Poetin wordt geen vriend van Erdogan

Opinie Rusland en Turkije drijven beiden weg van Europa. Maar de vrees dat zij samen gaan optrekken, is niet reëel, schrijft Haroon Sheikh.

Poetin en Erdogan in november 2015 voor de G20-top in Antalya. Foto Alexander Zemlianichenko/AP Photo

Het rommelt aan Europa’s oostgrenzen. Op reis in Sint-Petersburg merkte ik hoe gespannen de sfeer was. Op een dag waren er plots veel militairen op straat nadat terroristen in een woonwijk neergeschoten waren. Rusland verplaatst militair materieel in Oekraïne en beschuldigt het land van het plannen van een aanslag op de Krim. De president van Oekraïne, Petro Poroshenko, zei een „grootschalige Russische invasie” niet uit te sluiten. Ook in Turkije lopen de gemoederen hoog op. Sinds de couppoging heeft president Erdogan duizenden tegenstanders opgepakt. Reagerend op frictie met de Europese Unie, dreigt hij zelfs met het schrappen van de vluchtelingendeal, iets wat de Duitse regering chantage heeft genoemd. Vorige week is Turkije een grootschalige militaire campagne in Syrië begonnen en ook in eigen land merken wij de invloed van de Turkse staat.

Zowel Turkije als Rusland drijft weg van het westen: Erdogan is teleurgesteld in de gebrekkige steun van het westen rondom de couppoging en eist de uitlevering van de geestelijke Gülen van de Verenigde Staten. Angela Merkel benadrukte dat de sancties tegen Rusland voorlopig niet opgeheven zullen worden.

Zoals veel commentatoren opmerken, lijken de twee landen dan ook dichter naar elkaar toe te trekken. Erdogan heeft zich verontschuldigd voor het neerschieten van een Russisch vliegtuig in november vorig jaar en waardeert Poetins steun sinds de couppoging. Ook hebben de twee leiders topoverleg gehad in Sint-Petersburg waarin ze afspraken hun economische betrekkingen te verstevigen. Onderdeel daarvan is het ‘Turkstream’-project, een geplande pijplijn van Rusland naar Europa via Turkije die het continent voor energie van beide landen afhankelijker zal maken.

Europa lijkt zo overgeleverd aan dit bondgenootschap in een tijd dat de aandacht opgeslokt zal worden door verkiezingen in Duitsland en Frankrijk, een referendum in Italië en de gevolgen van het Brexitreferendum. Zo somber is het echter niet, want deze alliantie is slechts schijn. Het is retoriek, gericht op het westen, waar wij niet in moeten trappen. Rusland en Turkije zullen nooit bondgenoten worden: het zijn van nature rivalen.

Kijk maar naar een reeks van regionale spanningen, waar beide landen tegenover elkaar staan. In Syrië voert Turkije campagne tegen Assad, terwijl Rusland zijn sterkste bondgenoot is. In de Kaukasus is Turkije een bondgenoot van Azerbeidzjan, terwijl Rusland gelieerd is aan rivaal Armenië. In de noordelijke Kaukasus (waar de in Sint-Petersburg doodgeschoten terroristen vandaan kwamen) staat de Tsjetsjeense leider Kadyrov aan Ruslands zijde, terwijl veel Tsjetsjeense oppositie in Turkije zit.

Op de Balkan steunt Turkije Bosnië, terwijl Rusland bondgenoot is van rivaal Servië. Rusland heeft de Krim geannexeerd, maar Turkije heeft banden met de Krim-Tataren die tegen de annexatie zijn. Rusland wil Centraal-Azië net als in de Sovjettijd in haar invloedssfeer houden, terwijl Turkije een bondgenootschap van Turkse volkeren wil creëren middels bijvoorbeeld de Turkse Raad.

Waarom staan ze op al die tonelen tegenover elkaar? Dat is geen toeval: Rusland en Turkije zijn allebei namelijk grootmachten. Wanneer die dichtbij bij elkaar liggen, zullen zij in hun grensland om invloed concurreren. Dat is al eeuwen het geval.

In 1453 viel het Orthodox-christelijke Constantinopel en maakten de Ottomanen er hun hoofdstad Istanboel van. Sinds die tijd ziet Rusland zich als de hoeder van de Orthodoxe wereld (het ‘Derde Rome’) tegen het Turkse gevaar. Het groeiende Ottomaanse Rijk veroverde gebied in Zuidoost-Europa, de Kaukasus en domineerde de Zwarte Zee. Voordat het onderdeel werd van het Russische Rijk, was de Krim van de Turken. Vandaar de verbinding met de Krim-Tataren.

Onder de Romanov-dynastie groeide het Russische rijk in diezelfde gebieden en waren er zelfs plannen om Istanboel te veroveren. De tsarina Catherina de Grote noemde haar kleinzoon Constantijn, omdat hij de toekomstige heerser moest worden van een terugveroverd Constantinopel. In de twintigste eeuw ging de rivaliteit door in de Koude Oorlog. Turkije was een kernlid van NAVO, een bondgenoot in de strijd tegen de Sovjet-Unie.

Door interne onrust en een zwakke economie trekken ze even op het wereldtoneel samen op, maar onderliggend blijft hun rivaliteit. Het zullen nooit bondgenoten worden.

Waar komt dan toch die retoriek van een Turks-Russische alliantie vandaan? Sinds de Koude Oorlog was daar even ruimte voor. Rusland was verzwakt en ook Turkije was goeddeels naar binnen gekeerd. Internationaal zaten zij dus niet in elkaars vaarwater. Een verstandshuwelijk was mogelijk, om gezamenlijk weerstand te bieden tegen de macht van het westen en de Verenigde Staten in het bijzonder.

Inmiddels zijn beide landen weer regionale machten met grote ambities en staan zij dus op veel tonelen tegenover elkaar. Door interne onrust en een zwakke economie trekken ze even op het wereldtoneel samen op, maar onderliggend blijft hun rivaliteit. Het zullen nooit bondgenoten worden.

Wat betekent dit nu voor Europa? De ontwikkelingen aan onze oostgrenzen zijn zorgwekkend en we zullen moeten blijven proberen autonoom te worden op het gebied van energie. Onze fysieke en digitale veiligheid moet worden versterkt. Maar we hoeven niet te vrezen voor een duurzame alliantie aan onze oostgrens. In plaats daarvan kunnen Europese belangen behartigd worden door de twee landen te balanceren. We leven niet meer in een wereld van duidelijke vrienden en vijanden, maar in een wereld van schuivende allianties. Door wisselend kant te kiezen op de verschillende tonelen kan de onderlinge frictie tussen Turkije en Rusland in ons voordeel werken. Dat is mooi, want Europa heeft voldoende andere kwesties om zich de komende tijd mee bezig te houden.