Wim Pijbes over een ‘übercoole jongeman’

Niet elk werk kan op een pronkplek in het museum hangen. In de marge vind je de ‘voorbijgangers’. Wim Pijbes laat u elke maand stilstaan bij zo’n stille schat.

Wim Pijbes (l) en 'Paul Citroen, Zelfportret, 1914'. Olieverf op doek. Museum de Fundatie Zwolle

Grote kunstenaars kijken met een volstrekt eigen blik naar de wereld en dus ook naar zichzelf. Het is dan ook geen wonder dat de allergrootsten, Rembrandt, Picasso, al op jonge leeftijd in staat waren zichzelf ongenaakbaar af te beelden. Wat opvalt is de gespeelde nonchalance, sprezzatura! Ik moest daaraan denken toen ik in Zwolle oog in oog stond met deze meer dan zelfbewuste jongeman.

Op het eerste gezicht kon ik het schilderij niet direct plaatsen, laat staan spontaan bedenken wie de maker was. Belangrijker dan de naam van de maker, viel ik voor de pose: onmiskenbaar een zelfportret, en wat voor een! De klassieke pose die lange tijd gold als het prerogatief van de adel, maar sinds Rembrandt ook voor gewone lieden in zwang raakte.

We zien hier de achttienjarige Paul Citroen (1896 – 1983) in een voor de Nederlandse schilderkunst zeldzame, bohemien-achtige uitdossing. De hand achteloos in zijn broekzak, een messcherp gesneden pak, jasje uit en uit beeld, hemd gesloten en een wie-maakt-me-wat stijlbewuste blik. Übercool. ‘Kleider machen Leute’ zegt het Duitse spreekwoord en Paul wist dat. Met een moeder afkomstig uit Berlijn en een vader werkzaam als bonthandelaar in Amsterdam kwam deze jonge kunstenaar ongetwijfeld al vroeg in aanraking met de laatste mode.

Paul Citroen, Zelfportret, 1914.

Paul Citroen, Zelfportret, 1914. Foto Museum de Fundatie Zwolle

Olieverf op doek. De afmetingen zijn in werkelijkheid 140,5 bij 70,5 cm.

Hoe de oorlog de kunst beïnvloedde

Paul Citroen reisde in hetzelfde jaar als dit zelfportret ontstond naar Berlijn om daar van de verlokkingen van de Grossstadt te genieten. Hij legde contact met de vooruitstrevende galerie Der Sturm van de legendarische Herwarth Walden en maakte vrienden voor het leven in het mondaine Berlijn. Dat de stad gebukt ging onder de ellende van de Eerste Wereldoorlog kwam de kunsten alleen maar ten goede. De jonge kunstenaar deed er zijn voordeel mee.

Een van de contacten die na bemiddeling van Paul Citroen naar Nederland kwam was de latere Vogue-fotograaf Erwin Blumenfeld. Citroen bewoog in wat tegenwoordig ‘een goed netwerk’ heet. In zijn adresboekje prijken de namen van talloze schildervrienden, schrijvers en artistiekelingen uit de beaumonde.

Het kunstklimaat in Nederland veerde op door de inbreng van deze vagebonden en parvenu’s. In Amsterdam bloeide de kunsthandel. Tot het uitbreken van de grote catastrofe die, eveneens uit Duitsland, over Europa kwam. Citroen moest onderduiken en overleefde de oorlog. Veel van zijn vrienden emigreerden of kwamen om in vernietigingskampen. Na de oorlog maakte de wufte wereld van het interbellum plaats voor de nuchtere noodzaak van de Wederopbouw. Citroen werd leraar op de Koninklijke Academie en streek neer in Wassenaar waar hij tot zijn dood zou blijven wonen.

Wim Pijbes is kunsthistoricus en directeur van Museum Voorlinden in Wassenaar.