Recht & Onrecht

Orde, rust en reinheid zijn een collectief product

‘If there’s somethin’ strange in your neighborhood, Who you gonna call?’ uit de film Ghostbusters verwijst in de realiteit van nu naar een duizelingwekkend assortiment aan beveiligers en opsporingsdiensten. Veiligheid is de dorpsagent allang voorbij, maar volgt uit een netwerk van met de politie als ankerpunt. Bob Hoogenboom overziet het slagveld.

De politie (60.000 man/vrouw) is nog ‘slechts’ een van de organisaties in de veiligheidszorg. Er zijn 30.000 bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) die werken voor 1100 publieke (en private) instellingen. Wie bel je deze dagen als er iets vreemds gebeurt in de wijk? Bel je met een particuliere alarmcentrale die ook voor opvolging zorgt? Er zijn ruim 33.000 particuliere bewakers in ons land.

‘If there’s somethin’ strange in your neighborhood’

Who you gonna call? (Ghostbusters)

Wie bel je als er overlast is? De politie? De wijkagent? Stadstoezicht? De Stadsmarinier? De BOA? In de grote gemeenten hebben de diensten Stadstoezicht een sterkte van boven de 1.000.
If it’s somethin’ weird and it don’t look good
Who you gonna call?

Als er achter de voordeur iets lijkt te gebeuren met kleine kinderen dat het daglicht niet kan verdragen? Of, er dope wordt gedeald? Of, als de Stadsmarinier iets te close lijkt te zijn met de wijkmaffia? Als pubers in de ban  lijken te komen van dromen over het Kalifaat?  Wie belt Mustafa als er iets gebeurd in de straat. Wie bellen Henk en Irene als er een opstootje is?
I ain’t afraid of no ghost
If you’re seein’ things runnin’ through your head

In veel wijken zijn spoken. In Brabantse steden is het onderscheid tussen de informele drugseconomie en de wettelijke bedrijvigheid verdwenen. Er is polarisatie in de samenleving. Jonge mensen gaan naar Syrië en komen weer terug. In het publieke domein lopen steeds meer verwarde personen waarvoor de zorginstellingen geen budget meer hebben. Alles en iedereen vangt deze dagen ‘spoken’ in de vorm van opvangen, begeleiden, coachen, vangen, isoleren, onschadelijk maken en in het uiterste geval kapot maken.
Who can you call?
De Nationaal Coördinator veiligheid en Terrorismebestrijding? Of, bel je de AIVD? Er zijn meldpunten integriteit. We kunnen Meld Misdaad Anoniem bellen en het loket transportcriminaliteit of het Meldpunt  Misstanden van DNB. Het UWV heeft een meldpunt uitkeringsfraude. Hoezo politie als centrale organisatie?

An invisible man sleepin’ in your bed
Oh who you gonna call?
De Fraudehelpdesk? Het Huis voor de Klokkeluiders? De wijkagent? Een van de 30.000 BOA’s.

Er ontstaat een nieuwe gemeentepolitie naast de nationale politie. De BOA’s krijgen bevoegdheden, pepperspray, wapenstokken. Prima. Het is toch nog steeds het geweldsmonopolie van de overheid? En, grote evenementen, het uitgaansleven en sportwedstrijden worden gemonitord door particuliere bewakers. Behalve in Nederland zijn particuliere bewakers in de meeste landen al bewapend. Er is niets dat de politie doet dat ook niet door anderen wordt gedaan. Controle, toezicht, handhaving en zelfs opsporing (honderden particuliere recherchebureaus onderzoeken fraude) zijn onderdeel geworden van een gedifferentieerd veiligheidscomplex.

De politie onderscheidt zich van al de genoemde activiteiten door haar noodhulp, haar openbare ordehandhaving, haar strafrechtelijke onderzoekscapaciteit en kwaliteit, haar rol in bewaking en beveiliging van objecten en personen en de mogelijkheid van onmiddellijke opschaling in het hogere geweldspectrum. Dat is niet veranderd. En zal niet veranderen. Bekeuringen uitdelen, een wapenstok en pepperspray van BOA’s en zelfs bewapening van particuliere beveiligers vormen slechts een fractie van het geweldsmonopolie van de staat. Wie lamenteert over verwatering heeft weinig begrip voor de kracht van niet geringe betekenis van de Kmar, de persoonsbeveiliging, de DSI, de ME en arrestatieteams. Of, de aanwezigheid van de politie in het nachtleven in iedere stad. ‘Er zijn’ niets meer, niets minder. Maar wel van het ene op het andere moment in staat om te intervenieren. Deze functie van de politie is niet wezenlijk veranderd.

