Wat gebeurde er met moordenaar van de ‘architect van de apartheid’?

Dinsdag is het precies 50 jaar geleden dat de Zuid-Afrikaanse apartheidsarchitect Hendrik Verwoerd werd vermoord. In Zuid-Afrika weten ze nog steeds niet wat ze met de moordenaar aan moeten. Was hij gek of politiek bewust?

Hendrick Verwoerd in 1961. Foto ANP

Op 6 september 1966 bracht de parlementsbode Demitrios Tsafendas (1918-1999) de Zuid-Afrikaanse premier Hendrik Verwoerd met vier messteken om het leven. De dood van de man die de bijnaam ‘architect van de apartheid’ had, dompelde het land in diepe rouw.

Verwoerd verloren, rampspoed geboren – zo was de bedrukte sfeer nog het best te typeren. De staatstelevisie toonde beelden van huilende (witte) vrouwen die gestrekt op straat publiekelijk hun verdriet ten toon spreidden. Bij de staatsbegrafenis waren 25.000 mensen aanwezig.

De moord was – voor de witte Afrikaners – volkomen onbegrijpelijk. Het leek een vlaag van razernij waardoor Tsafendas werd bezield. Vier keer haalde hij uit met zijn mes, en het was raak: 15 cm in de long, 13 cm tussen de ribben, eentje ketste af op de ribben en eentje was 12 cm bij het hart vandaan. Aan politieke motieven werd niet gedacht, tenminste niet hardop.

Betekenisloze man

Om dat zo te houden werd er snel gehandeld. Tsafendas werd onmiddellijk weggestopt, en nauwelijks berecht. De rechter van dienst oordeelde dat het onmogelijk was deze man een straf op te leggen. ‘I can as little try a man who has not at least the makings of a rational mind as I could try a dog or an inert implement. He is a meaningless creature.’

De onderliggende boodschap was duidelijk. Tsafendas had geen betekenis, dus had ook zijn daad geen betekenis. Het idee van de waanzin leidde er weliswaar toe dat Tsafendas niet de doodstraf kreeg, maar het lot dat hem nu was toebedeeld, was weinig beter. Weggestopt en vergeten. Zijn lot was vergelijkbaar met dat van vele ‘mentaal gestoorden’ in dictaturen of twijfelachtige democratieën.

Het beeld van ‘de gestoorde man’ veranderde enigszins na 1989, toen Zuid-Afrika een democratie werd, maar gek genoeg veranderde er voor Tsafendas niet heel veel. Een hernieuwde status zat er voor een man die door jaren van eenzame opsluiting daadwerkelijk verward was geworden niet meer in.

Huilen, zingen en zwijgen

Een van de mensen die zich om het lot van Tsafendas bekommerde, was de in Nederland geboren en in Zuid-Afrika opgegroeide schrijver Henk van Woerden. Hij besloot in de jaren negentig het leven van Tsafendas te reconstrueren en deed wat bijna niemand in de dertig jaar daarvoor had geprobeerd: praten met Tsafendas. Dat viel niet mee. In de eerste plaats omdat het vele jaren en evenveel verzoeken had gekost om contact te krijgen. Telkens werd zijn verzoek afgewezen, totdat hij eind maart 1998 eindelijk groen licht krijgt.

(c)

dagboekfragment. (c)

Van Woerden vertrekt naar Sterkfontein Hospitaal, een psychiatrisch ziekenhuis, om daar een moordenaar aan te treffen die zowel psychisch en fysiek een wrak is, en bovendien nauwelijks verstaanbaar, maar daarom niet minder blij dat er iemand naar hem wil luisteren. De man die jaren in eenzaamheid heeft doorgebracht, praat aan een stuk door. Hij praat graag over zijn verleden, maar is verward. Meerdere malen geeft hij aan met zijn moeder te willen spreken, namen van schepen en die van zijn zuster haalt hij door elkaar.

Maar Van Woerden houdt vol – en neemt bij elkaar 5 uur aan opnames op vol huilen, zingen, zwijgen. In datzelfde jaar zou Henk van Woerden als eerste het verhaal destilleren van een man die zich uit balans voelde tussen twee culturen: het resultaat werd het nog steeds imposante Een mond vol glas.

“Ik heb er spijt van”

De tapes met de opnames en een spijtbetuiging liggen inmiddels in het Letterkundig Museum en zijn zo goed als vergeten, maar ze bieden ontroerend materiaal, en zijn ook in veel opzichten verrassend. Na twee dagen verhalen over zijn jeugd en pogingen tot reconstructie en enkele verhalen over een gevangenbewaarder stelt Henk van Woerden op de derde dag de hamvraag: „Herinner je je Verwoerd nog?”

Tsafendas begint te huilen en zegt: “Verwoerd, ja. Ik kende hem niet persoonlijk, ik had nog nooit met hem gesproken. Ik heb er spijt van.” Met lange uithalen, roept hij nog een paar keer: “Ik heb er spijt van wat er gebeurd is. Ik heb er spijt van. Het was een andere tijd. Ik ben niet zo’n soort man, het ligt niet in mijn aard iemand te vermoorden. Ik was ziek, ik had een demon in me, maar de dokters hebben me nooit willen opereren.” Om zijn woorden kracht bij te zetten, schrijft hij in een dagboek van Henk van Woerden in grote letters ‘I regret’.

