De separeer – als patiënt kom je er gesloopt uit

Separeercellen Veel psychiatrische ziekenhuizen werken tegenwoordig met ervaringsdeskundigen, mensen die zelf ook psychisch lijden. „Vroeger was ik mordicus tegen de separeer”, zegt een van hen.

De afdeling waar een psychiatrisch ziekenhuis in Deventer patiënten separeert. Foto’s David van Dam

Steven Scholtus (49) geeft graag complimenten over schoenen. Dat helpt nu eenmaal om „een ingang bij mensen te zoeken”. Als de schoenen niks zijn, zoekt hij iets anders. „Iedereen heeft wel wat.” Daarna begint het interview.

„Wat vond u van de separatie”, is de vraag die Scholtus het meest intrigeert. Hij heeft last van schizofrenie en is ruim vier jaar ‘ervaringswerker’ in de Utrechtse instelling Altrecht. Daar zitten mensen die, net als hij, „psychisch lijden”. Scholtus praat met ze, alles draait om „contact zoeken”.

Wie gesepareerd wordt, verblijft in een isoleercel. Een team van verplegers en een psychiater heeft bepaald dat de patiënt gevaarlijk is en dat dit de laatste optie is om de patiënt weer bij zinnen te krijgen. Vaak duurt het een paar uur, soms een dag, in een enkel geval weken. Scholtus voert zijn nabesprekingen aan de hand van twaalf vragen, hij verzamelde de afgelopen jaren vier ordners met honderden verslagen.

Twaalf grote zorginstellingen, waaronder Altrecht, tekenden deze zomer een manifest waarin zij zeggen ernaar te streven om vanaf 2020 niet meer de huidige, minimaal ingerichte separeercellen te gebruiken. Uit de evaluatiegesprekken die Scholtus voert moet ook blijken hoe een seperatie voorkomen kan worden. Een bekend alternatief is een ruimte met meer aankleding waar de patiënt zelfs tv kan kijken. In de separeer van Altrecht zijn een klok, een kartonnen ‘wc-doos’, een matras en een deken. Op een krijtbord staat hoe laat er iemand komt en welke dag het is. Als het ongevaarlijk wordt geacht, krijgt de patiënt een krijtje. De deur zit op slot. Wat doet die verplichte opsluiting met een patiënt?

Lees ook de reportage vanuit een psychiatrische instelling: Isoleercel: van kaal hok tot comfortroom

Het gruwelijke niets

0509BINisolatie2

De herinnering aan een verblijf in de separeercel is meestal levendig, maar moeilijk te verwoorden. Scholtus heeft er een term voor: het gruwelijke niets. „Je kunt alleen maar nadenken. Patiënten in een psychose ontwikkelen soms complottheorieën in de separeer” – bijvoorbeeld dat hogere machten iets met ze van plan zijn. Wat tijdens de gesprekken van Scholtus vaak wordt opgeworpen, is de manier waarop een patiënt in de separeercel komt. „Dat je tegen je wil wordt vastgehouden en een injectie krijgt. Iemand steekt een naald in je. Kalmerende medicijnen. Vaak ook nog in de bil.”

Wie in de separeercel terechtkomt, zat vaak al op de gesloten afdeling, waar hij niet zomaar af kon om een boodschap te halen. In de cel kan hij het gevoel krijgen dat hem het laatste restje zelfbeschikking is afgepakt. „Er zijn mensen die er van blijven dromen en zwetend wakker schrikken omdat ze denken dat ze nog in de separeer zitten.” Scholtus vertelt erover in de ontmoetingsruimte van Altrecht. Naast hem zit collega-ervaringswerker Eddy Wolthuis (37), die meerdere psychoses heeft gehad. Hij spreekt met patiënten tijdens hun verblijf in de separeercel. Even verderop is de afdeling acute psychiatrie, de gesloten afdeling.

