Boeken

In 2020 verschijnt de biografie van J. Bernlef

De biografie van Bernlef, die in Nederland beroemd werd door zijn roman ‘Hersenschimmen’ (1984), moet over vier jaar verschijnen.

J. Bernlef in 2011. Foto ANP / Ilvy Njiokiktjien

Literatuurwetenschapper Sander Bax (1977) gaat de biografie schrijven van de in 2012 overleden schrijver J. Bernlef. Dat meldt uitgever Querido in een persbericht. De biografie moet in 2020 verschijnen.

In de biografie moet het grote en veelzijdige oeuvre naar voren komen van Bernlef. De auteur schreef naast beroemde romans als Hersenschimmen (1984) en zijn AKO Literatuurprijs-winnende Publiek geheim (1987) ook poëzie en essays over beeldende kunst, film en jazz.

‘In zijn fascinerende oeuvre onderzoekt Bernlef telkens opnieuw de mogelijkheden van de taal, de werking van het brein en de manier waarop we waarnemen’, zegt Bax in het persbericht. Bernlefs leven geeft volgens Bax bovendien mooi inzicht in de Nederlandse cultuurgeschiedenis van de twintigste eeuw.

Manshoge toren

In het laatste NRC-interview met Bernlef uit 2012 benadrukte journalist Marjoleine de Vos de enorme productiviteit van J. Bernlef, pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. De Vos: ‘Stapel de boeken op van de Nederlandse auteur Bernlef en dan staat er een meer dan manshoge toren.’ Over zijn eigen schrijverschap, zowel bekroond met de Constantijn Huygensprijs als de P.C. Hooftprijs, zei Bernlef:

“Het heeft ongeveer tien jaar geduurd voor ik mijn eigen toon te pakken had. Pas in het begin jaren zeventig, met Sneeuw en Meeuwen. Dat kwam door een schrijver die nu niemand in Nederland meer kent, Per Olov Sundman. Zijn verhalen gaan terug op de meest basale vorm van vertellen. Als je een verhaal vertelt in een gezelschap of in het café, dan vertel je gewoon de gebeurtenissen en de dialogen, maar je weidt niet uit over de motieven van de personages. Toen dacht ik: dat is eigenlijk veel beter. Dan ben ik ook meteen van die ellendige psychologie af.”

Hommage aan Mulisch

Sander Bax is als literatuurwetenschapper verbonden aan Tilburg University en promoveerde op de ontwikkeling van de Nederlandse literatuur in de jaren zestig en zeventig. Vorig jaar verscheen zijn boek De Mulisch Mythe. Over dat boek schreef criticus Arnold Heumakers in NRC:

‘In Mulisch’ romans mag het toeval dan nauwelijks bestaan, maar geldt dat ook voor Mulisch’ leven? Door te suggereren dat Mulisch bijna altijd in control was, draagt dit boek over de Mulisch Mythe zelf bij aan de mythe die het beschrijft, al zou je dat natuurlijk ook als een onbedoelde hommage kunnen zien.’