Een paar keer huilen en dan weer vrij verder

De rol van Nathalie werd speciaal geschreven voor Isabelle Huppert ****.

Kunnen we ons verplaatsen in de ander? Over deze vraag moeten de leerlingen van filosofiedocente Nathalie een opstel schrijven. Een mogelijk antwoord zou kunnen zijn dat dit heel goed kan via het medium film. Zeker met een empathische regisseur als Mia Hansen-Løve aan het roer. In haar eerdere films leerden we begrijpen waarom een producent zelfdoding verkiest boven een gelukkig gezinsleven (Le père de mes enfants) en verplaatsten we ons in een smoorverliefd meisje dat door haar vriendje verlaten wordt (Un amour de jeunesse). Beide films gingen over verlies, en dat thema keert terug in L’Avenir (de toekomst).

Binnen het tijdsbestek van enkele dagen krijgt Nathalie te maken met een overspelige echtgenoot, een suïcidale moeder en een prestigieuze uitgever die haar tekstboeken wil opfrissen met leuke nieuwe omslagen. Misschien helpt deze „vermenselijking van de strenge inhoud” de tegenvallende verkoop wat op te krikken. Tegenslag op tegenslag dus, maar Nathalie slaat zich er stoïcijns doorheen en weigert zich te wentelen in slachtofferschap. Op de avond dat haar man bekent verliefd te zijn op een ander, antwoordt ze „ik dacht dat je altijd van mij zou houden”. Maar de volgende dag heeft ze zich herpakt en wordt zij boos als hij haar exemplaren van haar favoriete filosoof Levinas heeft meegepikt. Ze huilt een paar keer maar zit niet bij de pakken neer: „Ik was twintig jaar Brahms en Schumann meer dan beu.”

De rol van Nathalie werd speciaal geschreven voor Isabelle Huppert. Waarbij Hansen-Løve gebruikmaakte van aspecten uit haar eigen leven: haar ouders zijn beiden filosofieprofessoren, haar moeder adviseerde bij de scènes over filosofie. Er zijn weinig films die bloedserieus verwijzen naar onder anderen Rousseau, Horkheimer, Schopenhauer en Levinas; alleen dat al maakt L’Avenir vrij uniek en verfrissend.

Ook worden er zware onderwerpen aangesneden, van de aard van de waarheid tot het streven naar totale vrijheid, maar dat gebeurt op lichte wijze – met dank aan Nathalies relativerende humor en bijtende sarcasme. De ex-marxiste ruziet met haar jonge protegé Fabien over radicalisme en linkse politiek, waarbij doorschemert dat de jeugd eigenlijk dogmatischer denkt en handelt dan de steeds vrijer wordende Nathalie.

Dat gevoel van vrijheid zit ook in de vloeiende mise-en-scène waarin beweging aan de orde van de dag is, hetzij binnen beeld, dan wel door camerabewegingen. Die nooit aflatende beweeglijkheid staat symbool voor de positieve energie van Nathalie en de constante veranderlijkheid van het bestaan. Wie die onbestendigheid accepteert, is beter gewapend tegen de vele verrassingen die het leven in petto heeft.