Met de auto vol hulpgoederen, en een bal

WK-kwalificatie Kosovo

Maandagavond speelt Kosovo de eerste interland die ergens om gaat. Dat betekent veel voor het land, vertelt oud-international Shkodran Metaj.

Shkodran Metaj: „Politiek en sport gescheiden? In Kosovo is het andersom.” Foto Sake Elzinga

Tussen de hulpgoederen voor zijn familie was er amper nog plaats over in de auto, maar zijn bal moest mee, hoe dan ook. Drie dagen deden ze over hun terugkeer naar Kosovo. Vanuit hun rijtjeshuis in Groningen naar de plek die eens hun thuis was en waar zijn familie was ondergebracht in opvangtenten. De volwassenen vonden troost bij elkaar, hij en zijn neefjes lieten de oorlog onbesproken. Zij gingen voetballen.

Zonder militair ingrijpen had die kinderlijke onschuld hen fataal kunnen worden. De buitenlandse soldaten waren overal, waakten met tanks en geweren over de puinhopen. De plek die zij uitkozen om te voetballen, was mogelijk een mijnenveld. Eén misstap en Shkodran Metaj (28) had nimmer bij FC Groningen gespeeld. Laat staan dat hij vijftien jaar later de eer zou verdedigen van een volk dat al decennia vecht voor zijn bestaansrecht.

Daarom, zegt Metaj, betekent de wedstrijd van maandagavond, waarvoor hij niet is geselecteerd, ook zoveel. Finland-Kosovo, de eerste officiële wedstrijd die ergens om gaat: kwalificatie voor het WK 2018 in Rusland. Dat juist Rusland nog altijd weigert om Kosovo te erkennen, neemt niet weg dat het een belangrijke stap is op weg naar volledige acceptatie in de wereldorde. Groter nog dan de gouden medaille van judoka Majlinda Kelmendi op de Olympische Spelen. „Judo is leuk en aardig, voetbal kent iedereen.”

Dit is zijn verhaal. Dat van een voormalige asielzoeker in Hoogezand-Sappemeer die doorbrak bij FC Groningen en die in 2014 als speler van FC Emmen werd geselecteerd voor de eerste officiële oefeninterland van Kosovo onder de vlag van de FIFA. Thuis tegen Haïti. Een 0-0 die voelde als een overwinning.

„Ik was vijf toen we naar Nederland vertrokken. Mijn vader was opgeroepen voor militaire dienst en zou in Bosnië moeten vechten tegen moslims, mensen zoals wij. Hij kon weigeren en de gevangenis in of vluchten. In ons geval in een bus vol toeristen. Bij de grens met Hongarije was het spannend. Mijn vader was alleen gaan zitten. Als hij werd opgepakt, zouden wij alleen verder gaan. De spanning moet ondraaglijk zijn geweest.”

Koeien melken met de hand

„Na de oorlog gingen we elke zomer terug naar Kosovo. Als ik dan naar mijn neefjes keek, dan besefte ik dat ik hetzelfde leven had kunnen hebben. Zij moeten mijn oom helpen op het land. Daar leven ze van. Ik hielp ook weleens. Waterkanalen graven en het gras maaien met een zeis. Twaalf uur lang. Ik deed het maar tijdelijk, zij weten niet beter. Ze melken koeien nog met de hand.”

„Ik was gespannen voor het duel met Haïti. Je moet wel bijna twee miljoen mensen representeren. Het was chaos die dag. Het hele land liep vast. Onderweg naar Mitrovica reden we tussen de files door, meter voor meter. De infrastructuur is in Kosovo niet wat het hier is. Soms loopt er een koe op straat. Rij je met je auto in een gat in de weg, dan hoef je geen compensatie van de staat te verwachten. Moet je maar niet in een gat rijden, zeggen ze dan.”

„Het is een cliché, maar voetbal zet het land op de kaart. Kijk naar Veendam hier om de hoek. Dat kennen mensen alleen van de profclub die daar was. Politiek en sport gescheiden? In Kosovo is het andersom. De president nodigde ons uit in zijn paleis en de minister-president kwam zelfs het trainingsveld op om onze handen te schudden. Alsof koning Willem-Alexander en Mark Rutte op je afstappen. Bijzonder. De FIFA had Kosovo restricties opgelegd voor de wedstrijd. Geen volkslied, geen vlaggen. Maar de mensen zongen zelf het volkslied.”

„Als team bezochten we het graf van oud-president Rugova, de Gandhi van de Balkan, en dat van vrijheidsstrijder Adem Jashari. Dat hoort bij je opvoeding. Net als dat veel Nederlanders het Anne Frank Huis bezoeken. Zo moest je die wedstrijd ook zien: alsof Nederland voor het eerst na de Duitse bezetting weer als onafhankelijk land een wedstrijd speelt.”

Balkan als voorbeeld

„Nederlanders zouden trotser mogen zijn op hun land. Laat ze een voorbeeld nemen aan de Balkan. Financieel is het er minder, maar wat wij hebben, laten we zien. Nederlanders zijn individualistischer. Iedereen is hard aan het werk voor zichzelf. Het is niet zomaar dat eenzaamheid onder ouderen hier nu een thema is. Ik bel mijn moeder elke dag. Als zij ouder worden, zal ik voor mijn ouders zorgen. Ik heb daarom ook een familiehuis laten bouwen in mijn geboortedorp.”

„Ons dorp is er redelijk vanaf gekomen in de oorlog, maar een dorp verder was het een verschrikking. Daar zijn dode kinderen in een put gegooid. Ik heb ze ook gezien, de massagraven en bijbehorende begrafenissen. Voor die mensen staat nu een groot monument voor het dorp, met foto’s van alle overledenen. Je kunt er niet omheen. Dat is voor mij een puntje van kritiek. Het is alweer zeventien jaar geleden, het leven gaat verder. Maar in Kosovo is de oorlog er altijd.”

„17 februari 2008 zal ik nooit vergeten, de dag dat Kosovo onafhankelijk werd. Met Groningen speelden we die avond tegen AZ. Heel de dag dacht ik na over wat ik tegen mijn Servische teamgenoot Dejan Lovren zou zeggen. Uiteindelijk zei ik het in de warming-up: ‘Dejan, vanaf vandaag zijn we buren’. Ik ging bij Groningen veel om met Dusan Tadic, ook een Serviër, maar over één ding hadden we het nooit: politiek. Dan zou het botsen, ongetwijfeld. Ik denk dat ik bang was dat we anders onze vriendschap zouden verliezen.”

„Wat als ik nu bij het Nederlands elftal had gespeeld? Dan weet ik niet of ik zou switchen naar Kosovo, ook al is dat toegestaan. Ik zou het heel moeilijk vinden. Nederland heeft me gemaakt tot wat ik ben, heeft me een toekomst gegeven. Maar in Kosovo zeggen ze: jouw land heeft je nodig. Kies je voor Kosovo, dan zullen PVV-stemmers er meteen opduiken. Dan ben je een landverrader. De keuze die je maakt is nooit goed.”