Leuk, 130+ worden. Maar is de wereld er klaar voor?

Opinie Is het een zegen als mensen straks 130 of zelfs 1.000 jaar oud kunnen worden? Sta stil bij de gevolgen, betoogt Annelies Sturm.

Het viel me niet mee om bij de voorlaatste Zomergasten te blijven kijken naar Andrea Maier, hoogleraar gerontologie aan de VU en de universiteit in Melbourne. Het gemak waarmee de mogelijke gevaren van haar verouderingsonderzoek weggewuifd werden, verbijsterde. En het Zomeravondgesprek in NRC waarin ze met Cor van Zadelhoff van gedachten wisselde, gaf me evenmin de indruk dat ze serieus stilstaat bij de mogelijke gevolgen van dit soort onderzoeken. In beide gesprekken nauwelijks aandacht voor de ethische en sociale aspecten.

De toepassing van de resultaten van zo’n onderzoek kunnen een bedreiging vormen voor het leven op aarde, terwijl het door haar als een zegening voorgesteld wordt.

Als mensen straks 130 jaar, of ooit misschien wel 1.000 kunnen worden (zelfs het eeuwige leven, als we de biomedisch gerontoloog Aubrey de Grey mogen geloven), dan is het voor mij de vraag of dit gezien moet worden als een zegen voor de schepping of een bedreiging erger dan een kernramp.

Laten we er eens van uitgaan dat elke mens die daarvoor in aanmerking komt inderdaad 1.000 jaar oud zou kunnen worden, wie zijn dan de ‘uitverkorenen’ die de daarvoor noodzakelijke medicatie krijgen? En hoe zit het met de voortplanting, want overbevolking ligt dan op de loer. Wie mogen zich nog voortplanten en wie bepaalt dat? Als alleen nog degenen met ‘de juiste’ chromosomen of de rijken daarvoor in aanmerking komen, leidt dat onherroepelijk tot een dictatuur. Je vraagt je ook af hoe die langlevenden dan hun bestaan invullen en hoe dit soort ontwikkelingen ingrijpen op de relaties van ouders en hun kinderen.

En hoe functioneert een maatschappij met 800-, 900- en 1.000-jarigen? Gelooft u dat alle organen het, bij die pillenslikkerij, écht altijd in één keer zullen begeven? En als je zelf moet kiezen wanneer je doodgaat, hoe en wanneer kies je dan? Het gevaar is dat er bij die keuze druk van buitenaf uitgeoefend zal worden.

Als je breder kijkt dan alleen naar de mens, doemen er meer vragen op. Wat zal het betekenen voor de overige levensvormen als de mens nog alomtegenwoordiger wordt? En mochten er nóg meer planten- en diersoorten verdwijnen dan er (door toedoen van de mens) al verdwenen zijn, wat betekent dat dan voor de natuur, waaronder de mens?

De mens is het aan de schepping verplicht dit soort vragen te stellen. Of er op alle vragen al antwoorden kunnen worden gegeven en of die antwoorden vervolgens kunnen worden gecheckt? Tja. Of de mens in de toekomst inderdaad 1.000 kan worden, of zelfs het eeuwig leven zal hebben, valt nu en in de nabije toekomst alvast niet na te gaan. Maar de pogingen daartoe zijn al ernstig genoeg.

Ooit is het buskruit uitgevonden. Wat later kwam het kernonderzoek. We kennen de gevolgen. Op het eerste gezicht is het verouderingsonderzoek van een andere orde, maar als het om de mogelijke gevolgen gaat… Hoed je voor de ambities van de tovenaarsleerling. Maar hoe kunnen we ons er voor hoeden als de Almacht lonkt?