Hun taak: zorgen voor blije burgers

Geluksbeleid

Geluk is een hip thema voor beleidsmakers. In Rotterdam volgen ambtenaren daarom een masterclass om burgers gelukkiger te maken. „Je kunt niet meer zeggen: dit is hoe we het gaan doen.”

Foto Getty Images

‘De weg naar geluk leidt door een park”, zegt geluksonderzoeker Marjo Gruisen. „De weg zelf is het geluk”, zegt Sanne Meelker, ambtenaar uit Wageningen.

Daar is Marjo Gruisen het eigenlijk ook wel mee eens. Maar wat zij bedoelde is dat burgers gelukkig worden van gras, bomen en struiken. Dat is relevante informatie als je wilt dat beleidsmakers de bevolking gelukkiger gaan maken.

Gruisen en Meelker namen deel aan de masterclass ‘Sturen op geluk in het publieke domein’, bedoeld voor ambtenaren en aangeboden door de Erasmus Happiness Economics Research Organization (EHERO), onderdeel van de Erasmus Universiteit. In acht sessies kregen de deelnemers hier informatie over hoe zij met beleid het welbevinden van burgers kunnen vergroten.

De cursus past in een bredere trend. Steeds vaker gaan er stemmen op om niet alleen het bruto binnenlands product te meten, maar ook zaken als kwaliteit van leven en duurzaamheid. In Den Haag vergaderde de commissie Breed Welvaartsbegrip daar de afgelopen maanden over.

Wanneer de overheid geluk kan meten, kan ze het vervolgens ook bevorderen. Vier jaar geleden kwam het Sociaal en Cultureel Planbureau met de bundel Sturen op Geluk, met daarin concrete middelen om burgers gelukkiger te maken. Meer geld naar de ggz, bijvoorbeeld. Of gelukstrainingen voor schoolkinderen.

Maar sturen op geluk kan ook betekenen dat elke gemeente of zelfs elke wijk zijn eigen beleid krijgt. In het Engelse Bristol, waar ze al langer bezig zijn met het meten van geluk, werd nauwkeurig in kaart gebracht wat de kenmerken waren van elke buurt. In de ene buurt zouden meer parken en buurthuizen het geluksgevoel verhogen, een andere buurt had meer behoefte aan openbaar vervoer.

„Als je stuurt op geluk kun je andere prioriteiten gaan leggen”, zegt Akshaya de Groot, programmaleider van ‘Sturen op geluk’. „Uit een onderzoek naar sport blijkt bijvoorbeeld dat je veel meer geluk ontleent aan meedoen dan aan kijken. Daar kun je een duidelijk criterium voor subsidieverlening aan ontlenen.”

Lees ook: Wat is geluk?

Gras, bomen en struiken

Hij noemt ook het voorbeeld van gras, bomen en struiken. Als nu blijkt dat burgers daar opvallend gelukkig van worden, kan de gemeente daarin investeren. „Op dit moment vinden we het nog vanzelfsprekend om veel geld te besteden aan dingen die weinig geluk opleveren, zoals de hypotheekrenteaftrek”, aldus De Groot.

Een andere vorm van sturen op geluk is het geluksbudget, een experiment waarmee Almelo is begonnen. Mensen die weinig geld hebben krijgen, na gesprekken met de gemeente, eenmalig een bedrag om iets te kopen wat hen gelukkig maakt. „Iemand kan dan bijvoorbeeld een fotocamera kopen. Zo’n persoon raakt daar mogelijk enthousiast van, gaat meer bewegen, komt onder de mensen en wordt dus gelukkiger.”

Dit zijn concrete voorbeelden, maar in de werkelijkheid is het geluksbeleid nog bijna nergens op gang gekomen. Ook de masterclass is nog in de verkennende fase. Vandaag concentreert de groep zich op ‘geluk in zorg en welzijn’. Het gezelschap is klein, maar divers. Van Bram Wondergem, een in ribfluwelen colbertje gestoken oud-wethouder in Eemnes, tot zorgmanager Wendy de Rijk, op wier T-shirt in grote letters staat: ‘Alles komt goed, de rest niet.’

Wondergem is enthousiast over de masterclass, hij had hem tien jaar eerder willen volgen, toen hij nog wethouder was. Ook Nancy Peeters, ambtenaar in ‘voorhoedegemeente’ Schagen, vindt de cursus „interessant en waardevol”. „We zijn met elkaar iets aan het maken!”

