Kiezers trekken met nul eigen risico

Gezondheidszorg

Het verzet in de politiek tegen het eigen risico groeit. Wat betekent de afschaffing voor de zorg?

Foro ANP / Koen Suyk

Het bedrag dat Nederlanders verplicht meebetalen aan hun eigen zorgkosten – het eigen risico – komt stevig onder vuur in de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart volgend jaar. GroenLinks wil het eigen risico afschaffen, zo maakt de partij dinsdag bekend bij de presentatie van het verkiezingsprogramma. De SP, PVV en 50Plus willen er ook vanaf. Een „boete op ziek zijn”, noemt SP-lijsttrekker Emile Roemer het consequent.

Ook bij de PvdA is het eigen risico onderwerp van gesprek. Op de heidagen van de partij, vorige week, werd erover gediscussieerd, hoewel de partij het programma pas eind oktober bekendmaakt. Kamerlid Lea Bouwmeester: „We zijn, anders dan de VVD, geen principieel voorstander van het eigen risico in de zorg.” Concrete plannen wil de partij nog niet bekendmaken. Ook andere partijen spraken zich nog niet uit.

Aan het eind van het jaar kiest iedere Nederlander verplicht een zorgverzekering, waarin een eigen risico is opgenomen. Dat is het minimumbedrag dat patiënten zelf moeten betalen als ze naar de dokter gaan. Dit jaar is het 385 euro. Dat bedrag blijft voor het eerst in jaren gelijk, als het aan het kabinet ligt. Een nieuwe verhoging is volgend jaar niet nodig, melden Haagse bronnen. Dat is politiek gezien slim, want er lijkt momentum te ontstaan voor afschaffing of inperking van het eigen risico. Het Nationaal Zorgfonds, een SP-plan voor nieuwe financiering van de zorg zónder eigen risico kreeg online al steun van 125.000 mensen. Hoe ziet een zorgsector zonder eigen risico er uit?

Afschaffen is duur

Afschaffen van het eigen risico kost geld. Veel geld. GroenLinks en de PVV noemen in hun programma’s hetzelfde bedrag: 3,7 miljard euro. Dat bedrag is vorig jaar berekend door het Centraal Planbureau (CPB). Op verzoek van de ministeries van Volksgezondheid, Financiën en tien politieke partijen becijferde het instituut de gevolgen van het afschaffen, het verhogen of het verlagen van het eigen risico. Miljarden extra zorgkosten: dat gaat in tegen de inspanningen van het huidige kabinet dat er alles aan doet om de uitdijende kosten voor de gezondheidszorg omlaag te krijgen.

Jaarlijks kost de zorg ruim 100 miljard euro. Verhoging van het eigen risico is dan ook niet alleen bedacht om geld op te leveren, maar ook om ervoor te zorgen dat mensen niet al te enthousiast – en met weinig klachten – naar het dure ziekenhuis gaan. In 2008 werd het eigen risico geïntroduceerd en was het 150 euro.

Meer mensen naar de dokter

Onder de kille cijfers ligt een sociaal vraagstuk. Huisartsen zien namelijk regelmatig patiënten in hun spreekkamer die een doorverwijzing of behandeling weigeren uit angst dat ze veel geld moeten bijleggen.

Het is al bewezen dat patiënten behandeling weigeren als de kosten hoger worden. Drie procent van de mensen ziet om financiële redenen weleens af van een bezoek aan de huisarts, bleek eind vorig jaar uit onderzoek van Nivel in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid en de Landelijke Huisartsen Vereniging. Hoe hoog het eigen risico is, maakt weinig uit, bleek uit het onderzoek.

Er zullen wel meer mensen naar de dokter gaan als het eigen risico wordt afgeschaft. Patiënten zullen dan 600 miljoen euro extra zorgkosten maken, zegt het CPB. Uitstel van artsenbezoek kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid van patiënten. Dat vonden enkele jaren terug ook meer dan duizend huisartsen, die zich uitspraken tegen verhoging van het eigen risico.

Daar luistert de politiek nu naar, hoewel helemaal afschaffen van het eigen risico enorme gevolgen zou hebben: dat maakt het een klassiek campagneonderwerp.