Onderzoek: moreel vermogen van de politie staat onder druk

Politiecultuur

De meeste agenten willen iets voor de samenleving betekenen. Maar interne kritiek is soms lastig – vooral door haantjes en cowboys die snel inzetten op geweld.

Foto ANP / Alexander Schippers

Het moreel vermogen van de politie staat onder druk. Bij delen van de politie heerst een ‘afrekencultuur’ waardoor agenten moeilijk openlijk hun mening durven geven, zoals kritiek op leidinggevenden of op het handelen van collega’s op straat. Dat staat in een onderzoek dat maandag verschijnt in opdracht van de Politieacademie naar de ‘morele weerbaarheid’ van agenten.

Al hebben de meeste agenten wel een goed ontwikkeld moreel besef, er is nog „volop ruimte” voor verbetering, constateren de onderzoekers onder leiding van emeritus hoogleraar Gabriël van den Brink.

Veel agenten kunnen goed reflecteren op hun werk en nadenken over hun eigen handelen, maar er zijn „storende factoren” die verbetering van morele weerbaarheid in de weg staan. Zo is de invloed van ‘haantjes’ en ‘cowboys’ – agenten die snel inzetten op geweld - op de cultuur van bepaalde korpsen groot. Terwijl de collega’s voor een andere benadering van de burger zijn, maakt de collegiale cultuur het terugfluiten van de haantjes niet gemakkelijk.

De onderzoekers vroegen 83 agenten middels diepte-interviews naar de morele kanten van hun werk. De bevindingen werden getoetst aan een dataset met 2.314 politieagenten. Daaruit bleek dat het overgrote deel van de agenten het werk doet om iets voor de maatschappij te betekenen. Van de agenten zei 87 procent het heel erg te vinden als zou blijken dat hun handelen niet deugt. Tegelijk zei 56 procent dat werk hen cynischer heeft gemaakt en 53 procent gaf aan in zijn of haar vrije tijd ook wel eens regels te overtreden.

Er blijkt geen consensus te bestaan over de vraag wat moreel goed gedrag is. Agenten noemden voorbeelden waarbij collega’s te snel over gingen op geweld. „Dan is de situatie onder controle en komen collega’s met vier auto’s aanrijden, allemaal met de lange wapenstokken uit.” Een agent vertelde over zijn ervaringen met de ‘hondenmannen’, die in zijn ogen meteen willen optreden, terwijl hijzelf meer is voor praten. Ook over etnisch profileren – „aangejaagd door de eis om efficiënt op te treden” – is discussie, zoals ook over het treiteren – „ambtelijk stalken” - van criminelen die via het strafrecht moeilijk kunnen worden aangepakt.

De onderzoekers constateren dat het handelen in de buitenwereld en binnen de organisatie soms uit elkaar loopt. Een agent: „Binnen voel ik me af en toe de juffrouw van een kindercrèche. Het is dan net alsof we allemaal zitten te wachten tot we te horen krijgen hoe iets moet en wie wat moet doen.” Een ander: „Er heerst een ja-knik-cultuur. En als jij kritisch bent, met name naar de teamchefs toe, dan kun je een carrière binnen de politie wel vergeten.” De hiërarchie heerst volgens de onderzoekers wel al minder sterk dan vroeger, mede door de komst van vrouwen in het korps.