RCO is op tournee te weinig ambassadeur van Nederland

Voor de klassieke muziek is er geen spannender, drukker week dan deze. Het Concertgebouworkest inaugureert zijn nieuwe chef, De Nationale Opera begint het nieuwe seizoen met een gala en een nieuwe Figaro, voor de avontuurzoeker is er de Gaudeamus Muziekweek en daarna is Gergiev er voor zijn Festival.

Me afvragend of ik ook verborgen hoogtepunten van dit seizoen zou kunnen voorspellen, herlas ik deze zomer de brieven van componist/ criticus Matthijs Vermeulen – in 2017 vijftig jaar dood. Aan wie die, gebundeld in Mijn geluk, mijn liefde, nooit las: doe het wel. Inniger, persoonlijker, ontroerender én succesvoller liefdesbrieven zijn mij niet bekend. In 500 pagina’s maakt de 57-jarige Vermeulen, net weduwnaar en kluizenaar in een dorpje bij Parijs, de 20 jaar jongere Thea Diepenbrock met woorden het hof. Waarom? Omdat hij een mystieke inslag had en „betoverende vibraties” opving uit een brief van haar.

Thea sputterde nog even, maar tegen het liefdesoffensief van Vermeulen, zijn kritisch zelfonderzoek en hartverwarmende natuurbeschrijvingen is geen sensitieve ziel opgewassen. Nog geen jaar later, in 1946, trouwen ze.

In zijn brieven ageert Vermeulen ook tegen het reisbeleid van het Concertgebouworkest. Zo’n orkest de wereld overvliegen om stukken te spelen die orkesten ter plekke net zo goed kunnen uitvoeren, waarom moet dat? Zeventig jaar later kun je zijn notities opvatten als een nog actueel schotschrift tegen de wereldtournee en de nieuwe RCO meets Europe-tour.

Maar de muzieksector is meer veranderd dan Vermeulen zich kon voorstellen. Een internationaal gerenommeerd toporkest blijft dat niet als er niet gereisd wordt, als de reputatie niet steeds opnieuw internationaal wordt geborgd.

De klacht die nog wél legitiem is, is dat het orkest in zijn tourneeprogramma’s weinig getuigt van ‘thuis’, hoe Amsterdams het orkest ondanks zijn 25 nationaliteiten volgens de musici („wij hebben de mentaliteit van fietsers in Amsterdam”) ook is.

Het orkest speelt dit seizoen twee nieuwe opdrachtwerken van Rijnvos en Roukens (en lekker véél wereldpremières), maar niet op tournee. Dirigent Jaap van Zweden heeft voor het New York Philharmonic zijn lijstje al klaarliggen (Van der Aa, Andriessen, Jeths, Loevendie, Padding, Rijnvos, Roukens, Tsoupaki, JacobTV, De Vries en Zuidam). Iets van diens ambassadeurszin zou het RCO niet misstaan.

is redacteur klassieke muziek