Waarom zelfsturende teams niet werken

We worden overspoeld met kantoorclichés op ons werk. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

De eerste keer dat ik zelf mocht sturen, reed ik meteen een spiegel van de lesauto. Of wacht, dat was de tweede keer. De eerste keer was ik 17 en mocht ik van mijn vader illegaal een stukje zelfsturen op een verlaten bospad. Ik miste hem op een haar na toen hij achter de auto ging staan en zei: ‘kom maar’.

Zelfsturen is niet zonder risico wil ik maar zeggen, zeker als je niet kunt sturen, en toch hoor ik de laatste tijd overal over ‘zelfsturende teams’ op kantoor. Wat me opvalt: hoe vager er gepraat wordt in een bedrijf, hoe meer er wordt gezelfstuurd. Bijvoorbeeld in organisaties die „een holistische benadering volgen”, waar veel „customer journey experts” zitten die „multidisciplinair werken met korte lijntjes en een omnichannel aanpak”, zo leerde ik na een googlerondje. Als ik daar manager was zou ik ook liever willen dat iedereen lekker zelf ging sturen, maar dat terzijde.

Het grote voordeel van zelfsturende teams is dat het alle kanten op kan. Dat maakt het een groot avontuur om erin te zitten. Maar verder snap ik het eigenlijk niet zo goed. Want iedereen vindt zelfsturende auto’s doodeng („zo wordt het een chaos op de weg!”), maar zelfsturende teams, dáár stapt iedereen zonder veiligheidsgordels in.

Ik ben tegen zelfsturende teams. Ik wil gewoon een baas over wie ik kan klagen. Ik zou doodongelukkig worden als alles de hele tijd mijn eigen schuld was. Ik word ook altijd heel overmoedig van vrijheid. Als ik zelf mag weten waar ik heenstuur, komen we meestal met z’n allen in de kroeg uit.

Bovendien, iedereen die weleens op school in een groepje heeft gezeten weet hoe vreselijk het is, een zelfsturend team. Het eindeloze geleuter tot iemand zegt hoe we gaan beginnen, de grootste eikels die niks kunnen maar wel altijd de leiding nemen en de drie leden van het groepje die geen reet uitvoeren maar op het einde wel gewoon een acht krijgen.

Ik bedoel: wie gooit de lanterfanters eruit? In een stiltecoupé wordt het ook altijd vette ruzie als de passagiers elkaar zonder conducteur gaan uitleggen wat stilte is. Of neem al die zelfsturende voetbalteams met kleine F’jes. Dat gaat allemaal PRIMA – tot er gewisseld moet worden.

Maar de grootste tragiek van zelfsturende teams is dat ze natuurlijk helemaal niet zelf mogen sturen, maar dat er in de praktijk voortdurend een zenuwachtige manager omheen hangt die het niet uit handen durft te geven. Een beetje zoals van die bijrijders die met je ‘meerijden’ („pas op, had je die voetganger gezien, kijk uit een vrachtwagen!!”). De andere optie bij een zelfsturend team is een manager die de zelfsturing veel te serieus neemt en het geen zak interesseert. Zoals de goeroe van de zelfsturing, Ricardo Semler, die zijn bedrijf achterliet en nu de wereld over trekt om uit te leggen hoe goed zijn bedrijf zonder hem kan.

Maar het grootste bezwaar van een zelfsturend team is dat sturen alléén natuurlijk nooit voldoende is. Je hebt ook vaart nodig, iemand die schakelt, iemand die de bougies kan vervangen, die gaat tanken, voor de koffie zorgt en de TomTom heeft opgeladen. Maar bovenal moet er iemand zijn die remt.

Een zelfsturend team dat alleen maar loopt te sturen, komt nergens uit.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked