Thaise winnaar Prins Claus Prijs weeft in zijn films dromen en politiek door elkaar

Prins Claus Prijzen

Filmmaker Apichatpong Weerasethakul krijgt de Grote Prins Claus Prijs voor de subtiele manier waarop hij in zijn werk maatschappelijke kwesties behandelt. Ook een voedselactivist en een debatcentrum worden gelauwerd.

Apichatpong Weerasethakul. Foto Prins Claus Fonds.

Hij kan licht filmen als geen ander. Ook als het in zijn films nacht is flitsen vuurvliegjes en vuurwerk schichtig door het beeld, of staart de volle maan berustend naar de aarde. Overdag dansen de zonnestralen door het junglegroen van zijn woonplaats Khon Kaen, in het noordoosten van Thailand en spelen de schaduwen van de bladeren een schimmenspel.

Ook pratende apen, monniken die met vliegende schotels frisbeeën, tijgermannen en tijdreizigers uit heden en verleden duiken met het grootste gemak tussen die poëtische beelden op. Want voor filmmaker en multimediakunstenaar Apichatpong Weerasethakul (Bangkok, 1970) is er geen verschil tussen het aardse en het verhevene, tussen populaire cultuur en poëzie, tussen politiek en sprookjes.

De films van ‘Joe’ worden wel met een langzame trance vergeleken

Zijn films wonnen prijzen op alle grote filmfestivals, zijn installatie Primitive stond deze zomer in de Tate en hij maakte de theatervoorstelling Fever Room die dit najaar in Parijs te zien is. Bredere erkenning volgt nu ook in Nederland met de uitreiking van de Grote Prins Claus Prijs in december voor de „subtiele manier waarop hij in zijn werk maatschappelijke kwesties behandelt” en een grote tentoonstelling in het Eye Filmmuseum in Amsterdam najaar 2017.

Tropical Malady

Apichatpong Weerasethakul – die zich na zijn studie in Chicago ook voor het gemak ‘Joe’ laat noemen – brak door met zijn film Tropical Malady (2004), een even droomachtig als weerbarstig tweeluik waarin een liefdesgeschiedenis tussen een jonge soldaat en een boerenknecht in het tweede deel transformeerde in een animistisch-erotische tocht door de jungle. De surrealistische reïncarnatiefilm Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives won in 2010 een Gouden Palm in Cannes.

De droom, bijgeloof en boeddhisme, sciencefiction en echte wetenschap, de jungle rondom zijn woonplaats Khon Kaen, een gebied overwoekerd door bloederige grensconflicten tussen Thailand, Laos en Cambodja – het zijn steeds terugkerende elementen in zijn films. Virtuoos, fluïde en onnadrukkelijk weeft hij in zijn werk verschillende bewustzijnslagen en tijdsperiodes door elkaar.

Daarom wordt het wel met een langzame trance vergeleken. Niet voor niets had zijn meest recente film Cemetery of Splendour (2015), over soldaten die aan een mysterieuze slaapziekte lijden, de lengte van een droom, vertelde hij in een interview met deze krant. Maar zijn dromen worden ook steeds politieker. De Thaise censor greep regelmatig in zijn werk in. Juist de ongrijpbaarheid en ambiguïteit maken het voor toeschouwers uitdagend en betoverend en in het Thailand van na de staatsgreep van 2015 gevaarlijk.