De bubblegum-koningin is terug

Britney Spears Het nieuwe album van Britney Spears klinkt fris – maar noem het geen comeback.

Britney Spears is terug aan de top met een frisse, nieuwe plaat. Hier vorige maand in New York, tijdens de MTV Awards. Foto Michael Loccisano / AFP Foto Michael Loccisano / AFP

Het gaat alweer een stuk beter met Britney Spears. Ze heeft een reputatie, zeker bij de paparazzi die de afgelopen vijftien jaar veel geld aan haar verdiend hebben. „Popster slaat door”, schreven de boulevardbladen als ze weer eens met ontbloot bovenlijf in Los Angeles gesignaleerd was. Of die keer dat ze een schaar leende bij een kapsalon om haar blonde lokken er in één keer af te knippen, vlak voor een belangrijke prijsuitreiking. Ze was het meisje van hiernaast dat veel te jong beroemd was geworden en al dat succes niet aankon.

‘Oops!… I Did It Again’

Als ze zingt is Britney Spears (34) uit duizenden herkenbaar. Altijd met het nasale timbre dat praktisch onveranderd is gebleven sinds ‘(Hit Me) …Baby One More Time’, haar eerste hit uit 1998. Naar school ging ze met tussenpozen. Op haar achtste werd ze al door haar ouders naar voren geschoven als een potentieel televisietalent. Als tienjarige schitterde de kleine Britney op de Amerikaanse tv in de Mickey Mouse Club, tussen leeftijdgenootjes Justin Timberlake en Christina Aguilera. De plaatsvervangende ambitie van moeder Lynne bleef Britney altijd achtervolgen. Het familiemotto: „Als je geen geld hebt om te shoppen, heb je geen reden om te leven.”

Diep in haar hart bleef ze altijd de onzekere afstammeling van white trash uit Mississippi, hunkerend naar liefde en waardering.

Is het een wonder dat Britney Spears een verknipt leven tegemoet ging? Haar Lolita-imago werd gecultiveerd in muziek die gaandeweg steeds seksueler werd. Van het quasi-onschuldige ‘Oops!… I Did It Again’ tot ‘Toxic’, met een clip die inspeelt op mannenfantasieën over de sexy stewardess en de gevaarlijke dominatrix. Britney werd het middelpunt van een miljoenenbedrijf waarin ze werd geëxploiteerd door de platenindustrie, dubieuze managers en foute mannen in haar liefdesleven.

Een artistiek hoogtepunt met het album In The Zone (2003) ging gepaard met een periode van grote turbulentie en persoonlijke problemen. Drank, drugs, onvoorspelbaar gedrag en seksuele uitspattingen maakten haar tot een ongeleid projectiel. In rehabklinieken hield ze het nooit langer dan een dag vol. De twee kinderen die ze met haar ex-man Kevin Federline op de wereld had gezet, werden door de Amerikaanse Jeugdzorg bij haar weggehouden.

Haar grote ideaal was het om een artiest als Madonna te zijn, met grip op zakelijke en artistieke beslissingen. Vroeg in haar carrière was Britney Spears gekoppeld aan de Zweedse producer Max Martin, die de songs al klaar had liggen toen de zangeres in Stockholm arriveerde. Haar latere albums werden lappendekens van stijlen, uiteenlopende producers en foute beslissingen, zoals de ongemakkelijke mix van gekunstelde elektronische dansmuziek en quasipersoonlijke teksten op haar voorlaatste, geflopte album Britney Jean (2013). Toen Madonna haar tijdens een awardshow hartstochtelijk op de mond kuste, zag Britney dat als een teken van verwantschap. Diep in haar hart bleef ze altijd de onzekere afstammeling van white trash uit Mississippi, hunkerend naar liefde en waardering.

Haar ‘comeback’

Haar artiestencarrière raakte in verval. Ze werd jurylid bij de Amerikaanse The X Factor en begon een residency in Las Vegas waar ze vijftig keer per jaar optreedt. Juist nu ze leek te berusten in de eindeloze reprise van haar grootste hits, diende de single ‘Make Me…’ zich aan als voorbode van haar negende album Glory. Ook nu weer was er buitenmuzikale opwinding, toen het gerucht de ronde deed dat rapper G-Eazy haar bij een gezamenlijk optreden tijdens de MTV Video Music Awards live voor een miljoenenpubliek had willen tongzoenen. Onzin, verklaarde Britney, „hij heeft een vriendin!”

Is Britney Spears preuts geworden? Nee, want Glory staat bol van seksuele toespelingen. Het elektronische walsje ‘Private Show’ haakt in op Vegas-achtige sferen. „Work it, work it, boy watch me work it,” kreunt ze suggestief, „Slide down my pole, watch me spin it and twerk it.”

De sfeer van het album is luchtig en afwisselend, losser dan ze in jaren heeft geklonken. Het smachtende ‘Just Luv Me’ en de stuiterende beat van ‘Do You Wanna Come Over’ geven Britney haar jeugdig enthousiasme terug. In ‘Slumber Party’ haalt ze dierbare herinneringen op aan kussengevechten en buren die klagen over de herrie. „That was fun,” verzucht ze hartstochtelijk na het aan Motownmuziek refererende ‘What You Need’.

Een comeback mag het niet heten, zei ze vorige week bij de albumpresentatie, want ze is nooit weg geweest.

Een colofon van tachtig (!) producers, muzikanten, zangers en zangcoaches kan de eenheid van Glory niet verstoren. De Britse producer Talai Riley geeft Britney in het radicaal elektronische ‘Clumsy’ met abstracte geluidsvegen en haperende ritmes net genoeg ruimte om haar slaapkamergeheimen te delen: „Bangin’ all over this bedroom / again and again and again”. Het album is niet op alle fronten een triomf. Met haar fonetische Frans van ‘Coupure Électrique’ houdt ze niemand voor de gek en in ‘Love Me Down’ zet ze een kinderstemmetje op dat ze nu definitief ontgroeid is.

Een comeback mag het niet heten, zei ze vorige week bij de albumpresentatie, want ze is nooit weg geweest. Met dit fris klinkende en handig rond haar vocale beperkingen geconstrueerde album claimt Britney Spears haar kroon terug als de koningin van de betere bubblegumpop.