De politie deugt en kan beter

nrcvindt

Wat kunnen we leren van het sociologische onderzoek naar de ‘morele weerbaarheid’ van de Nederlandse politie? Vandaag bleek dat het in de kern met de politiemedewerkers wel goed zit. Het gros is in staat te reflecteren op zijn gedrag, kritiek wordt aanvaard en men vindt het intern heel erg als de samenleving een slecht beeld van de politie heeft. Dat corrigeert hoe dan ook de beeldvorming na de reeks incidenten over corruptie, discriminatie en soms dodelijk politiegeweld. De gemiddelde politiemedewerker is in het algemeen terughoudend met geweld en let bij het handhaven niet alleen op de regels, maar weegt ook de specifieke situatie mee. Het gros van de agenten ziet zijn mond als zijn belangrijkste wapen, niet de wapenstok.

Tegelijk zijn er ook allerlei storende factoren die het politiemedewerkers moeilijk maken om altijd zo te handelen als men zelf meent dat moreel juist of ‘goed’ is. Dat levert aanbevelingen op die ook buiten de politie gehoord mogen worden.

De eerste is al bijna een evergreen, die niet vaak genoeg herhaald kan worden. Ook hiërarchische organisaties moeten ruimte geven aan zelfsturing – en moeten dus terughoudend zijn met protocollen en regels. Geef het ‘individuele geweten’ van politiemedewerkers in hun werk meer ruimte, is het advies. De protocollen en afrekentargets die in omvang zijn gegroeid – niet alleen bij de politie – waren vooral bedoeld om opbrengst en controle te verbeteren. Maar bij medewerkers die ‘morele keuzes’ moeten maken in praktijksituaties werken ze averechts. Dit advies staat ook haaks op de pas recent aangepaste Beroepscode Politie die juist protocollen, vaste werkwijzen en procedures voorschrijft. En pas als die niet werken, mag het eigen verstand worden gebruikt.

Tweede advies, ook toepasbaar buiten de politie, is om vaker onderling een gesprek te voeren over normen, waarden en vakmanschap aan de hand van praktische voorvallen. Dat vraagt om collegiale gesprekken waarbij elkaars interpretatie van normen en waarden zichtbaar wordt – als het regelmatig gebeurt ontstaat er wat wel een ‘moresprudentie’ wordt genoemd. Derde advies is om dit gesprek over dilemma’s en gedragskeuzen zo te voeren dat ook de politieleiding er van op de hoogte kan (en mag) raken. Dat vraagt om een cultuuromslag; om een veilige organisatie waarin men kan praten en kritiseren zonder voor consequenties te vrezen. In de sterke politiecultuur van onderlinge solidariteit, waarin ‘collega’ haast synoniem is voor familie, wordt dat nog een opgave. Meer professionele vrijheid, meer ruimte voor onderlinge ethische toetsing - het is meer beroepen en organisaties gegund.