Toch zijn er commentatoren die moord en brand schreeuwen over de fragmentatie. Zij gebruiken grote woorden als ‘geweldsmonopolie’, ‘democratie’ en ‘wildgroei’. Of  van een bedreiging voor de politie. Een enkele romanticus wil een en ander integreren in de nationale politie. Een proces wat zich al decennia aftekent wordt in negatieve termen gegoten. Zonder enig begrip van de onderstromen.

Ik ben dan ook van een andere school. De politie wordt al decennia aangevuld met steeds meer handen en voeten van gemeenteambtenaren en particuliere beveiligers. Dit proces gaat onverminderd door. Er is ook op het veiligheidsdomein niet meer een coördinerend centrum. Een regisseur. Een spelverdeler. Afhankelijk van het onderwerp zijn er legio mogelijkheden. Veiligheid komt tot stand in steeds wisselende combinaties van burgers, diensten en bedrijven. Hier zijn geen blauwdrukken meer voor te maken. Professionals reageren, onderhandelen en improviseren in steeds wisselende combinaties. Het nettoresultaat is dat op heel veel momenten ogen, oren, handen, bonnenboekjes, wapenstokken en pepperspray ieder voor zich een kleine bijdrage leveren aan orde, rust en reinheid. De politiefunctie is weleens gedefinieerd als ‘een einde maken aan iets dat beter maar niet kan gebeuren. Nu!’. Steeds meer functionarissen doen dat en tegelijkertijd doet de overheid een toenemend beroep op burgers zelf. Veiligheid wordt steeds inclusiever doordat derden worden betrokken.

Een bedreiging voor de politie? Geenszins. Eerder  omgekeerd. Het nieuwe en het andere wordt losjes gekoppeld aan de politie. Door multi-teams, via opleidingen, door integratie van meldkamers, gezamenlijke briefings en door verbindingssystemen. Politiemensen gaan functies vervullen bij derden. Verwarring voor de burger? Blijkt mee te vallen. Eric Bervoets concludeert dat ‘burgers het belangrijk vinden dat er boa’s zijn maar ze (her)kennen hen nog onvoldoende als handhavers (er) liggen gouden kansen (voor imagoverbetering).

De hoofdvraag voor mij ligt niet zozeer in de fragmentatie. Ik heb ook niet veel sentiment over de gouden dagen van Bromsnor en de oom agent. De politieke functie van de politie is onveranderd. Onverminderd worden de taken van de politie uitgevoerd. De politie is in die zin blijvend een ankerpunt van veiligheid. In veertig jaar is daarnaast een andere wereld ontstaan. Ik heb geen interesse in ‘achterhoedegevechten’.

Wel heb ik interesse voor kwaliteit. Net als de politie open en eerlijk moet zijn dienen derden in de veiligheid dat ook te zijn. Er zijn iedere dag duizenden interacties met het publiek. Houding en gedrag zijn belangrijk. Evenals kennis van bevoegdheden en (on)mogelijkheden van geweldstoepassing. Hierover dienen we te praten. En, over klachten en toezichtprocedures. Dan kunnen we met recht met al deze Ghostbusters bellen.

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode en bijzonder hoogleraar Politiestudies en Veiligheidsvraagstukken aan de VU. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld.

 

 

Blogger

Bob Hoogenboom

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode waar hij 'fraude en witwassen' in de accountantsopleiding en 'governance/corporate governance & pps' in het modulair MBA-programma doceert. Samen met Marc Schuilenburg geeft hij het mastervak 'Politie en Veiligheid' aan de VU. Bob schrijft blogs op maatschappijenveiligheid.nl en accountant.nl over actuele fraude- en politievraagstukken en twittert als @abhoogenboom. Sinds 1988 is hij als part time docent verbonden aan de Politieacademie. Voor zijn proefschrift Het Politiecomplex (1994) ontving hij de Publicatieprijs van de Stichting Maatschappij en Veiligheid.