De vergaarbak van nieuw-rechts

©

In de spanning tussen het diabolische en het heilige zit de bekoring van de polarisatie. Op Twitter lees ik een bewering van de publicist Milo Yiannopoulos. „Iedere pornoster die ik ken – en ik ken er heel wat – is pro-Trump.” Hoewel zelf niet pro-Trump en aarzelend over pornosterren, moet ik om deze formulering erg lachen. Vooral omdat de duivelse Brit het punt vrolijk naar voren schuift als een argument vóór, wel wetend dat het voor meer verheven types een argument tegen is.

Milo Yiannopoulos doemt op als je over Geert Wilders leest. Typisch voor nationalisten: ze opereren bij voorkeur internationaal. De politicus Wilders, die in eigen land nooit wat zegt, is veel in het buitenland. Daaromheen lees je dan vanzelf over de jonge schrijver Yiannopoulos, die uit dramazucht ‘daddie’ zegt tegen Donald Trump. Door toedoen van Yiannopoulos liepen Wilders en Thierry Baudet in Amerika rond onder de vlag ‘Gays voor Trump’.

Dit gaat niet over Yiannopoulos. Dit gaat over Wilders en zijn korte verkiezingsprogram. Maar ik vertel het aan de hand van gedachten rondom de zelfbenoemde ‘gevaarlijke nicht’ uit Engeland, belezen provocateur die tijdens tournees op zijn hotelkamer vier waterpijpen eist, vier topless modellen en een schaal ontdonsde perziken. Redacteur van de journalistieke website Breitbart: volgens critici een verzamelplaats van racisten en neonazi’s.

In de provocaties van Yiannopoulos zit veel ironie. Hij is een aandachttrekker in de Britse traditie van de dandy; de traditie van Lord Byron die naar de Griekse revolutie reisde in een Schotse rok. „For now I will wear this, and now I will wear that.” Yiannopoulos probeert een spel te spelen – nu zeg ik dit, nu zeg ik dat – maar is intussen ver over de lijn geschoten die diabolisch spel scheidt van demonische ernst. Vanwege zijn racistische hetzes is hij permanent verbannen van Twitter. Dat is alleen voor zijn naamsbekendheid bevorderlijk.

Hillary Clinton staat natuurlijk aan de goede kant. Op zijn minst in de ogen van degenen die daar ook staan. Vorige week trok ze in een speech fel van leer tegen het platform Breitbart waarvoor Yiannopoulos werkt. „Dit is niet conservatisme zoals we het kenden. Dit is niet het Republicanisme zoals we het kenden. Dit zijn ras-hitsende ideeën, anti-moslim en anti-immigranten ideeën, anti-vrouw - alle belangrijke leerstellingen die samenkomen in een opkomende racistische ideologie bekend als de Alt-Right.”

Ja, dat klinkt goed. Maar lees nu eens het interessante, serieuze artikel over de Alt-Right, de Alternative Right, dat de joodse Yiannopoulos voorafgaande aan zijn Twitter-ban schreef met de half-Pakistaanse Brit Allum Bokhari. Dat nieuwe rechts, schreven ze, is een vergaarbak. In die bak zitten wat racisten en neonazi’s. Daar kom je helaas nooit vanaf. Maar de meesten zijn het soort conservatieven die niet van diversiteit en individualiteit houden, maar die tribaal denken en aannemen dat anderen – immigranten - ook tribaal denken.

Tel daar de jongeren bij op, die de Tweede Wereldoorlog en zelfs 9/11 niet langer als werkelijk ervaren. In hun kringen zijn etnische verschillen stof voor rebellie, pesterij en subversieve satire. Ze jagen gewoon hun ouders op stang, zeggen Yiannopoulos en Bokhari in ‘An Establishment Conservative’s Guide To The Alt-Right’. Nou goed, schrijven journalisten in reactie erop. Dat mag zo zijn, maar politiek en pesterij scheppen samen een sfeer waarin iedere groep zich slachtoffer en minderheid voelt. En waarin echte racisten gedijen.

Ook in Nederland zie je vervolgens hoe opportunisten, op zoek naar macht, aan het hoofd van de stoet gaan lopen. Zoals de initiatiefnemers van het Oekraïne-referendum, die openlijk niet waren geïnteresseerd in hun eigen vraag. De vergaarbak mag dan niet ras-hitsend en anti-vrouw zijn, veel perspectief biedt hij ook niet. Als kiezers de knoop willen ontwarren van cultuur, identiteit en een globaliserende economie, hoeven ze geen wondermiddel te verwachten van links of oud-rechts. Maar van nieuw rechts natuurlijk ook niet.

De Nederlandse pers, weinig verwend met ironie en satire, heeft Geert Wilders lang naar voren geschoven als grappige rebel die de hele vergaarbak vertegenwoordigt. Maar Wilders is niet grappig. ‘The most obviously disturbed member’ van nieuw rechts, zoals een Engelse journaliste hem beschrijft, meent het serieus met zijn aanval op de Nederlandse staat en cultuur. Andere partijen moeten zich tegen hem afzetten, schrijven de analisten. Nee, dat moeten ze niet. Ze moeten kiezers vertegenwoordigen, ook die uit de vergaarbak. We kunnen best met goed fatsoen op Wilders stemmen, zegt de helft van de kiezers. Nee, dat kun je niet.

Maxim Februari is jurist en schrijver. Deze column is wekelijks.