Groei stelt AfD voor lastige vragen

Alternative für Deutschland

Anti-migrantenpartij AfD schudt het Duitse politieke landschap grondig op. Maar haar snelle groei stelt ook de partij zelf voor dilemma’s.

Frauke Petry, de leider van de AfD, komt met een speedboot aan bij een verkiezingsavond in Schwerin, in het noorden van Duitsland. Foto Daniel Bockwoldt / AFP

Duitsland kan er niet meer om heen. Voor de tweede keer heeft de anti-immigratiepartij Alternative für Deutschland (AfD) nu vanuit het niets meer dan twintig procent van de stemmen behaald bij verkiezingen in een deelstaat. In maart haalde ze bijna een kwart van de stemmen in Saksen-Anhalt, zondag ruim een vijfde in Mecklenburg-Vorpommern – waarmee ze de CDU van bondskanselier Merkel voorbij streefde en de op één na grootste partij in deze deelstaat werd.

Vanuit China, waar ze de G20 bijwoonde, erkende Merkel dat ze „als partijvoorzitter ook verantwoordelijk” is voor het slechte resultaat van haar partij. En dat de uitslag „natuurlijk iets met de vluchtelingenpolitiek te maken had”. Maar ze verwierp de gedachte dat ze haar vluchtelingenbeleid zou moeten wijzigen of bijsturen.

De AfD, die vier jaar geleden nog niet bestond, is nu in negen van de zestien deelstaten in het parlement vertegenwoordigd. Dat heeft, een jaar voor de Bondsdagverkiezingen, grote gevolgen voor het Duitse politieke landschap. En het roept moeilijke vragen op, zowel voor de AfD zelf als voor de andere partijen.

Meeregeren pas in verre toekomst

Meeregeren doet de partij nergens. Ook in Mecklenburg-Vorpommern zal dat voorlopig niet gebeuren. De andere partijen willen geen coalitie vormen met de AfD, met haar harde anti-islam- en anti-vluchtelingenstandpunten. En de AfD, zegt lijsttrekker Leif-Erik Holm, wil niet aan het besturen vanuit ‘een juniorpositie’, ofwel: zolang ze niet de grootste is.

Wat dat betreft is de jonge partij zondag aan een dilemma ontsnapt. Een enkele peiling gaf de AfD afgelopen weken kans om wél de grootste te worden. Was dat gebeurt, dan was het moeilijker geworden om te blijven weigeren medeverantwoordelijkheid te nemen voor het deelstaatbestuur.

Voorlopig is ook het standpunt van de landelijke AfD: we zetten ons af tegen de gevestigde partijen en horen dus in de oppositie. Vanuit die positie oefenen we invloed uit. Meeregeren is iets voor „de verre toekomst”, zoals vicevoorzitter Alexander Gauland, die veertig jaar lid van de CDU is geweest, dit voorjaar op het partijcongres zei.

Zo stelt de AfD voorlopig haar rol als outsider veilig, als protestpartij die niet bij de traditionele politiek hoort. En zo hoeft ze ook geen compromissen te sluiten en maakt ze haar handen niet vuil aan de politieke praktijk. Daar komt bij dat de AfD, net als snel gegroeide partijen elders in Europa, veel politiek onervaren mensen in haar gelederen heeft. Op bestuurlijke posities zouden zij de partij veel hoofdbrekens kunnen bezorgen, beseft de partijtop.

En dan is er het risico van onderlinge ruzies, dat groter wordt naarmate er meer baantjes te verdelen zijn. Nu al is dat een groot probleem bij de AfD, al heeft het succes in Mecklenburg-Vorpommern dat even aan het zicht onttrokken. Na een mooi resultaat in maart in Baden-Württemberg (15 procent), is de fractie daar al na een paar maanden in tweeën uiteengevallen toen de fractievoorzitter vergeefs probeerde een auteur van antisemitische geschriften uit de fractie te zetten.

Wie leidt de partij straks landelijk?

Ook in de landelijke top bestaan grote spanningen: tussen partijleider Frauke Petry en de andere bestuursleden. Daarbij gaat het over de koers en de stijl van de partij, over het karakter van Petry, maar ook over de vraag wie de partij gaat aanvoeren bij de Bondsdagverkiezingen, najaar 2017. Want op die stembusgang is de Duitse politiek nu vooral gericht – ook al komen er eerst nog deelstaatverkiezingen aan in Berlijn, op 18 september, en volgend voorjaar in Saarland, Sleeswijk-Holstein en Noordrijn-Westfalen.

Voor andere partijen is de vraag hoe zich op te stellen jegens de AfD. „We moeten ons helder van ze onderscheiden”, zei onlangs premier Haseloff van Saksen-Anhalt, waar de AfD 25 zetels in het parlement heeft, slechts vier minder dan zijn CDU. „Maar tegelijk moeten we hun kiezers niet buitensluiten.” En dat is een lastige figuur.

Haseloff wil dat zijn centrumcoalitie van CDU, SPD en Groenen als „homogene kracht” naar buiten treedt. Maar daarmee voedt hij het verwijt van de AfD dat er nauwelijks onderlinge verschillen tussen de andere partijen zijn. Want behalve kritiek op het vluchtelingenbeleid en de islam is de AfD ook de partij die, zoals haar naam zegt, een echt alternatief wil bieden. Een alternatief vooral voor de grote volkspartijen SPD en CDU/CSU die vroeger tegenover elkaar stonden, maar die nu door de versnippering van het politieke landschap vaak een zogeheten Grote Coalitie aangaan. Zo’n coalitie zal mogelijk ook in Mecklenburg-Vorpommern gevormd worden.

Ondertussen zoekt de AfD in de deelstaatparlementen net als op campagne de confrontatie, met grote woorden en scheldtirades. Merkel is een dictator, de SPD de Scharia Partei Deutschlands, het land wordt een kalifaat en gaat ten onder in de asielchaos. Dat zijn omgangsvormen waar de „oude partijen”, zoals de AfD ze noemt, lastig mee om kunnen gaan.

Een voormalige campagnechef van de CDU, en oud-wethouder in Berlijn, doorbrak vorige week een taboe toen hij ervoor pleitte om de AfD niet langer uit te sluiten van coalities. Op die manier zouden de andere partijen de AfD voor het blok zetten en haar ‘betovering’ doorbreken. Maar bijval kreeg hij niet. De Berlijnse krant Der Tagesspiegel noemde het idee zelfs ‘obsceen’.