De antiglobalist is terug en nu wil hij de grenzen dicht

Antiglobalisme

Antiglobalisme is niet nieuw. In de jaren negentig ging het vooral om ongelijkheid. Deze keer is ook behoud van culturele eigenheid een drijfveer.

Op 30 november 1999 betoogden 30.000 mensen in Seattle bij een conferentie van wereldhandelsorganisatie WTO. Die zou vooral belangen van multinationals dienen. Foto Andy Clark/Reuters

„We moeten de olifant temmen”, zei minister Lilianne Ploumen vorige week in een speech op de Erasmus Universiteit. Ze was daarmee de tweede bewindspersoon van dit kabinet die zich van een olifantmetafoor bediende, na Rutte met zijn beroemde „visie is als een olifant die het zicht belemmert”. Maar bij de minister voor Buitenlandse Handel stond het beest voor iets anders, namelijk voor internationale ongelijkheid.

De olifant komt uit het werk van Branko Milanovic, oud-econoom van de Wereldbank en nu een vooraanstaand onderzoeker naar ongelijkheid. Uit zijn analyse van inkomensgroei in de afgelopen drie decennia blijkt dat twee groepen niet profiteerden van de globalisering: de armste 5 procent van de wereldbevolking en de lagere middenklassen in de westerse wereld. De bijbehorende grafiek heeft de vorm van een olifant met aan de rechterkant een overeind staande slurf: die beeldt de steile inkomensgroei uit van de allerrijksten, de zogeheten ‘1 procent’.

070916BUI_gloabalisering

Die grafiek moet er anders gaan uitzien, zei Ploumen in Rotterdam. „We moeten ervoor zorgen dat de winsten van globalisering en technologie eerlijk worden verdeeld. Als we daarin falen, zal de backlash tegen open samenlevingen groeien.”

Haar speech sloot aan bij een analyse die veel te horen is na het Oekraïne-referendum, de Brexit en de opkomst van politici als Trump, Le Pen en Wilders: de ‘boze burgers’ die zich keren tegen de EU en/of immigratie zijn de verliezers van de globalisering. Zij raakten hun baan kwijt door outsourcing of kregen op de arbeidsmarkt concurrentie van immigranten.

De kritiek lijkt een sprong terug in de tijd. Eind jaren negentig bestond er ook een serieus protest tegen globalisering. Demonstranten bezochten toppen van het IMF en de wereldhandelsorganisatie WTO, waar ze slaags raakten met de politie. De media pikten de protesten op en namen ze serieus. In september 2001 zou de Financial Times een serie gaan wijden aan de beweging. Maar toen vlogen moslimterroristen het World Trade Center binnen. Vanaf dat moment stond antiglobalisme voor velen gelijk aan antiamerikanisme. Globalisering verdween naar de randen van de publieke opinie en maakte plaats voor andere zorgen, zoals de strijd tegen terrorisme, de oorlog in Irak, de kredietcrisis.

Massademonstraties

De gedachte dat de geschiedenis zich nooit herhaalt, maar altijd wel een keer rijmt, is ook hier van toepassing. Soms zijn er gelijkenissen tussen het protest van destijds en dat van nu, zoals in hun verzet tegen vrijhandelsverdragen en hun roep om meer democratie, maar van een herhaling is geen sprake. De zorgen van de nieuwe ‘antiglobalisten’ zijn totaal anders dan die van de betogers rond de eeuwwisseling.

Allereerst: die eerdere antiglobaliseringsbeweging was niet tegen globalisering op zich – daarom noemden de demonstranten zich ook liever andersglobalisten. „Ze hadden de hoop of illusie dat er een heel ander soort globalisering georganiseerd kon worden”, zegt Robert Went, econoom bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en specialist op het gebied van globalisering.

„Hun zorgen gingen over ongelijkheid, het milieu en de financiële sector. Een thema als nationale identiteit, dat nu zo belangrijk is, speelde toen geen rol.”

