‘Zinloos geweld’, bestaat dat nog?

Uitgaansgeweld Maandag overleed een man na geweld in het nachtleven. Vroeger heette dat ‘zinloos geweld’. Maar daar hoor je weinig meer over.

De Amsterdamse Wallen. Foto Koen van Weel / ANP

Het was een nieuwsbericht dat al jaren niet meer voorbij was gekomen: zaterdag kreeg een man op de Amsterdamse Wallen zulke ernstige klappen dat hij uiteindelijk aan zijn verwondingen overleed. Het 32-jarige slachtoffer zou volgens getuigen tussenbeide zijn gekomen in een ruzie tussen twee groepen mannen, zo meldde de politie.

Het roept herinneringen op aan de incidenten die ‘zinloos geweld’ in de jaren negentig tot een veelbesproken maatschappelijk thema maakten. In 1996 werd de 26-jarige Joes Kloppenburg doodgetrapt, nadat hij ’s nachts in een Amsterdams uitgaansgebied mannen had aangesproken die een zwerver mishandelden. Een jaar later overleed de 30-jarige Meindert Tjoelker, toen hij slaags raakte tijdens een uitgaansavond in Leeuwarden. Na stille tochten, media-aandacht en brede maatschappelijke verontwaardiging kwam een actie op gang tegen ‘zinloos geweld’ en ontstond de Landelijke Stichting Tegen Zinloos Geweld. Op plaatsen waar een dodelijk geweldsincident had plaatsgevonden, werd een gedenkteken in de vorm van een lieveheersbeestje in het plaveisel gelegd.

Maar de laatste jaren is het begrip ‘zinloos geweld’ van de radar verdwenen. Is dat omdat het aantal incidenten succesvol is teruggedrongen, of is alleen de aandacht ervoor verminderd? De Amsterdamse politie wil bij het incident van afgelopen weekend niet spreken van ‘zinloos geweld’: het onderzoek is nog in volle gang.

Dat toont meteen hoe lastig de term ‘zinloos geweld’ is. „Het is gevaarlijk om vlak na een incident te spreken van zinloos geweld”, zegt criminoloog Henk Ferwerda, directeur van Bureau Beke, dat onderzoek doet naar veiligheidsvraagstukken. „Over het incident van dit weekend heb ik geen informatie, maar in het algemeen zie je maar zelden geweld out of the blue ontstaan. Wat er precies is gebeurd, wie de dader is en wie het slachtoffer, blijkt pas na politie-onderzoek.”

Ieder weekend is er geweld

Dat er minder gesproken wordt over zinloos geweld, wil niet zeggen dat het niet meer plaatsvindt, zegt Ferwerda. „Ieder weekend is er wel sprake van geweld in uitgaanscentra. Hoewel we wel zien dat het aantal incidenten afneemt de laatste jaren.” Tegelijkertijd neemt het geweld tegen overheidsfunctionarissen, zoals politie- en ambulancemedewerkers, toe.

Onder beleidsmakers is de term ‘zinloos geweld’ in de loop der tijd vervangen door ‘uitgaansgeweld’, zegt Marjolijn van Hest, projectleider uitgaansgeweld van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). „Om dit type geweldsincidenten meer te kunnen duiden en ze aan te pakken, is ook het label veranderd.” Uitgaansgeweld wordt niet landelijk, maar lokaal aangepakt – bij gemeenten en de plaatselijke politie ligt immers de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de openbare orde.

Van Hest: „Van veel gemeenteambtenaren hoor ik dat er goede resultaten worden geboekt. De gemeente heeft de regie, maar de maatregelen worden samen genomen met de horeca-ondernemers, die hun verantwoordelijkheid ook onderkennen.” Het Trimbos-instituut constateerde jaren geleden al dat de meerderheid van de geweldplegers in het uitgaansleven onder invloed van alcohol was.

Een succesverhaal dus? De lokale aanpak maakt het wel lastig, aldus Van Hest, om te zeggen hoeveel geweldsincidenten er nog daadwerkelijk in het uitgaansleven zijn. Landelijke cijfers daarover kan de politie niet leveren, wel zijn er lokale voorbeelden waarin de aanpak van uitgaansgeweld lijkt te werken. Zo ziet de gemeente Amsterdam op het drukke Rembrandtplein een afname van het aantal incidenten. In de tweede helft van 2015, toen het plein door gemeente, politie en horecaondernemers onder handen genomen werd, waren er 78 incidenten, tegenover 93 in 2014: een daling van 16 procent.

Susteams grijpen in

Haarlem en Delft zagen een afname door de inzet van ‘susteams’, particuliere beveiligers die tijdens uitgaansavonden opstootjes in de kiem moeten smoren. In veel gemeenten verkeert de aanpak van uitgaansgeweld nog in een experimentele fase, waarbij repressieve maatregelen, zoals de inzet van extra handhavers, worden afgewisseld door ‘vriendelijker’ maatregelen, zoals de verspreiding van kalmerende geuren en licht.

Van Hest: „Van lavendel- en citrusgeur was al in gevangenissen gebleken dat het een rustgevend effect had, dus op verschillende plaatsen wordt daar nu ook mee geëxperimenteerd. En een Amsterdamse steeg waar meer verlichting is opgehangen, heeft veel minder last van wildplassers.”

De Stichting Tegen Zinloos Geweld leidt inmiddels een sluimerend bestaan. „We zijn passief actief”, zegt oprichter Bart Wisbrun. De stichting, tegenwoordig Moed genoemd, publiceerde sinds 2009 geen jaarverslag meer op haar site; dat was het jaar dat het geld opraakte. De aandacht voor het thema is afgenomen, zegt Wisbrun. „Tot 2007 hadden we nog 36 gastdocenten voor ons werken, die dagelijks lessen gaven op scholen, verenigingen en sportvelden. Dat is voorbij.” De aanvragen voor gastlessen droogden op. De stichting, die altijd afhankelijk is geweest van giften en sponsoren, heeft haar activiteiten moeten stilleggen. „Er zijn nog steeds incidenten, maar nu zijn er in de maatschappij gewoon andere prioriteiten.”

Ondertussen verdwijnen ook de stoeptegels met lieveheersbeestjes uit het straatbeeld. Wisbrun kreeg deze maandagochtend nog een mailtje uit Leiden. „Ze schreven mij: onze stoeptegel is afgelopen weekend gejat. Of ik ’m kon vervangen. Heel vervelend, maar dat kan dus niet. Daar heb je gewoon centen voor nodig.”