Een heilige die straatarme mensen hielp, maar twijfelde aan de hemel

In Rome is Moeder Teresa vandaag heilig verklaard. Ze is bekend geworden als verzorger van straatarme, ten dode opgeschreven mensen. Wat maakt haar zo bijzonder?

Foto Bernat Armangue / AP

Vandaag zijn honderdduizenden mensen bijeen in Rome bij de heiligverklaring van Moeder Teresa, wereldberoemd geworden als verzorger van straatarme, ten dode opgeschreven mensen. Uit heel de wereld zijn hoogwaardigheidsbekleders hiervoor naar Rome gekomen. In India, waar ze het grootste deel van haar leven heeft gewerkt, is de plechtigheid live uitgezonden. Vijf vragen:

Kijk de heiligverklaring live mee op het Youtube-kanaal van het Vaticaan (met Engels commentaar):

1. Wat maakt haar zo bijzonder?

Ze was maar een kleine, fragiele vrouw, net 1.55 meter, maar de onverzettelijkheid en de energie waarmee ze haar leven heeft gewijd aan de armsten van de armen hebben overal in de wereld mensen geïnspireerd. In haar witte, met hemelsblauw afgezette habijt werd ze een van de invloedrijkste vrouwen in de katholieke kerk, symbool voor een onvoorwaardelijke goedheid, liefde en hulpvaardigheid.

Moeder Teresa is in 1910 als Gonxha Agnes Bojaxhiu geboren in een vroom katholiek gezin in Skopje, toen deel van het Ottomaanse rijk, nu in Macedonië. Als ze zestien is, wordt ze non in een klooster in Ierland en krijgt daar de naam Teresa, naar Theresia van Lisieux, een Franse vrouw die leefde aan het einde van negentiende eeuw en in 1925 heilig is verklaard. Haar orde stuurt haar naar India en ze komt terecht in Calcutta. Daar werkt ze een aantal jaren als lerares aardrijkskunde en hoofd van een kloosterschool.

In 1946 besluit ze een eigen orde te stichten, de Missionarissen van Naastenliefde. Die vangt straatarme zieken op die zijn weggestuurd bij ziekenhuizen, leprozen, verminkten – en in Calcutta, het huidige Kolkata, waren er daar duizenden van, zo niet tienduizenden. In plaats van eenzaam in een smerige steeg te sterven, kregen deze mensen liefde en verzorging in hun laatste dagen.

De orde verspreidde zich vanuit India over de rest van de wereld. In 1979 kreeg Moeder Teresa voor haar werk de Nobelprijs voor de Vrede. Twee beroemde uitspraken: “Doe kleine dingen met grote liefde” en “Als ik over je oordeel, heb ik geen tijd om van je te houden”. Ze is in 1997 overleden.

2. Deed ze dat op basis van haar geloof?

Moeder Teresa droeg altijd de liefde van Jezus voor iedereen uit, ongeacht diens status. God is liefde en barmhartigheid, was haar boodschap. Ze leidde ook een vroom leven, waarin drie uur bidden per dag een belangrijke plaats innam. Maar na haar dood waren ook haar vrienden verrast toen brieven werden gepubliceerd waaruit blijkt dat zij zelf decennialang heeft getwijfeld – een bijna mystieke “zwarte nacht” wordt dit genoemd.

In 1957 schreef ze aan de toenmalige aartbisschop van Calcutta: “De hemel betekent niets, voor me ziet het eruit als een lege ruimte. De gedachte eraan betekent niets voor me, en toch heb ik dit martelende verlangen naar God.” Achter haar eeuwige glimlach gingen grote twijfels en onzekerheid schuil – ook in die zin is ze een atypische heilige. Die twijfel heeft ze beschreven als een extra beproeving die God haar had opgelegd. Haar zorg voor zieken en stervenden heeft ze nooit beschouwd als sociaal werk, maar als een manier om God te zoeken midden in de maatschappij.

3. Nobelprijs, heiligverklaring: is het alleen maar hallelujah?

Zeker niet. Moeder Teresa is op verschillende manieren aangevallen. Er kwam van verschillende kanten kritiek op haar categorische afwijzing van anticonceptie en abortus. Toen ze de Nobelprijs in ontvangst nam, zei ze: “Abortus is de grootste vernietiger van vrede, want als een moeder haar eigen zoon kan vermoorden, is er niets dat mij verhindert u te doden en u verhindert mij te doden.”

