Rutte: 'Als het over mij gaat, word ik onrustig'

Politiek

De VVD vond het ook een risico: Rutte drie uur live op tv. Maar de politieke kans was te mooi en hij faalde niet.

Mark Rutte zou altijd ja hebben gezegd op een uitnodiging van VPRO’s Zomergasten, zei hij tegen presentator Thomas Erdbrink – ook over tien jaar, als hij iets heel anders zou doen dan nu. „Maar voor een politicus is het natuurlijk altijd goed om een kans te hebben..” Om zieltjes te winnen, zoals Erdbrink had gevraagd: zit u dáárom hier?

Rutte maakte de zin niet af, zoals hij dat het eerste half uur heel vaak niet deed met zijn zinnen. Over zijn emoties bij Bach. „Niet dat ik dan zit te huilen, maar..” Om daarna te gaan vertellen dat hij lang geleden op interrail was in Europa met zijn beste vriend, op zoek naar zoveel mogelijk uitvoeringen van het dubbelconcert van Mozart. Mozart, zei Erdbrink: „Ik ging in die tijd achter de meisjes aan.”

Rutte zei snel dat zijn vriend en hij dat natuurlijk óók deden. „Overdag Mozart, ’s avonds de meisjes.”

Het was een ongemakkelijk eerste half uur. Rutte was overduidelijk van plan om persoonlijk te gaan worden, hij had er ook vast en zeker op geoefend – en hij noemde meteen maar van alles. Dat zijn ouders Indië waren „uitgegooid”, dat hij zelf „constant twijfels” heeft over het geloof. „Al ben ik nu 49.” Maar dat waren niet de geplande thema’s voor het eerste deel van gesprek – Erdbrink liet het nog lopen.

De VVD zei niet meteen ‘ja’ toen de redactie van Zomergasten in het voorjaar Rutte vroeg als gast. Alle aandacht krijgen op televisie, vanaf kwart over acht ’s avonds, is een droom van elke politicus. Maar drie uur lang live? Dat betekent ook drie uur lang het risico lopen dat je iets verkeerds zegt, waardoor al je slimme analyses of bijzondere observaties onmiddellijk zijn vergeten. Mark Rutte is handig in interviews, maar dan vooral in het vermijden persoonlijke ontboezemingen.

Rutte’s ‘guitige gezicht’

Bijna aan het eind van de uitzending zei Rutte zelf nog maar eens wat toen allang duidelijk was: „Als het gaat over míj, word ik heel onrustig.”

Maar daar ging het wel om bij Zomergasten, zoals Thomas Erdbrink al voor de zomer had aangekondigd: nu zou Nederland eindelijk eens te weten komen wat er „schuilgaat achter dat guitige gezicht” van Rutte. Zou Rutte, nu al zes jaar premier, dat wel kunnen: laten zien wie hij nog meer is dan het vrolijke mannetje, zoals hij zichzelf graag noemt? En ís er eigenlijk wel meer?

Maar nee zeggen kon ook niet. De Tweede Kamerverkiezingen zijn over een half jaar en de VVD is vast van plan om er meer dan ooit een Rutte-campagne van te maken. Een mooier begin dan drie uur Rutte-tv kun je niet verzinnen. Met begin volgend jaar, als het aan de VVD ligt, ook nog eens een mooie afsluiting: het tweede Correspondents’ Dinner, waar Rutte als minister-president weer voluit de vrolijkerd kan zijn. Het eerste Correspondents Dinner met Rutte, in februari van dit jaar, trok 2,7 miljoen kijkers en leverde de VVD een tijdlang een stijging op in de peilingen. Bij Zomergasten trok Rutte bijna een miljoen kijkers, nieuwe peilingen komen pas later.

Als je zijn optreden bij De Wereld Draait Door van vorige week als een generale repetitie zou kunnen zien voor Zomergasten, dan was die – ook in de ogen van VVD’ers zelf – niet heel goed gelukt. Ruttes ‘sorry’, steeds maar weer, kwam krampachtig over en erg geloofwaardig klonk het niet toen Rutte zei dat zijn excuus écht niets te maken had met de verkiezingscampagne die eraan kwam.

‘Onze blonde vriend’

Bij Zomergasten werden Rutte’s zinnen weer compleet toen het over Rita Verdonk ging en 2006: een politiek gevecht dat hij gewonnen had. Daarna lukte ook zijn persoonlijke verhaal beter. Je zag hem bijna voor je als zeventienjarige die elke vrijdagmiddag in Den Haag met zijn vader – „een oude heer al” – naar de boekhandel wandelde. Daarna dronken ze samen thee. Maar over Indië praten? Nee, dat wilde Rutte’s vader niet.

Eerder gebruikte hij die zwijgzaamheid soms om duidelijk te maken hoe belangrijk optimisme is. Bij Zomergasten was zijn boodschap ernstig: anderen kunnen lijden onder dat zwijgen. Maar hij zei ook: „Misschien moet het wel af en toe, dingen wegstoppen.”

Rutte praat gewoon liever over politiek. En dat kon daarna weer. Hij kreeg zelfs de kans om een ánder doel uit de VVD-campagne alvast een beetje uit te voeren: maak er een tweestrijd van met Geert Wilders. Persoonlijk mogen ‘Geert’ en hij elkaar wel, zei Rutte. Al klonk daar een beetje aarzelend „denk ik” achteraan. De „blonde grote vriend” is nu wel zijn grootste politieke tegenstander. Wat die Wilders met Nederland wil, is „verkeerd”. „Hij wakkert de angst aan.”