Enerverende reis door de tijd bij Festival Oude Muziek

KlassiekFestival Oude Muziek Gehoord: 3/9, div. locaties in Utrecht

4

Het Festival Oude Muziek – wereldwijd het grootste in zijn soort – stond dit jaar in het teken van muziekmekka Venetië. Het slotweekend gaf op originele wijze invulling aan dat geografische thema, wat uitpakte als een enerverende tijdsreis.

De specialisten van Ensemble Gilles Binchois wijdden een concert aan een manuscript met gregoriaanse gezangen, afkomstig uit de Venetiaanse San Marco-basiliek. De varianten uit dit manuscript doen menig kennershart sneller kloppen, maar de academische inslag gaf het programma een wat stroperig verloop, wat niet wegneemt dat er voortreffelijk gezongen werd. Na een uur uitgepuurde eenstemmigheid was de toegift evenwel verpletterend: een twééstemmig fragment uit de Notre Dame-school.

Verderop in de Jacobikerk stond de klok een paar eeuwen later. Cappella Pratensis zong werk van Adriaen Willaert, een van de centrale festivalcomponisten, maar koos daarbij voor een verrassende invalshoek: de stukken van vóór hij wereldberoemd werd als kapelmeester van de San Marco en grondlegger van de Venetiaanse School. Willaert kwam immers niet uit het niets, al is de informatie over die vroege jaren beperkt. Cappella stelde een boeiend programma samen, met gregoriaanse bronfragmenten en muziek van Josquin en Mouton, maar het bevestigde wel de kwaliteitskloof tussen vroeg en laat werk: naast die leermeesters klonk de jonge Willaert nog wat weinig geprononceerd. Willaerts volwassen motet Mittit ad virginem was een tijdreis op zich, zo’n surplus aan karakter droeg het mee. Cappella Pratensis, vaak bijeen gegroept rond een enkele muziekstandaard, zong adembenemend goed.

Het jonge ensemble Ensemble Correspondances van Sébastien Daucé vulde Vredenburg met het meest speculatieve Venetië-concert: hoe zou de Franse componist Charpentier in 1665 van Parijs naar Rome zijn gereisd? Er is vrijwel niets bekend over Charpentiers Italiaanse reis, dus wie het weet mag het zeggen. Volgens Daucé en de zijnen deed hij onder meer Cremona en Bologna aan – en natuurlijk La Serenissima. De Venetiaanse poot van dit onderhoudende reisprogramma werd gevormd door celebrity-componist Cavalli. Diens Magnificat is een schoolvoorbeeld van de meerkorige San Marco-stijl, waarbij groepjes muzikanten tegenover elkaar stonden voor ruimtelijk effect. Charpentier (een speerpunt van Correspondances) zou hierdoor beslissend beïnvloed zijn, wat te horen was in de fantastische Mis voor vier koren waarin het concert culmineerde. Het bleef speculatie, maar wel van het oorstrelende soort.

Tot zijn eigen verbazing had violist Gunar Letzbor het verzoek gekregen om met zijn Ars Antiqua Austria in het festival Vivaldi te komen spelen. Vivaldi spelen ze namelijk nooit – „Dat heeft u misschien gehoord,” grapte Letzbor.

AAA benaderde De vier jaargetijden dan ook alsof de noten volslagen nieuw waren, wat leidde tot avant-gardistische toonvorming, opzettelijk aarzelende timing, en driekwartsmaten die klonken als een Oostenrijkse boerendans. Verfrissend: de intonatie was bij vlagen behoorlijk vrijzinnig, maar zo lui en rauw en puberaal obstinaat klonk Vivaldi zelden.