Gemeente Utrecht bezuinigde te hard op thuishulp

Volgens de Utrechtse rekenkamer is er bij herbeoordelingen te gehaast gewerkt. Er had daarnaast meer hulp geleverd kunnen worden binnen het budget.

Beeld ter illustratie. Foto: Robin van Lonkhuijsen / ANP

De gemeente Utrecht past te weinig maatwerk toe bij het vaststellen hoeveel huishoudelijke hulp iemand krijgt. Daarnaast is er harder bezuinigd op de thuishulp dan nodig was en had de gemeente meer uren hulp kunnen leveren binnen het budget. Dat concludeert de Utrechtse rekenkamer, die de zaak onder de loep nam om te bekijken hoe de bezuinigingen uit het Rijk in Utrecht werden doorgevoerd.

In 2015 werd bij de invoering van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) het mes gezet in budgetten voor gemeenten. Ruim 5.500 Utrechters maken gebruik van thuishulp via deze wet. Bij een groot deel van deze mensen werd het aantal toegekende uren opnieuw beoordeeld - en verminderd. In het rapport bekritiseert de rekenkamer de manier waarop dat gebeurde:

“De herindicaties zijn onder hoge tijdsdruk uitgevoerd, bij ruim driekwart van de klanten zonder gesprek bij de klant thuis en op basis van regels die te sterk gebaseerd zijn op de gedachte dat een standaardmaat geschikt is voor bijna alle klanten. Deze werkwijze geeft een deel van de klanten het gevoel dat er niet naar hen geluisterd is”

Anderhalf uur thuishulp

In 80 procent van de gevallen werd er dezelfde uitkomst gegeven (gemiddeld anderhalf uur thuishulp per week) terwijl de groep die de hulp ontvangt volgens de rekenkamer zeer divers is. Bovendien gaf de helft van de hulpontvangers aan dat zij hun huis niet voldoende leefbaar kunnen houden van de hulp die ze ontvangen.

Bij het bezuinigen is de gemeente volgens de rekenkamer te ver doorgeschoten. In 2015 werd weliswaar 2,8 miljoen (bijna eenvijfde van het al bezuinigde budget) overgehouden; als er beter naar de verschillende behoeften van de ontvangers was gekeken, had daar veel meer hulp voor geboden kunnen worden.

Zo ging de gemeente onterecht uit van een gelijkblijvend aantal klanten - er is de laatste jaren sprake van een daling. Ook ging de gemeente ervan uit dat hulpontvangers alle toegewezen uren zouden opmaken, terwijl ook dat niet het geval is. De gemeente Utrecht zegt zich op de hoofdlijnen te herkennen in de conclusies in het rapport, en met de aanbevelingen aan de slag te gaan.