Selectie huurders valt goed in wijk

Screening

Om ‘slechte buurten’ te ontlasten wil Rotterdam een scherpere selectie van nieuwe huurders. Wat vinden bewoners daarvan?

Het Oleanderplein in de wijk Bloemhof in Rotterdam-Zuid. Veel bewoners van deze buurt hebben last van medebewoners. „Vraag aan een kind hier waar de drugspanden zijn en hij wijst ze zo aan.” Foto Martijn Beekman

Nick Piqué en Ouelid El Mauseuwi staan in de zon op het Oleanderplein bij chickenhouse Doy Doy. Ze hadden nog niet gehoord dat Rotterdam een nieuwe maatregel gaat doorvoeren om buurten als de Bloemhof te verbeteren. Nieuwe huurders die bij de politie bekend staan om crimineel of ‘asociaal’ gedrag mogen er niet komen wonen.

Het lijkt de jongens een goed idee. Ze zijn 18 en 16 jaar oud. Nick Piqué volgt een opleiding tot technisch installateur, Ouelid El Mauseuwi leert over logistiek en transport om in de haven te kunnen werken. Er staan ’s avonds vaak groepen Bulgaren op straat, zegt hij. Ze drinken veel, maken lawaai, en gooien de lege bierflesjes in de tuin bij zijn moeder. „We hebben dat al vaak gemeld bij de politie.” Nick Piqué: „Laat in de avond rijden er jongens rond op brommers, ik kan dan niet slapen.” Hij voetbalt fanatiek en heeft zijn slaap nodig. „En ze hebben een slechte invloed. Ik stond er een keer bij toen ze een gestolen scooter aanboden aan een jongetje van elf!”

Bloemhof is een van de vijf kwetsbare wijken waar al zo’n tien jaar de zogeheten Rotterdamwet geldt. Huurders die nog maar kort in Rotterdam wonen en geen inkomen boven de bijstandsnorm hebben, kunnen in de deze en andere wijken met een hoge werkloosheid geen goedkope huurwoning krijgen. Nadat decennia geprobeerd was de inwoners te ‘verheffen’, betekende de Rotterdamwet begin deze eeuw de overstap naar – ook – meer radicale middelen. Dat viel samen met de opkomst van Pim Fortuyn en Leefbaar Rotterdam. De gedachte is dat je kunt investeren en welzijnswerken tot je een ons weegt, maar als er telkens nieuwe kansarme inwoners bijkomen – de doorstroom in deze wijken is zeer hoog – slaat dat niet aan.

Deze benadering wordt nu dus verder aangescherpt. Behalve op inkomen worden potentiële huurders ook gescreend op politie-informatie over crimineel, asociaal of radicaal gedrag. De Tweede Kamer stemde in maart in met een wijziging van de Rotterdamwet die dit mogelijk moet maken. Niet alleen voor Rotterdam, maar alle gemeenten die dat willen.

Huisjesmelkers

De meeste bewoners van Bloemhof blijken een vérgaander selectie van nieuwe bewoners wenselijk te vinden. Wel vraagt Nick Piqué zich af hoe de gemeente die ‘asociale’ of criminele achtergrond van aspirant-huurders gaat toetsen. „Het mag niet zo zijn dat als je geen Verklaring omtrent Gedrag (VOG) krijgt, je geen huis kan krijgen”, vindt hij. Hij en Ouelid El Mauseuwi kennen veel jongens die door jeugdige aanvaringen met de politie zo’n verklaring niet krijgen. Het lijkt hun niet eerlijk als ze dan ook geen woning in de buurt zouden kunnen huren. Die kans is aanzienlijk, want de aangescherpte maatregel geldt ook voor de klanten van ‘huisjesmelkers’, niet alleen voor huurders van woningbouwcorporaties. Veel werkloze nieuwkomers komen in de particuliere sector terecht.

Over de manier van toetsing moet de gemeenteraad zich nog uitspreken. De wet laat gemeenten de keuze dat te doen aan de hand van politiegegevens of een VOG.

De kritiek op de Rotterdamwet is altijd geweest dat de maatregelen ingrijpen in het fundamentele recht van mensen om te wonen waar ze willen. Ook op de uitbreiding van de wet is kritiek. Zo vond de Raad van State de criminele toetsing een te zwaar middel, zeker omdat er twijfels zijn of de maatregelen wel helpen. De UvA publiceerde vorig jaar een onderzoek waaruit bleek dat de wet weinig effect had gesorteerd.

Een van de redenen dat de uitbreiding er toch kwam, is dat verschillende gemeenten, waaronder Rotterdam, nieuwe huurders nu al toetsen aan politiegegevens. In Rotterdam zijn het de wooncorporaties die sinds 2008 voor bepaalde straten elke nieuwe huurder door de gemeente laten toetsen. Die geeft op grond van politiegegevens dan een advies in de vorm van een stoplichtkleur: groen, oranje of rood, zonder nadere gegevens over de huurder. De gemeente geeft gemiddeld 1.600 adviezen per jaar, waarvan er 10 rood zijn, en 11 oranje. De corporatie beslist. Maar de juridische basis van deze toetsing is wankel, volgens woonminister Stef Blok; rechtsbescherming voor huurders die worden afgewezen ontbreekt. In het nieuwe systeem krijgen zij het recht bezwaar te maken.

Mannen zonder familie

De uitbater van chickenhouse Doy Doy vindt alle maatregelen mosterd na de maaltijd. „Ze gooien alle buitenlanders in één wijk, en dán gaan ze de problemen oplossen. Vreemd systeem.” De man, zelf ook niet in Nederland geboren, heeft het te druk om verder te praten, er komen gezinnen eten, een team van Ziggo vraagt of er frikadellen zijn en er lopen steeds jongeren binnen voor kip.

Aan de overkant zitten twee oude mannen in de zon op een vensterbank. Ze spreken de taal niet goed en schieten Yakup Liman van 24 aan om te tolken. Liman geeft zelf antwoord op de vraag of de nieuwe maatregel iets gaat oplossen. „Het is in ieder geval iets. Je krijgt hier nu veel uitschot, mensen die het slecht hebben. Het is een soort getto. Een paar dagen terug hebben ze daar (hij wijst naar het noorden) nog staan schieten.”

Maar zou het helpen om nieuwe huurders aan te pakken? „Zeker. Ik ken mensen die met zijn tienen in één woning zitten. Allemaal mannen, zonder familie, uit Bulgarije of Roemenië. Ze staan dan bij eettent Marillas met zijn tienen, twintigen voor de deur te drinken ’s avonds.”

Liman, die aan de hogeschool Rotterdam studeert, zegt dat veel van zijn vrienden uit de wijk op het verkeerde pad zijn geraakt. „Je hebt weinig kans als je hier opgroeit. Je begint met drie-nul achterstand.” Er zijn wat vrienden van hem bij komen staan, die instemmend knikken. „Als je op school goed je best doet, word je uitgemaakt voor ‘stuudje’. Maar als je iets stouts hebt gedaan, kijken ze tegen je op.” Ze denken dat het probleem erger wordt, niet beter. „Vraag aan een kind hier waar de drugspanden zijn en hij wijst ze zo aan. Iedereen weet het, ook de politie. Waarom doen ze dan niets?”

Erg veel vertrouwen in de nieuwe maatregelen heeft Liman niet. En hij gaat er niet op wachten. „Het eerste wat ik doe als ik afgestudeerd ben, is hier weggaan. Dit is geen plek om een kind op te voeden”, zegt hij. „Iedereen die kan, gaat hier weg.”