Filippijnse president kondigt ‘staat van wetteloosheid’ af

Beslissing volgt op explosie die vrijdag aan minstens veertien mensen het leven kostte.

De Filipijnse president Rodrigo Duterte. Foto Bullit Marquez / AP

De Filippijnse president Rodrigo Duterte heeft zaterdag een “staat van wetteloosheid” ingesteld. Hij deed dit naar aanleiding van een explosie op een drukbezochte avondmarkt in de zuidelijke stad Davao, die vrijdag aan minstens veertien mensen het leven kostte. Bijna zeventig mensen raakten gewond bij de explosie.

Volgens persbureau AP is de explosie het gevolg van een bom die terroristen van de organisatie Abu Sayyaf zouden hebben geplaatst.

Duterte noemde de explosie een terroristische daad van Abu Sayyaf. Filippijnse media berichtten dat de extremistische moslimgroep de verantwoordelijkheid voor de explosie ondertussen ook heeft opgeëist. Abu Sayyaf voert al decennialang strijd tegen de Filipijnse overheid. De Filipijnen tellen circa honderd miljoen inwoners. In het overwegend rooms-katholiek land is slechts 5 procent van de bevolking is islamitisch.

Duterte zei eerder nog dat alle opties werden onderzocht, inclusief een mogelijke verantwoordelijkheid van drugssyndicaten die hij als president hard aanpakt. In de zuidelijke Sulu provincie voert het leger momenteel echter een hevige strijd uit met Abu Sayyaf. De organisatie zou banden hebben met Islamitische Staat (IS).

‘Plicht om land te beschermen’

Duterte, die uit Davao komt en er twee decennia burgemeester was, was op het moment van de explosie in zijn officiële residentie in de stad. Hij bezocht de plek van de explosie zaterdagochtend vroeg en vertelde de aanwezige journalisten:

“Ik heb de plicht om dit land te beschermen. Ik heb de plicht om ons land bijeen te houden. Daarom roep ik een staat van wetteloosheid uit. Het is geen staat van beleg.”

De toestand houdt volgens de president in dat de inzet van leger en politie wordt uitgebreid voor huiszoekingen en controleposten.

Zorg over mensenrechten

Het bikkelharde beleid dat Duterte voert heeft wereldwijd de afgelopen tijd tot kritiek geleid. In de twee maanden dat hij nu aan de macht is op de Filippijnen zijn onder meer in zijn strijd tegen drugs al ruim 1700 doden gevallen. Het gaat daarbij onder meer om buitenrechtelijke executies.

De Verenigde Naties drong er bij de regering van Duterte al op aan om daarmee te stoppen. Duterte reageerde korzelig op dit verzoek en opperde dat de Filippijnen misschien maar beter uit de VN konden treden en samen met China en andere landen een nieuwe mondiale organisatie konden opzetten. Het Filippijnse ministerie van Buitenlandse Zaken haastte zich overigens de volgende dag te verklaren dat het land geen plannen heeft de VN te verlaten.

Ook de Verenigde Staten, vanouds een belangrijke bondgenoot van de Filippijnen, sloten zich eind vorige maand aan bij het koor van de critici. Washington zei “diep bezorgd te zijn” en riep de regering op de rechten van de mens te respecteren. De Amerikaanse president Barack Obama ontmoet Duterte op 6 september. De twee zullen dan spreken over de mensenrechtenschendingen in het land.