Mel Gibsons nieuwe gooi naar genade

Profiel Mel Gibson Mel Gibson is behalve als acteur ook terug als regisseur. In zijn eerste regie in tien jaar overheersen thema’s waar Gibson zelf mee worstelt: God, oorlog en drankverslaving.

In Blood Father helpt een ex-bajesklant (Mel Gibson) zijn dochter (Erin Moriarty) die achterna wordt gezeten door Mexicaanse maffia.

Hoe zou hij zijn huidige verhouding met Hollywood in één woord omschrijven, wil een Italiaanse journalist weten op de persconferentie van Mel Gibson op het filmfestival van Venetië. „Overleven. Ik probeer te overleven, net als bijna iedereen.”

Hoe Gibsons hernieuwde poging tot een comeback – niet zijn eerste – na tien jaar in de wildernis van de Amerikaanse filmindustrie zal uitpakken, valt moeilijk te voorspellen. Maar Gibson maakt in ieder geval een goede kans om zichzelf weer in de kijker te spelen van de filmindustrie met zijn voortreffelijke, klassieke oorlogsdrama Hacksaw Ridge. Het is zijn eerste film als regisseur in tien jaar. De film was al voor de première op het filmfestival van Venetië verkocht aan alle landen van de wereld.

In het bloederige, op feiten gebaseerde Hacksaw Ridge speelt Andrew Garfield (Spider-Man) verpleger Desmond Doss die vanwege zijn christelijke geloofsovertuigingen weigert om de wapens op te nemen tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar niettemin dienst neemt in het Amerikaanse leger als verpleegkundige aan de frontlinie. Daarbij betoont hij zoveel persoonlijke moed bij het redden van gewonden, dat hij na de oorlog de Medal of Honor in ontvangst mag nemen. Doss redde de levens van 75 zwaargewonde soldaten, en was vanwege zijn religieuze overtuigingen ook niet te beroerd om gewonde soldaten van de vijand in veiligheid te brengen.

In Hacksaw Ridge kan de inmiddels 60-jarige Gibson laten zien wat hij het beste kan: grote gevechtsscènes filmen. Dat bewees hij eerder al met grote successen zoals Braveheart (1995), waarin hij een Schotse rebellenleider speelde die vecht tegen de Engelsen, en ook in zijn film over de ondergang van de Mayacultuur Apocalypto (2006) – volgens velen zijn beste film. Wat je ook van Gibsons vaak bloederige en vet aangezette esthetiek mag vinden, hij is een meester in scènes op het slagveld. En Hacksaw Ridge werkt toe naar drie grote, breed uitgesponnen slachtpartijen tijdens de slag om Okinawa van de Amerikanen met het Japanse leger.

Antisemitische uitbarsting

Hoe doet hij dat? Gibson, in Venetië: „Bij het filmen van gevechtsscènes is de helderheid het allerbelangrijkste. Je moet een impressie van chaos geven, met rook, artillerievuur en explosies. Maar de beelden zelf mogen niet chaotisch zijn. Je moet steeds duidelijk maken welke strategie er achter het gevecht zit, de bedoeling van elk individueel personage moet duidelijk zijn. Een gevechtsscène moet je bijna filmen zoals je een sportwedstrijd zou filmen.”

In Hacksaw Ridge komen drie thema’s samen die al zijn hele leven begeleiden: God, oorlog en drankverslaving. Een van de redenen dat Doss besluit nooit een wapen op te nemen, is dat zijn vader, die getraumatiseerd is teruggekeerd uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, aan de drank raakte en zijn moeder naar het leven stond. Ook Gibson heeft in het verleden gesproken over zijn levenslange worsteling met alcohol.

Tien jaar geleden kwam hij in opspraak door een antisemitische uitbarsting tegen een politieagent die hem had aangehouden wegen rijden onder invloed. („Are you a Jew? Jews are responsible for all the fucking wars in the world.”) Later lekten dronken woedeuitbarstingen uit tegenover zijn ex-vrouw die eveneens gekruid waren met raciale verwensingen. Scriptschrijver Joe Eszterhas maakte dubieuze uitspraken van Gibson openbaar, nadat hij met hem in conflict was geraakt over het scenario van de film die Gibson wilde maken over – nota bene – Judas Makkabeüs, de joodse leider die de opstand tegen de Romeinen leidde in de tweede eeuw na Christus.

