zoals Esmeralda Farms, weg te gaan. Maar de bezorgdheid is groot. „De bedrijven zijn de dupe geworden van een intern conflict dat al langer in Ethiopië speelt”, schrijft de Ethiophian-Netherlands Business Assiciation (ENLBA). Ze zegt dat de demonstranten handelen uit woede over schending van mensenrechten en gebrek aan persvrijheid. Dat gedwongen landonteigening de oorzaak is, is volgens de ENLBA niet waar. „Boeren krijgen altijd een compensatie die wordt vastgelegd in overleg met hen.”

Ook minister Ploumen zit op die lijn. Net als in januari heeft ze de Ethiopische overheid gevraagd de Nederlandse bedrijven te beschermen. En opnieuw dringt ze, net als de ondernemers, bij de regering aan op het zoeken naar een politieke oplossing. Dat wil zeggen: „een dialoog aangaan met de oppositie om de dieperliggende oorzaken aan te pakken”, zegt een woordvoerder.

Zo’n dialoog is nog steeds niet tot stand gekomen, en de protesten gaan door. Maar na de aanvallen van vorige week zijn er geen nieuwe meldingen gekomen van geweld. Vooralsnog wil de minister daarom het beleid niet veranderen en doorgaan met het stimuleren van duurzame ontwikkeling, investeringen en werkgelegenheid in Ethiopië met inbreng van Nederlandse ondernemers – in de hoop op democratische vooruitgang.