Wesley Sneijder: jeugdspelers hebben het te makkelijk

WK-kwalificatie Oranje begint de kwalificatie voor het WK 2018. Wesley Sneijder wil de nieuwe generatie spelers inspireren.

Wesley Sneijder put hoop uit de eerste twintig minuten van de verloren oefeninterland tegen Griekenland (1-2), afgelopen donderdag. Foto ANP

Volgens de breed aangevlogen analyse van Wesley Sneijder is de teloorgang van het Nederlands voetbal een gevolg van jeugdigheid in het clubvoetbal en afleiding door technologie en luxeproducten. Sneijder had niet veel meer dan voetbal, opgroeiend in de Utrechtse volkswijk Ondiep. Naar búiten, altijd maar naar buiten. „Pleintjesvoetbal is er nu bijna niet meer. Het overleven op straat, dat is niet meer zoals het was in de generatie waar ik deel van uitmaakte.”

Het gaat, in het algemeen dan, „te makkelijk” voor jeugdspelers anno nu. Te veel voorgekauwd, te veel in de watten gelegd. Te weinig strijd op straat. Niet dat dat gebrek aan basistechniek en straatmentaliteit nu al zichtbaar is bij Oranje. „Maar in zijn totaliteit is dat wel een probleem. Vijf, zes jaar geleden is er door de komst van iPhones, iPads en noem het maar op iets veranderd. Te veel afleiding. En zeven, acht jaar later ga je dat wel merken”, vreest Sneijder.

Op zijn linkeronderarm staat de naam van zijn zoontje Xess Xava en een afdruk van diens rechtervoetje getatoeëerd. Zoals gesprekken lopen met meerdere journalisten aan tafel gaat het hak-op-de-takinterview via de afdruk van dat voetje naar de tweebenigheid van vader Wesley, een fenomeen dat tegenwoordig bijna uitgestorven is.

„Het is deels van nature dat ik dat heb, maar ik heb er ook heel veel op getraind. Ook op het pleintje. Op zo’n blinde muur, dat was het mooiste. Liefst met een klein raampje ernaast dat je dan in kon schieten. Per ongeluk dan, weet je.”

Vroeger was alles beter

Hij is nu 32 jaar oud, met 122 interlands nog acht verwijderd van het record van Edwin van der Sar. De deugniet van toen is de romanticus van nu. Vroeger was alles beter. Zelf noemt hij dat diplomatiek „anders”, in de zin „het was anders toen ik hier binnenkwam als international”. Maar hij bedoelt toch echt: beter. Ervaren jongens verdrongen zich in de Oranje-selectie toen hij zich in 2003 voor het eerste meldde. Sneijder: „Nu zie je dat er vier, vijf jongens van twintig tegelijk binnenkomen. Het is van een meerderheid ervaren jongens naar bijna geen ervaren jongens gegaan, dat is een te groot verschil.”

Hij heeft er „nog steeds vertrouwen in” dat Nederland in Zweden gaat winnen, dinsdagavond. Iets dat gezien de te verwachten strijd tussen deze landen om de tweede plaats achter favoriet voor poulewinst Frankrijk een zeer gewenst zo niet noodzakelijk resultaat is. Sneijder baseert dat vertrouwen op de trainingen, op de oefenwedstrijden voor de zomer waar „een stijgende lijn” te ontwaren was. En op de eerste twintig minuten tegen Griekenland. „Daar zag je wat de bedoeling was.”

In de aanloop naar Zweden-uit, de aftrap voor Oranje in de WK-kwalificatiepoule, is het zoeken naar sprankjes hoop in het Nederlands elftal dat omgeven is door negativisme en onrust. Bert van Oostveen die opstapte als directeur betaald voetbal, Dick Advocaat die het ambt van assistent-bondscoach als zomerbaantje zag. Ruud Gullit die niet kwam, Marco van Basten die na iets meer dan een jaar aan de zijde van Blind vertrekt naar de spelregelcommissie van de FIFA. „Daar hou ik me als aanvoerder niet mee bezig”, zegt Sneijder. Alleen het gedwongen vertrek van teammanager Hans Jorritsma per eind 2016 grijpt hem aan. „Daar heb ik mijn mening over gegeven.”

De malaise werd afgelopen donderdag gecompleteerd met de nederlaag in de oefeninterland tegen Griekenland (2-1). Over het lot van bondscoach Danny Blind in geval van een nederlaag „wil ik niet eens nadenken”, zegt hij. „Dinsdag moeten we er staan, klaar. Neem die olympiërs, zij moeten vier jaar wachten om zich te revancheren. Wij kunnen het in vier dagen al rechtzetten.” Maar de mislukte, bijna traumatiserende EK-kwalificatie laat zijn sporen na. „Je stapt niet meer in de bus met het gevoel: ‘we gaan winnen, vraag is alleen met hoeveel’”, zegt Sneijder in een zaal van het Amsterdamse hotel Okura, waar Oranje zaterdag verzamelde voorafgaand aan de vlucht naar Zweden maandag. „Bij die tegengoal tegen de Grieken zag ik bij sommige jongens dat gevoel van: daar gaan we weer. Terwijl het moet zijn: daar gaan we weer, maar nú gaan we er overheen.”

Veel praten over WK

Sneijder ziet voor zichzelf de rol om een nieuwe generatie te inspireren, als „verlengstuk” van Blind. Het missen van het EK betekent dat twintigers als Vincent Janssen, Quincy Promes, Jeffrey Bruma en Jeroen Zoet hun eerste eindtoernooi nog moeten meemaken in het echte Oranje.

„In 2010 had je bijna allemaal jongens die al een eindtoernooi hadden gespeeld. Dat je weet waar je twee jaar kwalificatie voor speelt. Ja, je weet het wel, maar als je dat beeld niet voor ogen hebt, kan je er niet over filosoferen. Daarom moet ik er ook veel over praten, ze voorhouden hoe mooi dat WK is, het mooiste wat er is voor een voetballer.”

Dat Sneijder - nog altijd fit maar „het gaat niet vanzelf meer op deze leeftijd” - nog steeds de onomstreden ‘nummer 10’ is, zegt evenveel over zijn eigen kwaliteit als die van de generaties die volgden. Even bungelde hij voorafgaand aan het WK 2014, wegens gebrek aan fitheid geconstateerd door bondscoach Louis van Gaal, maar een gebrek aan alternatieven en een conditionele inhaalslag redde Sneijder. Ruim twee jaar later wordt hij nog steeds gezien als de enige man die iemand vrij kan zetten voor doel.

En wat komt er aan? Davy Klaassen en Davy Pröpper zijn andere spelers, minder dwingend. Hakim Ziyech koos voor Marokko. Maar begin bij Sneijder niet over zijn opvolging. Hij gaat na het WK 2018 misschien nog wel door, „als ik me goed voel”. Hij vindt het veel te mooi zolang hij nog dominant kan zijn. „Ik wil die verantwoordelijkheid nemen, ik wil dat uitstralen en spelers meenemen daarin. Dinsdag gaat het beginnen, we moeten ons erdoorheen slepen.”