Zuid-Soedan accepteert 4.000 extra blauwhelmen

Hiermee probeert de regering het wapenembargo van de Veiligheidsraad te vermijden.

Foto Charles Atiki Lomodong / AFP

De Zuid-Soedanese regering gaat akkoord met het aanbod van de Verenigde Naties (VN) om 4.000 blauwhelmen naar het land te sturen. Hiermee probeert de regering het wapenembargo van de Veiligheidsraad te vermijden. Dat meldt persbureau Reuters op basis van een verklaring van de VN en de regering.

Het besluit 4.000 VN-blauwhelmen toe te laten is onderdeel van de vredesmissie UNMISS, dat nu al zo’n 12.000 soldaten gelegerd heeft in het land. Zuid-Soedan, pas vijf jaar onafhankelijk en daarmee het jongste land ter wereld, is van mening dat het bewind er zelf voldoende in slaagt zijn burgers te beschermen. Het land kampt met grote armoede, honger en droogte. Door recent geweld zijn volgens vluchtelingenorganisatie UNCHR bijna 60.000 mensen op de vlucht geslagen.

Het gezamenlijke verklaring:

“Om de situatie veiliger te maken geeft de regering toestemming voor de inzet van VN-militairen, als onderdeel van de missie, om de regionale troepen te steunen.”

In augustus wilde de Afrikaanse Unie al een troepenmacht naar het land sturen, waarbij de bevoegdheden verder zouden moeten gaan dan die van de blauwhelmen die er nu gelegerd zijn. De blauwhelmen mogen nu alleen ingrijpen als burgers direct in gevaar zijn of komen. De Afrikaanse troepen zouden actief vrede af kunnen dwingen.

NRC-correspondent Koert Lindijer schreef eerder een artikel over 5 jaar Zuid-Soedan: vijf jaar ellende

In vijf dagen tijd bijna 300 doden

Al enkele dagen vinden in de hoofdstad van Zuid-Soedan, Juba, hevige gevechten plaats, waarbij tanks en helikopters worden ingezet. Troepen die loyaal zijn aan president Salva Kiir en zijn rivaal Riëk Machar (toenmalige vice-premier) zoeken de confrontatie met elkaar. Kiir is van de Dinka-stam, Machar van de Nuer-stam. In juli vielen in vijf dagen tijd bijna 300 doden, waarop de leiders opriepen tot een staakt-het-vuren.

Bij de burgeroorlog, die begon in 2013, vielen zeker 50.000 doden. In 2015 werd vrede gesloten en besloten dat de troepen van president Kiir en Machar samen moeten werken. Daar is tot op heden nog niets van terecht gekomen. Met het groeiende geweld groeit ook de angst voor een burgeroorlog in het jongste land ter wereld.