Een grote publieke kamer voor Breda

Stationsarchitectuur

Donderdag wordt het nieuwe station Breda officieel geopend, na vier jaar bouwen. Architect Koen van Velsen was er twaalf jaar mee bezig. „Ik wilde iets anders. Geen icoon, maar een gebouw dat overloopt in de stad.”

Foto Roos Pierson

Komend vanuit het centrum van Breda, lopend door de Willemstraat, oogt de trein achter glas als een model in een kijkdoos. De blauw-gele intercity is een bescheiden lint aan de onderkant van een enorme gevel van glas en baksteen. De volle breedte van de gevel is pas zichtbaar als je vlak voor het station staat.

Het nieuwe station Breda is veel meer dan een station, zegt architect Koen van Velsen. Het is een stadsdeel, een verbinding tussen centrum en noordzijde van de stad. De term ‘ov-terminal’, favoriet van NS en ProRail, gebruikt hij niet. Hij spreekt liever van ‘pleisterplaats’.

Het is in ieder geval een erg groot gebouw, met veel verschillende functies. Het complex omvat behalve een trein- en busstation 150 woningen, 22.000 vierkante meter aan kantoorruimte, 9.000 vierkante meter aan winkelruimte, twee fietsenstallingen voor 6.500 fietsen en een parkeerdak voor 720 auto’s.

Een deel van het nieuwe station is al sinds eind 2014 in gebruik, maar het complete gebouw wordt donderdag officieel geopend, gevolgd door feestelijke activiteiten tot en met zondag. De bouw duurde vier jaar. De eerste plannen zijn van 2004. Van Velsen:

„Dit project is twaalf jaar lang het middelpunt van mijn leven geweest.”

Van Velsen (64) ontwierp met zijn in Hilversum gevestigde bureau onder meer de Pathé-bioscoop op het Rotterdamse Schouwburgplein, de Filmacademie bij het Amsterdamse Waterlooplein en het revalidatiecentrum Groot Klimmendaal bij Arnhem. Stations bouwde hij niet eerder. Wel was hij van 2009 en 2015 Spoorbouwmeester. In die functie hield hij zich ook bezig met de rol van stations in de stad.

Geen Fremdkörper, maar een logisch onderdeel van de omgeving. Dat idee hoort bij de Nieuwe Sleutelprojecten, zes nieuwe stations waar de komende jaren mede dankzij de hogesnelheidslijn veel extra reizigers worden verwacht. Behalve om Breda gaat het om Rotterdam (geopend in maart 2014), Arnhem (november 2015), Den Haag (februari 2016), Utrecht (opening op 7 december) en Amsterdam-Zuid (gereed in 2028).

In Breda verwacht ProRail, verantwoordelijk voor de stationsbouw, een groei van 31.000 treinreizigers per dag nu naar 57.000 treinreizigers per dag in 2020, plus 38.000 busreizigers.

breda4

Moskou als inspiratie

De kosten van 144 miljoen euro zijn betaald door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de provincie Noord-Brabant, de gemeente Breda en NS. Een conflict met aannemer Ballast Nedam/Hurks over de wijze van heien en logistieke complicaties leidde tot een jaar vertraging en 12 miljoen euro extra kosten. Door een schikking kon de bouw doorgaan. Van Velsen wil geen kwaad woord horen over de bouwers. „Ze hebben het fantastisch gedaan.”

Van Velsen begint de rondleiding op het dak: drie voetbalvelden met parkeerplaatsen. Bezoekers rijden omhoog over de oprit in het gebouw, tussen de perrons en het busstation aan de noordzijde. Boomtoppen prikken omhoog uit lichthoven. Vanaf het begin had hij twee doelen, vertelt Van Velsen. „Ik wilde een gebouw voor de stad en comfort voor de reiziger.” De fraai gedecoreerde metro in Moskou was een inspiratiebron. „Het verblijf moet aangenaam zijn. Je hoeft niet meer je oude jas aan te trekken als je naar het station gaat.”

breda3

Metselaars maken selfies

Via de kantoren en woontorens, met groene binnenplaatsen en gebouwd op trillingsdempers, loopt Van Velsen naar de ingang van de expeditiestraat. Verstopt voor reizigers hangt daar een levensgrote fotoprint aan de muur, een gevel uit het Italiaanse Lucca. Van Velsen: „Ik wilde gevels van baksteen omdat dat aansluit bij de bebouwing rondom het station, maar ik was bang dat het visueel te veel zou worden, al die bakstenen. In Lucca zag ik deze muur, met al die sporen van verbouwingen. De geschiedenis is zichtbaar. Alle wijzigingen in het ontwerp heb ik gemarkeerd met een andere kleur steen, dat maakt de gevels genuanceerder. De metselaars maakten selfies met hun werk erop.”

De indeling van het station wijkt af van andere nieuwe stations, waar de reiziger op weg naar de perrons tussen winkels en horeca loopt. In Breda zijn de winkels in een apart gedeelte ondergebracht en is de reclame beperkt. Het maakt de centrale tunnel rustig.

Bekijk ook onze foto-serie van het nieuwe station in Breda: Nieuw station Breda is een publieke kamer

De fotografe wijst op een leuk detail: waarom zit er een nis in die muur? Tja, zegt Van Velsen, daar zou een informatiebord komen. „Dat ging niet door, maar ik vond de verspringing wel mooi.” Elders biedt een nis ruimte aan een entreepoortje.

Steeds blijkt het perfectionisme van Van Velsen, zijn oog voor detail. Elke kleur en elk materiaal heeft een verklaring. De zuilen op de perrons zijn aan de onderkant rond in plaats van vierkant voor sociale veiligheid: je kunt je er niet achter verstoppen. Ribbels voorkomen dat er dingen op worden geplakt. Bij andere zuilen zijn de uitersten van koperkleurige ribbels afgezaagd. „Dat heb ik preventief laten doen. Anders beschadigen ze en dat staat lelijk.”

breda2

Vijver tussen trein en bus

Op de perrons – met zes sporen – is de wereld buiten het station goed zichtbaar, door het vele glas aan noord- en zuidkant. Dat is cruciaal aan het ontwerp, vertelt Van Velsen. „Ik zie dit als een grote publieke kamer. Binnen is gedempt licht, zodat je blik naar buiten gaat. Je blijft georiënteerd op de buitenkant. Je moet voelen dat je in Breda bent.”

Bus- en treinstation vormen één grote ruimte, slechts gescheiden door een smalle vijver met daarin een door riet geïnspireerd hek. Bij de rondleiding was de waterbak nog leeg, donderdag moet hij klaar zijn.

De entree aan de centrumzijde is bescheiden, zelfs de plaatsnaam oogt fragiel. Reizigers verdwijnen naar beneden, in de fietsenstalling of in de kleine hal op de kop van de tunnel. Van Velsen:

„Ik wil dat je zo naar binnen loopt, zonder barrières. Het gebouw loopt als vanzelfsprekend over in de stad. Ik vind de stations in Rotterdam en Arnhem fantastisch, maar ik wilde iets anders. Geen icoon, maar een stuk van de stad. Dat het gebied rondom het station nu ook opknapt, daar ben ik eigenlijk het meest trots op.”