‘Het begint altijd met een vonk’

Tournee Het RCO viert de Europese cultuur. Directeur Jan Raes over ‘l’art pour l’autre’. Door

Een Europa-tournee zo kort na de succesvolle wereldtournee – waarom?

„Omdat we vinden dat kunst en cultuur hoger op de Europese agenda moeten komen te staan. Wat is Europa? Het product van een constante, eeuwenlange wederzijdse beïnvloeding van culturen. Uit die polyfonie is van alles opgebloeid, ook de symfonische muziek. Die moeten we offensief koesteren. Het betreurenswaardige is dat velen, ook EU-politici als Van Rompuy of Juncker, ervoor terugschrikken een bevlogen verhaal te houden over Europese cultuur en wat die betekent, of moet betekenen. Ik denk dat men bang is voor een identiteitsdebat. Terwijl wij denken dat het juist goed zou zijn dat te voeren. Ik denk zelf dat de Europese crisis in essentie een cultuurcrisis is, geen financieel-economische.”

Hoe draagt het geven van concerten in alle EU-landen bij aan het agenderen daarvan?

„Ons orkest, onze muziek en onze musici van 25 nationaliteiten illustreren de rijke culturele diversiteit van Europa. Die vieren we met deze tournee. Daarbij: voor de kunsten is dit een zeer veranderlijke tijd. Een goede tijd om naar buiten te kijken. Geen l’art pour l’art, maar l’art pour l’autre.”

Vanwaar de samenwerking met jongerenorkesten?

„Precies daarom: om wat terug te doen, de vensters open te zetten. De meerwaarde is wederzijds. Het is interessant voor het orkest, voor Gatti, én voor die jongeren. Het lijkt weinig, één repetitie samen en dan even op het podium, maar vaak werken die jeugdorkesten daar maanden naartoe. En passie voor muziek begint altijd met een vonk. Ik was zelf ook zestien toen ik met Walter Boeykens in de Antwerpse Elisabethzaal mocht optreden, met mijn fluit. Dat vergeet je nooit.”

Waarom spelen jullie niet, met die jeugdorkesten, nieuw werk van een Nederlandse componist – als visitekaartje van het feit dat het KCO ondanks die polyfone veelzijdigheid een Nederlands orkest is?

„Maar dan moet het orkest 28 keer hetzelfde stuk spelen, dat is dodelijk. En elk programma moet als geheel dramaturgisch kloppen.”