Wilders’ A4 is geen onschuldig program

Opinie Democratie bestaat bij de gratie van woordenstrijd. Waak voor de partij die haar programma kwijt kan op slechts één A4, betoogt Jan Jaap de Ruiter.

PVV-fractievoorzitter Geert Wilders tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer. Foto ANP / Bart Maart

De commentaren op het politieke programma van de Partij voor de Vrijheid zijn niet van de lucht. „Het is maar een A4’tje.” „Hoe kun je dat in godsnaam serieus nemen?”

Wat evenwel in deze commentaren vergeten wordt, is dat we het hier wel hebben over een partij die het in de peilingen meer dan goed doet en die ook wel eens een goed resultaat kan behalen bij de volgende parlementsverkiezingen. Maar, wordt er dan gerepliceerd, „ze vinden toch nooit coalitiepartners en de PVV wil niet eens regeren”.

Een weinig valide argument, want een partij die zich in de boezem van de volksvertegenwoordiging bevindt, nepparlement of niet, zit griezelig dicht bij de macht en moet in staat worden geacht deze macht meer dan sterk te beïnvloeden. De populistische stem die streeft naar een islamloos en dus moslimloos Nederland schendt in alle opzichten de grondwet: de vrijheid om discriminatieloos te zijn wie je bent in dit land (grondwetsartikel 1) en de vrijheid om je religie te beleven zoals je wilt (grondwetsartikel 6).

Nu kan er gedebiteerd worden dat onze democratie in staat moet worden geacht dit PVV-varkentje te wassen. Maar laten we de zaak eens vanuit een breder perspectief bekijken. Populistische krachten in Europa worden allengs sterker. We zullen volgend jaar ongetwijfeld een goede score zien voor het Franse Front National in de Franse presidentsverkiezingen en een eveneens goede score voor de Alternative für Deutschland bij de Duitse Bondsdagverkiezingen, beide partijen met een in gradaties discriminerend discours betreffende migranten, vluchtelingen en moslims.

Het populisme in Europa kent een sterk wij/zij-discours waarbij de Europeanen de goeden zijn en de migranten, moslims en vluchtelingen de slechten. Het past allemaal goed bij de opvattingen van de Franse filosoof Claude Lefort (1924-2010) die stelt dat „zich aan de basis van het totalitarisme de veronderstelling bevindt van dat Ene volk.”

Lefort staat op het standpunt dat – Westerse – politiek wordt gekenmerkt door een van tijd tot tijd oplaaiende strijd tussen de democratie, waar een „puur menselijke samenleving” gedijt en waar „verschillende relatievormen en werkwijzen worden begrepen” en de dictatuur van het totalitarisme.

Lefort heeft het over de democratie als een samenleving die gekenmerkt wordt door diversiteit en veelvormigheid en waar een permanente woordenstrijd om de macht plaatsvindt. Hij stelt zelfs dat de plaats van de macht in de democratie „een lege plaats” is.

Maar daar schuilt ook het gevaar van het totalitarisme. Als de democratie de veelkleurigheid namelijk niet meer aan kan, kruipt het spook van het totalitarisme uit haar boezem met haar ‘waanvoorstelling’ van ‘dat Ene volk’, een concept dat aan kracht wint door „een grote – vijandige – Ander uit te drukken en uit te beelden”. Het totalitarisme wordt bij elkaar gehouden „door de haat voor de afwijkenden”. En zo ondergaat de democratie de omineuze verandering naar een dictatuur. Dan is het gedaan met de ‘puur menselijke samenleving’.

Het A4’tje van Wilders is geen onschuldig schrijfseltje. Het past in een wereldwijde beweging die zich senang voelt in de democratie om, mochten de omstandigheden daartoe de gelegenheid geven, diezelfde democratie om zeep te helpen. In eerdere beschouwingen over de PVV werd de partij gekwalificeerd als (proto)fascistisch, en de PVV-leider en zijn aanhang schreeuwden moord en brand over deze kwalificaties.

Maar dergelijke exercities zijn helemaal niet nodig om vast te stellen dat de PVV en haar programma, gezien in genoemd breder anti-democratisch verband, een nagel aan de doodskist van de democratie kan zijn, precies zoals Lefort dat onder woorden bracht: „Het totalitarisme komt op uit de democratie.” Het is dus zaak om de democratische strijd intenser dan ooit te voeren, waakzaam te zijn en er zorg voor te dragen dat zij niet teloor gaat.