Hollywood ontwaarde een patroon van racistische uitlatingen en deed Gibson in de ban. Zijn eerste grote rol als actieheld in lange tijd kreeg Gibson niet van Hollywood, maar van een Franse regisseur. In Blood Father van Jean-François Richet, vanaf deze week te zien in de Nederlandse bioscopen, speelt hij een getatoeëerde rouwdouwer die zijn dochter uit handen van drugsdealers moet zien te redden. Met die tweetrapsraket – als acteur en regisseur – hoopt Gibson eindelijk zijn lange periode in de wildernis achter zich te laten. Maar dat zal niet meevallen. De Amerikaanse filmindustrie is zich na alle ophef over de ‘zo witte Oscars’ juist meer bewust geworden van discriminatie en racisme in de filmwereld. Gibson heeft wat dat betreft het tij niet mee.

De tijd is voorbij dat Gibson op zijn naam dure passieprojecten van de grond kon tillen, zoals het extreme en bloederige The Passion of The Christ (2004), al heeft hij inmiddels wel een vervolgfilm aangekondigd die moet gaan over Jezus’ wederopstanding. Voor Hacksaw Ridge was hij een ingehuurde regisseur en moest hij genoegen nemen met een gemiddeld budget van 55 miljoen dollar. Festivaldirecteur Alberto Barbera liet zich overtuigen door de kwaliteit van de film, ondanks Gibsons „krankzinnige uitspraken” in het verleden, zo liet hij fijntjes weten. Gibson was dus gewaarschuwd: hij diende zich wel te gedragen in Venetië. En dat deed hij keurig. Gibson, inmiddels getooid met een volle grijze baard, sprak geen onvertogen woord tegenover journalisten op het festival.

Worsteling met alchohol

Wat Gibson ten val bracht, zijn dezelfde karaktereigenschappen die hem eerder veel succes brachten: zijn onmatigheid, roekeloosheid en hang naar risico. Bij bijna elk personage dat hij speelde schemert de nodige gekte door. Dat gold al voor de postapocalyptische actieheld Mad Max (1979), zijn doorbraakrol, die daarna twee vervolgfilms kreeg. En dat gaat ook op voor de Lethal Weapon-reeks, de vier films waarin hij tussen 1987 en 1998 naast Danny Glover te zien was als de roekeloze, suïcidale politieagent Martin Riggs. De Lethal Weapon-films zijn nog altijd het prototype van de buddy movie.

Zowel zijn worsteling met alcohol als zijn aartsconservatieve, katholieke opvattingen, kreeg hij naar eigen zeggen van huis uit mee. Zijn vader, Hutton Gibson, raakte ook al in opspraak door dubieuze uitspraken over de Holocaust („Grotendeels fictie”). Mel Gibson verhuisde op zijn twaalfde met zijn ouders van de Verenigde Staten naar Australië. Een van zijn zusters, zo wil de legende, meldde hem aan bij de toneelacademie van Sydney, in de hoop dat hij zo op het rechte pad zou blijven. Die klassieke acteeropleiding is hem altijd blijven achtervolgen. Een van de eerste films die hij maakte met zijn eigen productiemaatschappij, Icon, was zijn eigen versie van Hamlet (1990). Dat doen collega-actiehelden als Bruce Willis of Sylvester Stallone hem niet snel na. Misschien maar goed ook.

Gibsons fascinatie voor extreme fysieke omstandigheden en lichamelijk lijden zal iets te maken hebben met zijn katholieke inborst. Dat kwam niet alleen tot uiting in The Passion of the Christ. Zijn eerste film als regisseur, The Man Without A Face (1993), ging over een man die na een auto-ongeluk zwaar verminkt raakt aan zijn gezicht. Gibson heeft kennelijk een niet te onderdrukken neiging om zijn eigen ideaalbeeld steeds onderuit te halen, en worstelt in zijn films vaak met zijn persoonlijke obsessies. Soms levert die worsteling uitstekende films op. Hacksaw Ridge is goed genoeg om de ban van Hollywood te breken.

De vrienden van Mel

Niet heel Hollywood liet Mel Gibson de laatste jaren vallen. Actrice en regisseur Jody Foster raakte bevriend met Gibson op de set van Maverick (1994) en gaf hem de hoofdrol in haar geflopte, onderschatte film The Beaver (2011). Ze verdedigde hem tegenover The New York Times: „Ik weet dat de man die ik ken geen racist of seksist is.” Acteur Robert Downey Jr. deed in 2011 een openlijke oproep aan de filmindustrie om Gibson weer in genade aan te nemen. Downey kreeg hulp van Gibson, toen hij zelf eind jaren negentig niet meer aan de bak kwam vanwege zijn drank- en drugsproblemen. De Britse acteur Gary Oldman riep op om het verleden van Gibson nu eindelijk eens te laten rusten, maar moest kort daarop zelf zijn excuses aanbieden omdat hij de antisemitische uitlatingen van Gibson had gebagatelliseerd en goedgepraat.