De eerste lezing, door hoogleraar positieve psychologie Jan Walburg, gaat over de relatie tussen gezondheid en geestelijk welbevinden. Walburg spoort de deelnemers aan om samen met inwoners na te denken over het bevorderen van het welbevinden.

Het gesprek gaat vervolgens weinig over geluk, en vooral over manieren waarop je als overheid kunt ‘loslaten’. Maar dat hangt wel samen met sturen op geluk, zeggen de deelnemers. Daarbij hoort namelijk dat de gemeente niet meer vanuit zichzelf denkt, maar luistert naar de burger.

Nancy Peeters geeft een voorbeeld: „In Voorstad Oost, een wijk in Deventer, wilden vrouwen in het clubhuis van Go Ahead Eagles een sjaal in de kleuren van de club breien. Die sjaal wilden ze om de wijk spannen. Je kunt denken: aan welke gemeentelijke doelstelling draagt dat bij, maar zij wilden het blijkbaar!”

Jornt Ozenga, ambtenaar in Harlingen, is het ermee eens. De samenleving verandert en dat vraagt een andere houding van politici. „Je kunt niet meer zeggen: dit is hoe we het gaan doen, zonder contact te hebben met de buurt. Dan ga je nat. Mensen reageren er meteen op via Twitter en mail.” Politici moeten participatie en coproductie „gewoon doen”, vindt hij, hoewel dat wel moeilijk zal worden. „Raadsleden zijn als de dood voor mensen.”

Snufje zelfredzaamheid

In de pauze storten de deelnemers zich op het lopend buffet. Terwijl de ambtenaren zich tegoed doen aan zalm en rauwe ham legt Guy van Liemt, een van de organisatoren, uit dat geld en status minder belangrijk worden en samenwerking juist belangrijker.

Nancy Peeters zit er knikkend naast. In de gemeente Schagen is ze gelukscoördinator, zij moet de andere ambtenaren uit het oude denken slepen. Laatst had ze een enthousiasmerende speech gegeven, een deel van de collega’s zag het meteen zitten. „Maar je hebt ook altijd een paar cynici.” Guy van Liemt: „Die mogen er ook zijn.”

Gevraagd naar wat het concreet inhoudt, sturen op geluk, zegt Peeters dat er in de praktijk niet zoveel verandert. „Sturen op geluk is eigenlijk wat we nu ook al doen, sturen op zelfredzaamheid, maar dan met een snufje bevlogenheid.”

Laurens Bijl, gelukscoördinator in de Limburgse gemeente Roerdalen, beaamt dat sturen op geluk vaak niet afwijkt van ‘normaal’ beleid. In Roerdalen zijn ze bijvoorbeeld bezig de regeldruk te verminderen. Daarnaast zijn er ‘geluksplekken’: plekjes in de gemeente die de gemeente heeft aangewezen als geluksverhogend.

De staat als ‘geluksmachine’

Na de pauze vertelt hoogleraar Geert Teisman, gespecialiseerd in complexiteitstheorie, dat bestuurders moeten accepteren dat ze bijna niks kunnen beïnvloeden. „Besluiten worden niet genomen, maar overkomen ons.” De ambtenaren horen het gelaten aan.

Echt concreet wordt de masterclass pas aan het einde van de dag: dan geeft EHERO-directeur Martijn Burger cijfers over geluk in verschillende landen en gemeenten (Nederlanders scoren internationaal gezien hoog), en legt hij uit wat nu nog de barrières zijn bij het sturen op geluk. Zaken als welbevinden en tevredenheid worden al wel gemeten, maar er is een gebrek aan vergelijkbare data die een tijd teruggaan.

Een paradox dringt zich op bij de nabeschouwing: de ambtenaren hebben de mond vol van een loslatende, terugtrekkende overheid, en tegelijk zien zij de staat als ‘geluksmachine’. Hoe zit dat?

De deelnemers zelf vinden het helemaal niet van maakbaarheidsdenken of paternalisme getuigen dat zij burgers gelukkiger willen maken. Zij willen dat de overheid de voorwaarden schept – werkgelegenheid, een parkje, een tram – en de rest van het werk moeten de burgers zelf doen. Volgens Akshaya de Groot kan de overheid juist kleiner worden door deze trend: „Misschien blijkt uit onderzoek wel dat een terugtredende overheid meer geluk oplevert!”