Ook is haar romantisering van de armoede verweten, als een beproeving die je moet doorstaan. Ze is nooit een politiek activist geweest die heeft gestreden tegen de oorzaken van armoede en ongelijkheid. Dat was niet haar roeping. Toen iemand haar het bekende gezegde voorhield dat je een arme beter kun leren vissen dan hem een vis geven, antwoordde ze: “Mijn armen zijn te zwak om de hengel vast te houden. Wanneer ze in mijn huizen zijn hersteld, stuur ik ze naar u opdat u hen kan leren vissen.”

4. Welke wonderen zijn aan haar toegeschreven?

Een heiligverklaring is een langdurig, complex proces – en tot een recente ingreep van paus Franciscus, ook kostbaar. De procedure mag pas beginnen vijf jaar na de dood van de betrokken persoon, om de invloed van hypes te temperen. Maar toen Moeder Teresa op 5 september 1997 overleed, maakte paus Johannes Paulus II een uitzondering op de vijf-jaar-regel. Zo veel gelovigen riepen dat ze heilig verklaard moest worden, dat de procedure al na twee jaar werd begonnen. Paus Benedictus vond daarna dat het wel erg snel ging en trapte op de rem. Maar onder paus Franciscus kreeg het proces een nieuwe impuls. Hij heeft dit jaar uitgeroepen tot jaar van de barmhartigheid. En Moeder Teresa is een bijzonder geschikt symbool voor wat de paus daarbij voor ogen staat.

Om heilig verklaard te kunnen worden, moet iemand zeker twee wonderen hebben verricht. Al direct na de dood van Teresa werden er onverklaarbare genezingen gemeld die op haar voorspraak zouden zijn gebeurd. Uiteindelijk zijn er twee officieel erkend. Het eerste speelde precies een jaar na Moeder Teresa’s dood. Een Indiase vrouw met een ongeneeslijk verklaarde buiktumor wordt verzorgd door Teresa’s orde, en kan niet meer slapen van de pijn. Totdat er een medaillon op haar buik wordt gelegd die ook het lichaam van Moeder Terera had aangeraakt. De zieke vrouw valt in slaap en als ze wakker wordt, is de pijn weg. Artsen stellen vast dat de tumor volledig is verdwenen en hebben daar geen verklaring voor.

Het tweede erkende wonder speelde in december 2008 in Brazilië. Een ingenieur met een infectie in zijn hersenen raakt in coma. Artsen besluiten tot een alles-of-niets ingreep op de stervende man. Zijn vrouw begint tot Moeder Teresa te bidden als haar man de operatiekamer ingaat. De anesthesist heeft wat problemen en verliest tijd, en als de chirurg een half uur later binnenkomt, treft hij een wakkere patiënt aan die geen pijn meer heeft. Drainage van de hersenen is niet meer nodig. Ook hier hadden de artsen (de chirurg was niet katholiek) geen verklaring. En ook nog: de man werd steriel verklaard, maar kreeg daarna twee kinderen.

5. Hoe gaat het nu met haar orde?

De Missionarissen van Naastenliefde zijn in 1950 als religieuze congregatie erkend. De eerste gemeenschap buiten India van de orde (die zelf spreekt van ‘huizen’) is in 1965 in Venezuela gesticht. Later volgden al snel Italië, Tanzania, Australië en de Verenigde Staten. Nu is de orde volgens eigen zeggen in 139 landen aanwezig. Het aantal huizen is gestegen van 594 ten tijde van de dood van ‘Moeder’, zoals de zusters haar noemen, naar 758. Het aantal zusters dat lid is van de orde, is gestegen van ruim duizend naar meer dan vijfduizend.

Ook in Nederland is de orde van Moeder Teresa aanwezig, met centra in Amsterdam en Rotterdam. Daar helpen ze verslaafden, zieken, geestelijk gehandicapten en mensen die om andere reden aan de rand van de maatschappij terecht zijn gekomen. In België is één huis van de orde, in Gent. In Duitsland zijn zeven gemeenschappen.