Bravissimi!

RCO

Stel, je bent een jonge twintiger in Ljubljana en je mag met Concertgebouworkest spelen. Op tournee door Europa speelt het RCO overal met jonge musici. Te beginnen in Slovenië.

Foto Dejan Mijovic

Pas na het concert met de Sloveense jongeren is hoorniste Sharon St. Onge om. Ze was sceptisch over de nieuwe Europa-tournee van het Concertgebouworkest, waarbij alle EU-landen worden aangedaan en met lokale jeugdorkesten wordt samengespeeld. „Het leek me een pr-stunt. Wat nemen die kinderen nou écht mee van twee keer een half uurtje spelen met ons? Maar het betekent wel degelijk veel. Je had die gezíchten moeten zien.”

De Europa-tournee van het RCO start in de Sloveense hoofdstad Ljubljana, met zijn driehonderdduizend inwoners een van de kleinere EU-hoofdsteden. Niet echt een metropool en een bepalend muziekcentrum is Ljubljana anno 2016 evenmin. Het oude centrum met zijn beierende torens is rustiek op een typisch midden-Europese manier. In het zalmroze operagebouw heeft Mahler gewerkt, toen Ljubljana nog Laibach heette.

Het idee is dat leden van een jeugdorkest ‘Side by Side’ één stuk ‘zij aan zij’ met de RCO-musici (van Royal Concertgebouw Orchestra) repeteren en uitvoeren. Maar Slovenië heeft geen jeugdorkest. Wel is er is het Ljubljana International Orchestra, dat elke zomer wordt samengesteld voor het plaatselijke festival. Grappig toeval: de opzet van dat orkest stoelt op hetzelfde idee als Side by Side.

„In ons orkest zit normaal gesproken in elke instrumentgroep een oudere tutor die de jonge musici helpt”, zegt dirigente Ziva Ploj Persuh. Nadeel: het Ljubljana International Orchestra is met onder anderen veertig Spaanse musici net zo internationaal van samenstelling als het Concertgebouworkest zelf.

Om het Side by Side-format toch zo goed mogelijk vast te houden, zijn de musici die donderdagavond naast de RCO-leden op het podium Debussy’s Prélude à l’après-midi d’un faune mogen spelen, geselecteerd op leeftijd (onder de 23) en nationaliteit (Sloveens). Bij sommige musici leidt dat tot frustraties. Wie 24 is maar beter speelt, vist achter het net.

Extra coachingsessies

In de ochtend zijn er, op initiatief van de RCO-musici, wat extra coachingsessies belegd in Hotel Union. Verrassend genoeg blijkt daar achter de glazen aanbouw een volledig geoutilleerde concertzaal uit 1905 verstopt te zitten, waar vandaag de strijkers mogen repeteren. De houtblazers gaan mee met Es-klarinettist Arno Piters. „Enerverend? Welnee, zet me op een stoel en ik praat”, zegt hij. „Wat me stoort is dat ik niet kan dirigeren. Dan heb je toch de neiging na elke goede inzet ‘bedankt!’ te zeggen.”

Tijdens de coaching, door de nieuwe chef-dirigent Daniele Gatti vanuit de deuropening een paar minuten welwillend geobserveerd, blijkt die bescheidenheid onnodig. Over de meerwaarde van een educatieproject als Side by Side kun je goed sceptisch zijn als de samenwerking tussen RCO-musici, dirigent Gatti en de jonge musici zou bestaan uit alleen maar een half uurtje samen repeteren en één stuk samen spelen. Maar Piters draagt hier aan tien Sloveense jongeren in anderhalf uur, terwijl het zweet van hem af gutst van de inspanning, alle kennis over die hij zelf heeft opgedaan van legendarische oud RCO-houtblazers als George Pieterson, Jacques Meertens en Werner Herbers.

„Bij hen ging het altijd over muziek maken, risico nemen”, vat hij samen. „Die kennis is niet van mij, het is mijn taak die óók weer door te geven. De essentie? Dat veiligheid in muziek de dood in de pot is. Maak je een fout, dan is dat zo. Het betekent in geen geval dat je de volgende keer op safe moet spelen. Zoals Harnoncourt zei: het uitzicht is het mooist aan de rand van de afgrond.”

„Geweldig”, vindt deelnemend fluitiste Vita Benko na afloop. „Zo’n sessie als deze voegt iets toe omdat de energie waarmee Piters werkt iets zegt over de hele mentaliteit van zijn orkest. Ik vond het sympathiek dat hij zo eerlijk was. De bereidheid om fouten te maken en er open over te zijn, zijn blijkbaar een wezenlijk onderdeel van zo’n echt goed orkest.”

Gatti’s vaderlijke werkwijze

De middagrepetitie is op verzoek van chef Gatti een beetje aangepast. Hij repeteert eerst even met álle musici van het Ljubljana International Orchestra, daarna wordt er ‘zij aan zij’ met de Concertgebouworkestmusici een half uur verder gepolijst. Gatti’s werkwijze is vaderlijk, na een opbouwend „bravissimi!” wordt alleen gewerkt aan wat details: „Mijn vrienden, er is een groot verschil tussen een van angst verkrampt pianissimo en een die voortkomt uit een verstilde ziel. Luisteraars in het publiek zijn sensitief, die horen dat.” Na afloop krijgt de eerste violiste een aai over haar wang.

„Voor ons is het leuk om Gatti in zo’n andere, meer zachte rol te zien” zegt slagwerker Nick Woud. „En het is goed voor hem, zoals het goed is voor ons. Waarom denk je dat de grootste dirigenten als Abbado en Haitink tot op hoge leeftijd jeugdorkesten willen dirigeren? Omdat het inspireert.”

„Om het enthousiasme”, vult hoorniste Sharon St. Onge aan. „Jonge musici doen je denken aan je eigen begin. Hoe het moet zijn om een stuk voor het eerst te ontdekken.”

Piccolospeler Vincent Cortvrint wijst op de symboolfunctie. „Ondanks de 25 nationaliteiten zijn wij één orkest van 120 individuen. Samen maken we muziek. Dat is een proces, totaal anders dan een Rembrandt die statisch aan een museummuur hangt. Wie muziek maakt of beluistert, ervaart zijn emoties simultaan: individueel en collectief. Dat verbindt. Juist in tijden van oprukkend nationalisme en egocentrisme is het zinvol die waarde te onderstrepen.”

Wow-ervaring

Tijdens de uitvoering ’s avonds hoor je aan details in de blazers dat er studenten meespelen, maar de Concertgebouwklank is nog steeds dominant. In wezen zie je en hoor je hier gebeuren wat de afgelopen jaren ook écht in het orkest gebeurde: jonge musici passen zich aan en mengen zich in een al bestaande klankcultuur.

Je merkt zéker, zeggen de musici na afloop, dat dit gevorderde studenten waren. In Dublin werd vorige week gewerkt met kinderen van dertien tot achttien. Die waren veel zenuwachtiger. „Wat je hoe dan ook hoopt”, zegt hoorniste Sharon St. Onge, „is dat een paar van die jonge musici een levensveranderende wow-ervaring opdoen”.