Rekeningen verpakt in de tekst van een antipaus

In middeleeuws Utrecht bonden geestelijken de oude administratie in perkament in. Het is uniek pakpapier, waarin nu bijzondere vondsten worden gedaan.

Het gebruik van perkament om te archiveren materiaal in te pakken ging eeuwenlang door: hier is een vijftiende-eeuws muziekhandschrift met liturgische gezangen gebruikt. Foto Het Utrechts Archief

Ze wisten bij Het Utrechts Archief wel dat ze iets bijzonders in huis hadden, maar ze hadden er nog nooit goed naar gekeken: het perkament dat in de Middeleeuwen is gebruikt voor het inbinden van archiefstukken. Die stukjes perkament komen uit oudere handschriften.

Die perkamentstukjes uit het archief van het Utrechts bisdom zijn pas dit jaar geïdentificeerd. Dat leverde interessante vondsten op. Het spectaculairst zijn twee pagina’s van een negende-eeuws handschrift van De Trinitate (Over de Drie-eenheid) van de theoloog Novatianus die in 251 in conflict kwamn met paus Cornelius en zichzelf tot tegenpaus uitriep.

Versleten paperbacks

De archiefstukken van het bisdom die Het Utrechts Archief nu bewaart zien er vaak uit als versleten paperbacks: een dikke bundel papier (soms wel tien centimeter dik), waar een soort slappe kaft van perkament omheen zit. Op dat papier: allerlei rekeningen. Op die perkamenten kaft: de resten van een afgedankt handschrift, zoals dat theologische fragment van Novatianus. Dat zo begint:

„Dit is de God die de kerk kent en aanbidt, waar heel de wereld, zowel de zichtbare als de onzichtbare van getuigt, de God die de engelen vereren, de sterren bewonderen, de zeeën zegenen, de landen vereren, waar alles van hier beneden naar opziet, die door de mens met heel zijn geest gevoeld wordt, ook al drukt die God zichzelf niet uit.”

Foto Het Utrechts Archief

Pagina uit het 9e eeuwse handschrift De Trinitate van antipaus Novatianus. Foto Het Utrechts Archief

Bart Jaski van de Utrechtse universiteitsbibliotheek heeft het handschrift samen met hoogleraar Marco Mostert en studenten geïdentificeerd. Het gebruikte schrift vertoont veel overeenkomsten met het schrift dat in het midden van de negende eeuw in het noorden van Frankrijk gebruikt werd. Jaski houdt het erop dat de gevonden pagina’s tussen 825 en 875 zijn geschreven.

Zulke oude fragmenten zijn heel erg zeldzaam. De Utrechtse universiteitsbibliotheek, bijvoorbeeld, heeft uit de periode van vóór 900 maar één compleet handschrift en vijf fragmenten.

De tekst zelf is ook bijzonder. Het gaat over de Drie-eenheid. Maar dan niet over het dogma van de Drie-eenheid, zoals dat in de vierde eeuw door de kerk werd vastgelegd, maar een van de vele opvattingen daarover in de derde eeuw, toen het theologische denken nog volop in beweging was. Novatianus geeft zíjn antwoorden op de grote vragen van die tijd. Hoe kon het dat Christus zowel mens als God was? En hoe kun je geloven in God, in Christus en in de Heilige Geest, zonder een polytheïst te zijn?

Unieke tekst

Jaski:

„We hadden alleen een gedrukte versie van die tekst, uit de zestiende eeuw, die natuurlijk gebaseerd is op een handschrift. Maar al die handschriften zijn verloren gegaan. Behalve dit fragment, dat nu opduikt. Dat deze unieke tekst, die blijkbaar in die periode al vrij zeldzaam was, nu in Utrecht wordt aangetroffen, vind ik opmerkelijk. Je zou hem eerder in Rome verwachten, of in Parijs. Maar daar ligt hij niet. En dan gaat het ook nog eens om een tekst van een antipaus: iemand die binnen de katholieke kerk niet goed lag. Blijkbaar vonden ze die tekst in de negende eeuw belangrijk genoeg om te kopiëren.”

De vondst is bijvangst in een veel groter project: het op grote schaal restaureren en digitaliseren van de oudste kerkelijke archieven, in Utrecht en in Maastricht.

Volgens Kaj van Vliet, van Het Utrechts Archief, behoren de archieven van de Dom en de andere oude kerkelijke instellingen in Utrecht tot de belangrijkste Nederlandse middeleeuwse archieven.

„Met een heleboel administratieve stukken vanaf de elfde eeuw, en een overlevering die teruggaat tot 723. Dat was het begin van Utrecht als bisschoppelijk centrum. Aan de Dom was ook een school verbonden, waar, zeker in de periode tot de elfde, twaalfde eeuw, op niveau gedoceerd werd. De kerkelijke elite werd daar opgeleid. Er werden handschriften verzameld en gekopieerd. Daarvan is helaas weinig compleet bewaard gebleven, maar in deze fragmenten vinden we nu iets terug van de rijkdom van de bibliotheek die er ooit geweest moet zijn.”

Kerkelijke elite

Het bisdom bewaarde eeuwenlang alle rekeningen. Die geven nu een aardig inkijkje in het leven van de kerkelijke elite: de kanunniken van de vijf Utrechtse kapittels. Van Vliet: „Ze haalden een groot deel van hun inkomsten uit een zeer omvangrijk goederenbezit dat strekte van Zeeland tot Groningen en zelfs over de huidige landsgrenzen heen. Het was voor hen van groot belang om dat allemaal goed te administreren.”

Er zijn nog veel meer fragmenten uit andere handschriften komen bovendrijven. In totaal tweehonderd bladzijden. Waaronder: afwijkende liturgische teksten, een lijst van pausen en keizers, Gregoriaanse muziek met een vroege vorm van muzieknotatie. En ook: een fragment van de Ierse theoloog Dungal, over de vraag of het toelaatbaar was om afbeeldingen van Jezus te vereren, en of het überhaupt wel toelaatbaar was om Jezus af te beelden. Daar was in de negende eeuw een stevig debat over.

Het zijn snippers informatie uit een ver verleden. „Een soort fossielen eigenlijk”, zegt Jaski. Van Vliet: „Alsof je ergens een stukje been van een dinosaurus vindt en je je vervolgens afvraagt: wat maken we hieruit op?”