Eerste rechtszaak Umar aangehouden tot november

Umar mag een aanvullende verklaring afleggen over de belediging van Atatürk. Er staan nog twee rechtszaken op het programma.

Ebru Umar tijdens de uitreiking van de jaarlijkse Pim Fortuyn Prijs in mei. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

De eerste rechtszaak tegen Metro-columniste Ebru Umar is aangehouden tot 24 november. Tot die tijd hebben de advocaten van Umar om de verdediging voor te bereiden. De eerste zitting in de zaak, die dinsdag begon in de Turkse badplaats Kusadasi, duurde korter dan vijf minuten.

In deze rechtszaak staat Umar terecht voor belediging van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan en de grondlegger van de Turkse republiek, Mustafa Kemal Atatürk. In een interview met De Telegraaf noemde ze hen dictators.

Op verzoek van haar advocaat mag Umar een aanvullende verklaring afleggen over de belediging van Atatürk.

Zondag zei Umar tegen NRC dat ze zich geen “onzinniger rechtszaak” dan die van dinsdag kon voorstellen. Ze verwacht dat het proces “een jaar of twee” kan duren:

„Maar met de huidige toestand in Turkije weet je het helemaal niet meer. Mijn advocaten verwachten dat het met een sisser afloopt en dat ik een geldboete krijg. Echter, tot nu toe is niets gegaan zoals de advocaten het voorspeld hadden.”

Lees ook het interview dat we twee dagen geleden met Umar hadden: ‘Het begrip ‘eerlijk’ kennen ze niet in Turkije’

Nog twee rechtszaken

Er staan nog twee rechtszaken tegen Umar op het programma. De tweede start op 22 september met een pro-formazitting, over belediging van de profeet Mohammed. In 2011 verstuurde ze een tweet met de tekst: “Mohammed is een homo, succes gegarandeerd.” Umar ontkent dat ze de profeet bedoelde.

Een derde rechtszaak gaat ook over het beledigen van president Erdogan, maar wanneer deze plaatsvindt is nog niet bekend. Tegen Nu.nl zei ze dat het “waarschijnlijk gaat om mijn tweet met ‘#fuckererdogan’ op 23 april”.

Op 23 april van dit jaar werd Umar opgepakt in Turkije vanwege een aantal kritische tweets over Erdogan. Tot 10 mei mocht ze het land niet verlaten in afwachting van het proces. Terug in Nederland werd ze direct naar een onbekende, beveiligde locatie gebracht.

Umar ontving na terugkomst in Nederland bedreigingen en moest haar woning en buurt in Amsterdam verlaten. Eind juli deden een Nederlands-Turkse organisatie en 22 Turkse Nederlanders aangifte tegen Umar wegens groepsbelediging.

Umar hoefde niet bij de rechtszaak in Turkije aanwezig te zijn.