‘PvdA en VVD in een coalitie, dat maakt de politiek kapot’

Interview Paul Tang, Europarlementariër PvdA

Als Samsom en Asscher niet links genoeg zijn, stelt europarlementariër Paul Tang zich kandidaat als PvdA-lijsttrekker.

PvdA’er Paul Tang wil een linksere koers voor zijn partij. Foto Evert Elzinga/ANP

Hij is op zoek naar „linkse lef” – en die ziet hij onvoldoende in zijn partij. Eerder „lusteloosheid”. Volgens Europarlementariër Paul Tang moet de PvdA zich teweerstellen tegen „een groot gevoel van machteloosheid” in de samenleving: de markt bepaalt het beleid, niet de overheid. Hij is geïnspireerd door de linkse tegenbeweging die heeft geleid tot de opkomst van Jeremy Corbyn bij het Britse Labour, en Bernie Sanders bij de Democraten in de VS.

Tang bepleit een „grote breuk” met het beleid van Rutte II. En hij vreest dat de twee belangrijkste kandidaten voor het PvdA-leiderschap, fractieleider Diederik Samsom en vicepremier Lodewijk Asscher, daarvan onvoldoende afstand zullen nemen. In dat geval stelt Tang zich dit najaar kandidaat bij de lijsttrekkersverkiezing van de PvdA.

Hij begrijpt dat er in 2012 weinig alternatieven waren voor regeren met de VVD. Het was crisis en er was een onmogelijke verkiezingsuitslag. Maar nu, zegt Tang, moet de PvdA de VVD uitsluiten als toekomstig coalitiepartner. „Liberalen zijn geen natuurlijke bondgenoot voor de PvdA. Zo’n links-rechtscoalitie maakt ook de politiek kapot: als VVD en PvdA samenwerken, sterkt dat kiezers in hun idee dat het toch allemaal één pot nat is. Ik ben zeer voor links tegen rechts. Dat is de enige manier om het populistische ongenoegen een plek te geven in de politiek.”

„Als je mij vraagt: doen we het nu beter dan na de Fortuyn-revolte in 2002, dan zeg ik nee. De PvdA verloor toen 22 zetels maar heeft daar weinig van geleerd. Ironisch genoeg hebben de PvdA’ers die bij de formatie van Rutte II aan tafel zaten, 2002 allemaal zelf meegemaakt: Diederik Samsom, Jeroen Dijsselbloem en [informateur] Wouter Bos. De les van Fortuyn was toch juist: Paars, dat moet de PvdA niet meer doen?”

Samsom zegt: we konden niet anders, gezien de verkiezingsuitslag.

„Wat Rutte II goed heeft gedaan, is dat er bruggen geslagen zijn door akkoorden te sluiten met de sociale partners en over energie. Maar er lag steeds te veel nadruk op bezuinigen en hervormen. Waar was de aandacht voor werk? Je kreeg toch de indruk dat de begroting belangrijker was dan de werkgelegenheid. Natuurlijk, ik heb gezien dat de PvdA in de coalitie heeft gevochten voor haar punten. Maar je bleef toch het gevoel houden: de markt bepaalt het beleid, niet de overheid.”

Samsom noemt de bezuinigingen en hervormingen „achterstallig onderhoud aan de verzorgingsstaat”.

„Ik noem dat levertraanpolitiek. Het is vies, maar wel goed voor je. Je moet onderhoud niet vooropstellen. De bezuinigingen van Rutte II in de langdurige zorg hebben voor heel veel onzekerheid gezorgd.”

Tang noemt twee punten die in ieder geval in het PvdA-programma, dat eind oktober verschijnt, zouden moeten staan: een norm voor een maximale werkloosheid van 5 procent en gesubsidieerde banen. „Bij de voetbalvereniging draait het altijd om een paar vrijwilligers. De overheid moet die gewoon financieren. De PvdA moet af van de gêne over subsidies en Melkertbanen.”

Ook vindt Tang, van huis uit macro-econoom, dat de PvdA de euronorm van maximaal 3 procent begrotingstekort moet loslaten. „We hebben op dit moment negatieve rente. Dan moet je niet denken in termen als tekort en schuld. Grote publieke investeringen zouden buiten de regels voor het begrotingstekort moeten vallen. Ook zou het instinct van de PvdA moeten zijn om een vrijhandelsverdrag als TTIP te wantrouwen.”

U maakte als PvdA-delegatieleider in het Europarlement zelf deel uit van de partijtop. Heeft u geprobeerd de koers bij te stellen?

„Ik kwam er pas bij in 2014. Dat was halverwege de rit van een kabinet dat helemaal gebonden is aan een regeerakkoord. Bovendien heb ik een mandaat voor het Europees Parlement, niet voor de Haagse politiek. Dat stemt tot bescheidenheid.”

Maakt u kans?

„Niemand dacht ook dat Sanders het zo goed zou doen tegen Clinton. Ik wil mezelf niet met hem vergelijken, maar zijn opkomst bewijst wel: er is veel ongenoegen op links.”