Foto Andy Clark/Reuters

Aanhangers luisteren eind augustus 2016 naar de republikeinse presidentskandidaat Donald Trump op een campagnebijeenkomst in Phoenix, Arizona. Foto Andy Clark/Reuters

Het is ingewikkeld het huidige verzet tegen globalisering onder één noemer te vangen, maar duidelijk is dat nu heel andere thema’s centraal staan. „De traditionele antiglobalisten zitten in de links-progressieve hoek en zijn vooral om economische redenen tegen globalisering. Maar aan mondialisering kleven ook culturele aspecten”, zegt Jeroen van der Waal, socioloog aan de Erasmus Universiteit. Hij onderzocht de reacties op globalisering onder verschillende sociale groepen. „Denk bijvoorbeeld aan migratie en inmenging van supranationale organen in nationale aangelegenheden. Het verzet van rechts heeft dan ook niet zozeer te maken met economische herverdeling als wel met behoud van soevereiniteit en verzet tegen culturele diversiteit.”

Rechts pleit voor een herwaardering van de natiestaat, het andersglobalisme had daar weinig aandacht voor. De bijbel van het andersglobalisme, het boek No Logo van activist Naomi Klein, ging vooral over consumentisme, uitbuiting en de macht van grote bedrijven.

„Het ging ons absoluut niet om migratie”, zegt Erik Wesselius, destijds campaigner bij A SEED, een andersglobalistische organisatie die zich bezighoudt met milieu en internationale ongelijkheid. „Wij protesteerden tegen armoede, uitsluiting en werkloosheid.” In 1997 was Wesselius medeorganisator van een alternatieve top voor de Eurotop die toen in Amsterdam werd gehouden. De Europese Unie ging volgens de organisatoren te veel over economische eenwording en te weinig over ecologische en sociale aspecten. Op de demonstratie door de stad kwamen vijftigduizend mensen af, voornamelijk van buiten Nederland, vertelt Wesselius. Amsterdam was het eindpunt van een mars door Europa.

Populistische bewegingen

Hoe groot de protesten ook waren, ze hadden destijds weinig invloed op het beleid. „De andersglobaliseringsbeweging werd geen sterke politieke macht. Het waren de populisten die erin slaagden van het verzet tegen globalisering een krachtige politieke beweging te maken”, zegt Dani Rodrik, hoogleraar economie aan Harvard en auteur van diverse boeken over globalisering. Die populistische bewegingen kunnen trouwens zowel links als rechts zijn, merkt hij op.

„In Latijns-Amerika keerden de populisten zich tegen handel en buitenlandse investeringen, dus daar kreeg het protest een links karakter. In Europa gaat het vooral over immigratie, wat leidt tot een rechtse reactie. In de VS hebben we een beetje van beide: Bernie Sanders en Donald Trump.”

Nieuwe politieke standpunten

Nu de aantallen kiezers van populistische partijen groeien, kan de politiek ze niet langer negeren. In verschillende landen trekt men de conclusie dat de onderklasse is verwaarloosd. Dat levert nieuwe politieke standpunten op, variërend van pleidooien voor vaste contracten en aanpakken van belastingontwijking tot scepsis jegens vrijhandelsverdragen als TTIP.

Die sociaal-economische ruk naar links komt overigens niet alleen door de opkomst van populistische partijen, zegt Robert Went. In de „internationale technocratieën”, zoals hij ze noemt, is volgens hem de laatste jaren een verandering gaande. Geloofde men bij het IMF, de Wereldbank en de OESO eerst nog in de heilzame werking van de vrije markt, de laatste tijd is er ook een ander geluid te horen. Went noemt als voorbeeld een recente IMF-publicatie waarin stond dat ongelijkheid vertrouwen ondergraaft.

Ook Branko Milanovic, de bedenker van Ploumens olifant, benoemt deze verschuiving. Toen hij onderzoeker was bij de Wereldbank, was er weinig interesse in het thema ongelijkheid, vertelt hij over de telefoon. „Ik mocht er wel onderzoek naar doen, maar het werd ontmoedigd doordat er geen geld voor was. De Wereldbank heeft ideologische preferenties, en het onderzoek dat daarbij past, wordt bevorderd. Dit is totaal veranderd. Ongelijkheid is politiek een big issue, ook door het werk van Piketty. Ik ben nu in Washington om te spreken over het eerste Wereldbank-paper over ongelijkheid.”