Luister hier hoe de moordenaar van Hendrik Verwoerd spijt betuigt (1:52m)

Dit klinkt inderdaad als de daad van de psychisch getroubleerde geest, die in 1966 ook als zodanig was weggezet. Het klopt ook met de ziektegeschiedenis die Henk van Woerden achterhaalde: Tsafendas was al in 1935 schizofreen verklaard nadat zijn stiefmoeder hem had betrapt in bed met zijn halfzusje. En de lintworm waarvan een arts hem ooit bevrijd had, was ook een traumatische ervaring gebleven. De tapeworm is een demon. Tsafendas vertelt aan Henk van Woerden:

“Mijn stiefmoeder maakte een grote fout. De dokter had ontdekt dat ik een lintworm had. Ik kreeg een drankje van de apotheker. Ik kreeg een wond en ontdekte het beest in de wc-pot. Het was twee of drie centimeter. De apotheker had gezegd: gooi het niet weg. Je moet het me laten zien om te bestuderen. Mijn stiefmoeder spoelde het beest weg. De apotheker was boos.”

Vanaf dat moment liep Tsafendas rond met het idee dat niet de hele lintworm naar buiten was gekomen. Wanneer hij in 1955 door Frankfurt loopt, stapt hij een ziekenhuis binnen om zijn lintworm te laten verwijderen. Ze nemen hem enkele dagen op, zij het om hem te behandelen op de psychiatrische afdeling.

Maar er is iets vreemds aan de verhalen van Tsafendas over zijn gevangenschap. Hij werd namelijk niet behandeld als een psychisch gestoorde gevangene: hij werd wel degelijk mishandeld en geïntimideerd als de politiek gevangene, die hij niet zou zijn als men zijn daad werkelijk had gezien als die van een ‘meaningless creature’.

Schizofrene gek

Tsafendas werd na de moord afgevoerd naar Robbeneiland waar hij was afgesloten van de andere gevangenen. Contact had hij alleen met de bewakers, maar die behandelden hem als oud vuil door soms over zijn eten te urineren. Op andere momenten kwamen ze even binnen om klappen uit te delen. De intimidatie hield niet op: na zijn verplaatsing naar de gevangenis in Pretoria enkele jaren later, kreeg hij een cel onder de trap waar gevangen werden opgehangen. Het was dé manier om hem elke keer een terechtstelling te laten meebeleven.

Foto ANP

Robert Kennedy. Foto ANP

De strategie van de regering heeft gewerkt: Tsafendas is nooit ‘erkend’ als verzetsman die met geweld een politiek doel dichterbij wilde krijgen. Het imago van schizofrene, paranoïde gek bleef aan hem kleven.

Wat daarbij niet hielp was dat ook Tsafendas altijd vaag was over zijn motieven. Toch is een politieke achtergrond er wel degelijk ook geweest: volgens de Lyndon B. Johnson National Security Files over Zuid-Afrika, probeerde Tsafendas in juli 1966 in contact te komen met Robert Kennedy. Kennedy was op dat moment in Kaapstad om een speech te houden op de Cape Town University. Kennedy had er anti-apartheidsactivisten ontmoet, en hield zich, ook in de VS, al bezig met mensenrechten en de gelijke behandeling van blank en zwart. Zijn aanwezigheid was politiek, Tsafendas’ pogingen contact te leggen, kunnen niet anders dan politiek gezien worden.

Dit lijkt te suggereren dat Tsafendas politiek gemotiveerder was dan altijd was aangenomen. En tussen alle verhalen over zijn persoonlijke tragedie, vertelt hij op de dag dat Henk van Woerden voor het laatst bij hem op bezoek is waarom hij Verwoerd vermoordde:

“Een week voor de moord was er een vrouw op me afgekomen. Ze kwam uit Zuid-Afrika en zei tegen me: ‘Henkdrik Verwoerd is een immoreel mens’. Dat zei ze. Daarna zei ze tegen me dat ik een mes moest kopen. En zo is het begonnen. Ze was partijlid van de United Party. Ze stuurde me, ze maakte me boos. Ik ging naar het winkelcentrum en kocht een mes. In de winkel zei ik tegen de verkoopster: geef me een mes. Toen ze dat deed, zei ik: dat mes te klein, geef me een groter.”

Brief

Het was de versie die niet werd opgenomen in de officiële verhoren, de gedachte aan een politieke moord was uit den boze. Merkwaardig genoeg veranderde er ook na 1989 weinig aan het beeld dat er van Tsafendas was geschapen. Hij mocht weg uit de zwaar bewaakte gevangenis en werd overgeplaatst naar een psychiatrische inrichting in Sterkfontein. Daar zou hij blijven tot aan zijn dood.

Schermafbeelding 2016-09-06 om 13.37.08

Ontzet over de verwaarloosde staat waarin Tsafendas anno 1998 nog steeds verkeert, stuurt Henk van Woerden een brief aan bisschop Desmond Tutu waarin hij om verzorging in een privékliniek vraagt voor de man die zo belangrijk voor de loop van de geschiedenis van de apartheid is geweest. Ruim een half jaar later komt er antwoord. De toenmalige minister van Gezondheid schrijft aan Henk van Woerden: ‘De staat betaalt niet voor patiënten in privé-instituties.’ En daarmee was de zaak-Tsafendas in het nieuwe Zuid-Afrika afgedaan. De man die de loop van de naoorlogse geschiedenis bepaalde, bleef weggestopt tot aan zijn dood op 7 oktober 1999. Voor zijn begrafenis wordt een bedrag ingezameld, slechts een handjevol mensen was aanwezig.