Scholtus heeft een „radiootje in zijn hoofd”. Vaak staat het uit, soms kan hij niet echt verstaan wat er wordt gezegd, soms is het geluid kraakhelder. In het begin, dertig jaar geleden, ging het vooral over hoe stom hij wel niet was. Dat hij dood moest of ziek zou worden, of dat er brand zou komen. „Veel gescheld allemaal.” Zijn stemmen praten nooit zomaar over het weer. „Het gaat altijd over jouw persoon.” De laatste tijd zijn het „hoopgevers voor de toekomst”. „Ze zeggen dat alles wel goed komt.” Het leidt voornamelijk af, vindt Scholtus. Hij hoort ze meestal ’s ochtends vroeg. En als hij even niets aan het doen is. Om te weten wat zijn patiënten meemaken, ging hij zelf ook een separeercel in, vrijwillig. Het was een gewaagd idee. Na een kwartier nietsdoen kwamen de stemmen. Hij moet zich dan hard op andere dingen concentreren. Het nieuws dat speelt in de wereld, een boek dat hij onlangs heeft gelezen. „Ik kwam er gesloopt uit.”

Wie snapt de patiënt beter?

Een aantal jaar geleden besloot Altrecht, net als een aantal andere instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, dat ervaringswerkers patiënten ondersteuning moesten bieden. Wie snapt de patiënt beter dan iemand die het zelf heeft meegemaakt? Bij Altrecht hebben ze nu ongeveer dertig van dit soort collega’s.

Op de acute psychiatrie komen patiënten die „tegen de lamp zijn gelopen in de samenleving”, zegt Wolthuis. Door een huisarts, psychiater of rechter wordt geadviseerd of bepaald dat de patiënt niet in ‘de buitenwereld’ kan zijn. De mensen die hier komen hebben met Scholtus en Wolthuis gemeen dat ze psychisch lijden. Wolthuis is zelf twee keer opgenomen. Scholtus heeft begeleid gewoond. Allebei leiden ze hun leven inmiddels zelfstandig, Wolthuis heeft een gezin.

Wolthuis denkt terug aan de eerste keer dat hij werd opgenomen. „Ik had lang haar en toen was er iemand die voor de grap zei: ‘Ben jij Jezus?’ Terwijl hij sprak hoorde ik vanachter de bomen mensen mijn naam roepen. Dan krijg je medicatie en denk je, tsja. Je snapt niet hoe dat pilletje moet helpen.” Regelmatig voelen patiënten zich helemaal niet ziek. Wolthuis wilde net gaan studeren – wiskunde of informatica – toen hij in een psychose raakte, later werd hij gediagnostiseerd met schizofrenie. „Ik dacht dat er mannen met wapens voor mijn deur stonden.” Hij hoorde hen praten over dat ze hem wilden doden. „Weken kwam ik mijn huis nauwelijks uit. Ik was 20 kilo afgevallen.” Scholtus: „Als ervaringswerker snap je heel goed dat mensen het niet snappen.”

Als Wolthuis mensen bezoekt die in de separeer verblijven, kijkt hij eerst even door het kleine raampje. Hij klopt aan. Door de deur heen voert hij een verkennend gesprek. Is het goed dat we nu binnenkomen? „Je bent meestal met z’n tweeën maar als het gevaarlijk wordt ingeschat ga je met z’n zessen.” Dan is het behoorlijk vol in de ruimte van tien vierkante meter. Wolthuis steekt zijn hand uit, die de patiënt mag schudden. „Ze kunnen even een sigaretje roken, douchen, of naar de gewone wc. Op hun telefoon kijken of iemand bellen.” Het team schat in of ze weer naar de afdeling kunnen.

Soms zijn patiënten onhandelbaar

„Vroeger was ik mordicus tegen de separeer”, zegt Scholtus, die in het tweede jaar van zijn studie geschiedenis zat toen hij stemmen ging horen. „Ik vond het beestachtig om dat mensen aan te doen.” Zijn werk heeft de manier waarop hij ernaar kijkt veranderd. „Ik zie dat verplegers het een erg moeilijke beslissing vinden om te nemen.” Soms zijn patiënten gewoon onhandelbaar, constateert hij. Als hij aan pas gesepareerde patiënten vraagt wat een alternatief zou zijn voor de separeer, zeggen ze bijna altijd ‘een gesprek’. „Het is eens gebeurd dat iemand met een meegesmokkeld wapen op de afdeling liep. Dan kan je wel met iemand gaan zitten praten, maar dat werkt niet.”

Wolthuis zou graag zien dat er een kamer komt met „een bank en een bed en een verpleegkundige die bij je blijft – maar ja, als iemand een-op-een-begeleiding krijgt, zijn er anderen die aan hun lot worden overgelaten.”

Dit is het slot van een tweeluik over het gebruik van isoleercellen in de psychiatrie. Het eerste deel verscheen afgelopen zaterdag.