Minister Ploumen, die zich al langer bezighoudt met ongelijkheid, is blij met dit „groeiende bewustzijn”. Door ontwikkelingen als outsourcing en de in veel landen hoge jeugdwerkloosheid, kan men nu niet meer om het thema heen, verelt ze aan de telefoon. „De mensen die altijd al ageerden tegen ongelijkheid hebben nu meer robuuste bewijsvoering dan de twintig, dertig jaar hiervoor. Ongelijkheid raakt nu een veel bredere groep.”

Met een aantal Europese handelsministers is ze nu bezig te praten over een „reset” van het handelsbeleid. „Handelsverdragen liggen onder vuur, maar ze zijn wel belangrijk voor de economische groei. We willen nu kijken hoe we ze kunnen verbeteren.” Drie punten zijn daarbij van belang, vertelt ze. Er moet beter onderzocht worden of handelsverdragen bijdragen aan de afspraken in het Klimaatakkoord en de Global Goals, zoals het uitbannen van extreme armoede. Daarnaast moet het onderhandelingsproces transparanter worden. Ten derde willen de ministers „scherper in kaart brengen waar de winst van het handelsakkoord neervalt en of er ook sectoren en groepen zijn die minder profiteren of bedreigd worden”, zegt Ploumen.

„We willen al in een eerder stadium met die sectoren in gesprek gaan over het beperken van de schade. We moeten een manier vinden om zwakke groepen te beschermen zonder te vervallen in protectionisme.”

Het groepje ministers is nu bezig een document met plannen op te stellen; voor het einde van het jaar moet dat klaar zijn. „We hopen dat die vervolgens breder worden geaccepteerd in de EU.” Tegelijkertijd heeft Ploumen wetenschappers en studenten aan de Erasmus Universiteit opgeroepen mee te denken over manieren om de ongelijkheid te verkleinen. Zij komen in december met suggesties.

De vraag is: gaat dit de onvrede wegnemen? Socioloog Jeroen van der Waal denkt van niet. Omdat de rechtse antiglobalisten zich volgens hem vooral druk maken om nationale soevereiniteit en behoud van culturele eigenheid, is een sociaal-economisch antwoord niet het juiste. „Uit onderzoek blijkt dat het herverdelen van gegroeide welvaart over deze mensen niet helpt om het verzet tegen globalisering te verminderen.”

Samenwerken, maar grenzen dicht

Als hij gelijk heeft, is het temmen van de olifant niet genoeg om de rust te doen weerkeren.

Victor Broers, jurist en schrijver, denkt daarom dat een nieuw soort internationale samenwerking zal ontstaan met meer behoud van culturele eigenheid.

„Globalisering heeft ons veel gebracht, maar we zijn nu op een punt aangekomen dat we ons afvragen of het altijd gepaard moet gaan met schaalvergroting en open grenzen. Wie tegen de huidige globalisering ageert, wordt gezien als iemand die zich terugtrekt achter de dijken. Ik ben tegen deze vorm van discussiëren.”

Deze maand verschijnt zijn boek Waarheid, waarden & welvaart, over een nieuw economisch systeem voor Europa. Broers behoort tot de eurosceptici die denken dat de EU het huidige verzet tegen globalisering niet zal overleven. Hij verwacht dat de Unie uiteenvalt in regio’s van gelijkgestemde landen die nauw samenwerken. „Als je globalisering definieert als universele harmonisatie en open grenzen, denk ik dat we de komende jaren minder globalisering krijgen. Maar dat wil niet zeggen dat er internationaal minder zal worden samengewerkt”, zegt Broers. Geen terugtrekking achter de dijken dus, maar wel een einde aan de globalisering zoals we die kennen.