Liever een partij die kankert

Een tuin der geesten in Utrecht-Oost. Zaterdagavond waren de hoofdrolspelers uit de hoogtijdagen van Leefbaar Utrecht bijeen. Broos Schnetz, oud-voorzitter van de partij en oprichter van Leefbaar Nederland, vierde groots zijn 65ste verjaardag.

Als je door je oogharen keek, was je terug in het jaar 2002. Dan zag je Henk Westbroek, die door de Utrechtse raadszaal tegen een wethouder riep: „Dat zegt u alleen maar omdat u volkomen incompetent bent.” Of Pim Fortuyn, die na zijn royering bij Leefbaar Nederland zei dat „Boos Snert” hem aan de kant had gezet. (Toen Fortuyn de Volkskrant liet optekenen ‘Grens dicht voor islamiet’, had Schnetz gezegd: „Hij eruit of ik eruit.”)

Leefbaar, dat was de merknaam voor de boze burgers van toen. En ze wonnen overal. Leefbaar Utrecht ging van 9 naar 14 zetels. Fortuyns Leefbaar Rotterdam werd in één klap de grootste in de gemeenteraad. Zijn LPF won landelijk 26 zetels.

Iedereen dacht dat dit de revolutie was, waarbij „het land wordt teruggegeven aan de burger”, zoals Fortuyn zei. Maar één verkiezingscyclus later was Leefbaar zelf vrijwel verdwenen – behalve in Rotterdam – en moest de burger op zoek naar een andere partij die hem het land zou teruggeven.

In de Leefbaar Utrecht-fractie had Henk Westbroek de grootste mond, maar Broos Schnetz bepaalde de zaak. „De wethouders van zijn partij keken eerst naar hem, voor ze zich uitspraken”, herinnert oud-burgemeester Annie Brouwer zich. Haar roodleren jasje zet het feest van Schnetz kracht bij, maar ze oogt breekbaar.

Leefbaar Utrecht gaf stem aan de onvrede over grote infrastructurele plannen – het Utrecht City Project, Vinex-locatie Leidsche Rijn – en won zo de raadsverkiezingen van 2000. De partij leverde drie wethouders, die de plannen aanpasten en vervolgens ten uitvoer brachten. Ze nemen er, hoor ik deze avond, nog regelmatig poolshoogte. Uit onderzoeken blijkt: bewoners vinden Leidsche Rijn een veilige, gezellige wijk en reizigers vertoeven steeds liever in het stationsgebied.

Bij de verkiezingen van 2006 ging Leefbaar Utrecht van 14 naar 3 zetels, in 2010 naar 1. „Dat komt door boos Nederland,” zegt Schnetz, „dat de schuld van alle teleurstellingen in hun leven bij de politiek legt.” Ze willen wel dat een partij kankert, maar niet dat die partij vervolgens iets goeds maakt.

Het is de paradox van de protestpolitiek. Als de onvrede van burgers je opstuwt en je bedrijft uit hun naam constructieve politiek, ben jij het volgende establishment waar diezelfde boze burger mee afrekent.

De Leefbaren van 2002 hebben plaatsgemaakt voor verbetener, destructiever en minder tot samenwerking bereide opvolgers: PVV, VNL, Denk. „De moppercultuur”, zegt Annie Brouwer, „is een factor van betekenis in ons politieke bestel geworden.”